Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Charles Chaplin - Festival voorbeschouwing
Score 126, 16 12 2005



RPHO OP AVONTUUR MET CHARLIE CHAPLIN - Verschenen in Score 126, maart 2003

Charlie Chaplin verovert de Doelen. Drie dagen lang fungeert de grote zaal als een megabioscoop, waarin maar liefst acht van Chaplins beste zwijgende films vertoond zullen worden. Goed nieuws voor alle filmliefhebbers, jong en oud, aangezien meesterwerken als The Kid, The Gold Rush en City Lights haast nooit in het reguliere circuit draaien. Maar ook de muziekminnaars zullen ruimschoots aan hun trekken komen tijdens het Chaplin Filmfestival. Charlie’s hilarische en ontroerende avonturen krijgen namelijk de steun van het voltallige Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat de filmbeelden zal begeleiden. Met deze grootse muzikale omlijsting beloven de vier voorstellingen uit te groeien tot een volmaakte vorm van muziektheater zonder woorden.

Geslaagd huwelijk tussen beeld en geluid

Met de live begeleiding van zwijgende films keert het RPhO terug naar de beginjaren van de filmkunst. Echt zwijgen deden de vroege filmvertoningen nooit. Er klonk levende muziek bij, in de eerste plaats om het gezoem van de projector te overstemmen, maar ook om de filmbeelden op een artistiek verantwoorde manier aan te vullen. De meeste bioscopen hadden een pianist in dienst die op de beelden improviseerde. In de grotere zalen speelde vaak een huisorkestje - in dat geval bestond de begeleiding nu eens uit bewerkingen van bekende klassiekers, dan weer uit originele filmmuziek. Levende muziek bleef kleur geven aan het witte doek totdat de opkomst van de geluidsfilm rond 1930 de musici uit de filmzaal verdreef. De laatste jaren wordt het oude bondgenootschap tussen stomme film en levende muziek in ere hersteld. Oude filmkopieën worden zorgvuldig gerestaureerd, waarbij ook de bijbehorende partituur een opknapbeurt krijgt. Steeds vaker nemen symfonieorkesten de live begeleiding voor hun rekening, zodat veel voorstellingen om logistieke redenen in de concertzaal of in het theater plaatsvinden. Maar het hernieuwde huwelijk tussen beeld en geluid brengt de film als vanouds dichter bij het publiek. Net als in de opera zorgt de muziek ervoor dat de visuele indrukken een emotionele lading krijgen voor de toeschouwer.

Charlie Chaplin (1889-1977) geldt voor velen als het grootste genie van de filmkunst. Nog tijdens de Eerste Wereldoorlog creëerde hij het typetje van de zwerver waarmee hij over de gehele wereld beroemd zou worden. Hij gaf een nieuwe dimensie aan de zwijgende film, een genre waarin hij zich als begenadigd mimespeler helemaal thuis voelde. Moeilijker werd het met de komst van de sprekende film, want wat had de zwerver eigenlijk te zeggen? Chaplin bleef zich meer dan tien jaar verzetten tegen de talkie en gaf zich pas definitief gewonnen in 1940 met The Great Dictator. Maar op dat moment had hij al lang en breed zijn zwerverstypetje aan de wilgen gehangen.

La-la-la-end componeren

In de artistieke beleving van Charlie Chaplin speelde muziek een sleutelrol. Chaplin had zijn eerste sporen op het gebied van de music hall verdiend en hield er zeer duidelijke ideeën op na over de muziek die zijn pantomimes moest begeleiden. Hoewel hij nauwelijks noten kon lezen speelde hij niet onverdienstelijk viool en cello. Hij kon ook redelijk uit de voeten op de piano en had een uitstekend gehoor. Met de hulp van toegewijde arrangeurs ‘componeerde’ hij meestal zelf de muziek voor zijn eigen films: hij neuriede zijn melodische vondsten voor aan een arrangeur die de melodie noteerde en harmoniseerde.

Omdat Chaplin veel van zijn muzikale invallen midden in de nacht kreeg, moest de dienstdoende arrangeur dikwijls uit bed gebeld worden. Chaplin had ook een dikke vinger in de pap voor wat betreft de instrumentatie. Net als in andere artistieke zaken duldde hij hierbij geen tegenspraak. Wie een afwijkende mening bleef verdedigen, werd meteen ontslagen (en soms kort daarna weer aangenomen). Chaplin barstte dus van de muzikale ideeën en bleef tot op hoge leeftijd ‘la-la-la-end’ componeren.

Vanaf 1958 bracht hij tien van zijn lange speelfilms opnieuw uit, voorzien van nieuwe muziek die hij samen met pianist-arrangeur Eric James had vervaardigd en laten opnemen. Chaplins voorliefde voor aangename walsen komt in deze late partituren duidelijk naar voren. Enkele jaren na zijn dood gaven zijn erven opdracht aan componist-dirigent Carl Davis om de betreffende partituren speelklaar te maken voor live begeleiding door een symfonieorkest. Davis schreef ook nieuwe muziek voor Chaplins korte films uit de gouden jaren bij filmmaatschappij Mutual (1916-1917). De inspanningen van Davis hebben een nieuwe impuls gegeven aan de belangstelling voor de films van Chaplin. Bovendien werkte Davis mee aan de Engelse tv-serie The Unknown Chaplin die een tip van de sluier oplichtte over de creatieve werkwijze en de drang naar perfectie van Charlie. Davis is dan ook de aangewezen persoon om het Rotterdams Philharmonisch Orkest tijdens het Chaplin Filmfestival te leiden. Verder heeft hij roem verworven als componist van ‘gewone’ filmmuziek, onder andere voor de film The French Lieutenant’s Woman en de bejubelde tv-productie Pride and Prejudice. Samen met ex-Beatle Paul McCartney (ook een geniale ‘la-la-la-er’) schreef hij in 1991 het Liverpool Oratorio.

Filmfestijn

Tijdens het Chaplin-weekend worden in totaal acht films getoond, verspreid over vier voorstellingen. Steeds wordt een korte Mutual-film uit 1917 gekoppeld aan een lange film uit de periode 1920-1931. Deze dwarsdoorsnede van Chaplins śuvre doet recht aan de veelzijdigheid van een volmaakt kunstenaar, die een breed publiek steeds opnieuw wist te boeien en te verrassen. Binnen dit ‘filmfestijn’ vervult de orkestrale begeleiding een wezenlijke functie, zij het al omdat zwijgende films van Chaplin bij uitstek ritmisch zijn. Zowel de slapstickscčnes als de zielenroerselen van de zwerver hebben baat bij de live begeleiding. Om maar te zwijgen over de broodjesdans uit The Gold Rush. Drie dagen lang mag het Rotterdams Philharmonisch Orkest als stem van Charlie dienen. Met een lach en af en toe een traan.

Michael Khalifa




Gerelateerde links
 Startpagina

Score 126
Andere artikelen:
Charles Chaplin - Festival voorbeschouwing
Carl Davis - Miniportret
Alberto Iglesias - Portret
Carl Davis - Over de Gold Rush
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy