Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Frank Skinner - Portret
Score 167, 13 07 2012



WEELDERIGE VIOLEN

Canadees label eert de kunst van Frank Skinner


Eind april 2007 verscheen Angel van François Ozon in de Nederlandse bioscopen. Het melodramatische verhaal over een jonge Engelse schrijfster van kasteelromans was rijk aangekleed, zocht de grenzen van het sentimentele op en kende een romantische score van Philippe Rombi. Regisseur Ozon wilde voor zijn film melodramatische muziek zoals die in de jaren '40 en '50 veelvuldig in Hollywoodfilms te horen was. In het bijzonder muziek van Frank Skinner, in de jaren '50 de favoriete en frequente componist van Douglas Sirk. Onlangs verscheen een van zijn bekendste scores op cd: een late erkenning van een vergeten Hollywoodmeester.

Dat Frank Skinner (foto) vandaag een vergeten componist is heeft diverse redenen. Allereerst heeft hij zijn jaren in Hollywood bij een kleine studio gewerkt. Van 1937 tot 1967 was hij een van de muzikale krachten van Universal. Daarnaast schreef hij zijn beste scores voor horrorfilms en melodrama's, genres die niet snel tot ingrijpende filmmuzikale vernieuwingen leiden. Maar misschien was Skinner niet ambitieus genoeg om door te breken tot het grote werk of om zijn artistieke horizon te verleggen, laat staan zich te wagen aan experimentele vormen. Veel liever bleef hij altijd keurig binnen de tonale grenzen van de filmmuziekkunst. Van de meer dan 250 scores van zijn hand waren er heel wat bestemd voor films uit de B-categorie. Toch doet men hem te kort door hem weg te zetten als routineus componist die louter om den brode de ene na de andere film van gelikte muziek voorzag. Enerzijds repten collega's van een sympathieke, zeer behulpzame componist en anderzijds legde hij een werktempo aan de dag met soms meer dan twintig filmscores per jaar, een wapenfeit waar je niet snel om heen kunt. Uiteindelijk rest zijn faam grotendeels op de samenwerking met regisseur Douglas Sirk in de jaren '50. Skinner schreef voor een dozijn films van Sirk de muziek.

Veelschrijver

Skinner werd op 31 december 1897 geboren als Frank Chester Skinner in Meredosia, Illinois. Al op jonge leeftijd bespeelde hij verschillende instrumenten waaronder de kornet en de piano. Na een korte tijd muziek te hebben gestudeerd onder de fameuze Florenz Ziegfeld in Chicago belandde hij in de jaren '20 in New York. Hier zou hij in korte tijd uitgroeien tot een van de belangrijkste componisten en arrangeurs van Broadway. In 1935 kon hij zijn vaardigheden in Hollywood voortzetten, waar hij hielp met het arrangeren van de muziek voor de megaproductie The Great Ziegfeld die in 1936 een groot succes was en uiteindelijk drie Oscars zou verwerven, waaronder die voor de beste film. Een jaar later nam de kleine studio Universal Skinner in dienst voor een periode die dertig jaar zou duren. Anders dan de grote studio's grossierde Universal vooral in genrefilms: musicals, komedies, exotische fantasy, maar boven alles was de studio verantwoordelijk voor de betere horrorfilm, een reputatie die teruggaat naar 1931 toen zowel Dracula als Frankenstein het levenslicht zag. Voor veel van deze films stond geen enkele componist op de aftiteling. Vaak werd gebruik gemaakt van zogenoemde stock music, muziek die door diverse componisten werd geschreven en naar believen van de plank kon worden gepakt voor een soundtrack. Skinner schreef net als zijn collega's stock music die in een slordige 300 films werd gebruikt. Evenwel vertrouwde de studio hem beetje bij beetje toe complete scores te componeren, aanvankelijk voor talrijke B-films.

Een eerste manifestatie van zijn kunnen bewees Skinner in 1939 met Son of Frankenstein, een score die in de jaren nadien van invloed bleek en zelfs een enkele maal werd gekopieerd. Als er één genre is waarin hij destijds excelleerde, dan was het wel het horrorgenre. In datzelfde jaar werd hij, samen met het hoofd van de muziekafdeling Charles Previn, zowaar genomineerd voor een Oscar voor de musical Mad About Music met Deanna Durbin. Vier nominaties zouden in de jaren daarna volgen, voor onder meer Back Street (1941) en The Amazing Mrs. Holliday (1943). Voor deze laatste film deelde hij de nominatie met de van oorsprong Oostenrijkse filmcomponist Hans J. Salter (1896-1994) met wie Skinner regelmatig samenwerkte, waaronder The Invisible Man Returns (1940) en The Wolf Man (1941). Niet alleen kwam zijn naam steeds vaker op de aftiteling voor, ook zat er tussen de vele films zo nu en dan een belangrijke film. When Tomorrow Comes (1939), Back Street (1941), Saboteur (1942) van Alfred Hitchcock, The Dark Mirror (1946) en The Naked City (1948) zijn ook nu nog films die tot de verbeelding spreken. Maar Skinner was van werkelijk alle markten thuis, voor praktisch elk denkbaar genre componeerde hij erop los en aldus prijkte zijn naam evenzeer op de credits van films van W.C. Fields als die van Abbott & Costello. Zijn werklust kende geen grenzen: in 1938 verschenen vijftien films met zijn muziek, in 1939 zelfs 23 en het jaar erna 21 en slechts heel langzaam liep dat aantal de volgende jaren iets terug met toch nog een jaargemiddelde van tien stuks tot ver in de jaren '50.

Soaps

In 1950 verscheen een boek van Skinners hand, getiteld Underscore. Het was de eerste handleiding ooit over de techniek van het componeren voor film. Ondanks de vele routineklussen bleef hij een gerespecteerd collega. Met steeds betere films als Harvey (1950), Bright Victory (1951) en The World in His Arms (1952) begon Skinner aan zijn meest vruchtbare periode. In 1951 scoorde hij The Lady Pays off, de eerste van twaalf scores die hij voor Douglas Sirk zou schrijven. Naast enkele komedies en avonturenfilms zijn het vooral de melodrama's van Sirk die Skinner zijn plaats in de filmmuziekgeschiedenis hebben verzekerd. Die faam begon met Magnificent Obsession (1954), een melodrama in de overtreffende trap. Op basis van bestaande thema's van componisten als Beethoven en Chopin ontwierp Skinner een groots liefdesthema alsook enkele composities die als perfecte underscore de vele dramatische ontwikkelingen in de film niet al te luidruchtig begeleidden. Daarbij schuwde de componist hemelse koorzang niet waarmee het verhaal van de tragische Jane Wyman die een ware wederopstanding dreigt te beleven een welhaast religieuze dimensie verkrijgt.

     Rock Hudson en Jane Wyman in Magnificent Obsession
 
Rock Hudson was de andere ster uit Magnificent Obsession. Samen met Jane Wyman speelde hij een jaar later in All That Heaven Allows. In deze tearjerker draait alles om een weduwe die gevoelens krijgt voor haar tuinman, dit alles tot grote afschuw van de hen omringende kleinburgerlijke samenleving. De verborgen verlangens die leiden tot een heftige verliefdheid worden steevast door mierzoete violen versterkt en Skinner doet er makkelijk een schepje bovenop door een solerende viool op de voorgrond te plaatsen waardoor de muziek grenst aan kitsch en zelfs een enkele keer deze grens overschrijdt. Waartoe dient dit sentimentele smachten allemaal? Om de toeschouwer nadrukkelijk te betrekken bij de onderhuidse passies van ogenschijnlijk brave, keurige medeburgers waardoor Sirk zijn stokpaardje van kritiek op de kleinsteedse samenleving makkelijker berijden kan. De identificatie met de tragische protagonisten wordt zowel op goede momenten (de viool) als op slechte momenten (de piano met noodlottige ondertoon) nog eens extra door vormgeving, kleurgebruik en regie versterkt. Dit beproefde soaprecept heeft in de jaren erna telkens opnieuw gewerkt, getuige ook de inofficiële remakes van laatstgenoemde film Angst essen Seele auf (Rainer Werner Fassbinder, 1974) en Far From Heaven (Todd Haynes, 2002).

Na deze zoete vioolklanken pakte Skinner de zaken in de volgende film van Sirk iets anders aan. Voor het zwoele Written on the Wind (1956) waren er de zoetsappige strijkers voor de heimelijke verlangens tussen Lauren Bacall en Rock Hudson enerzijds, en zette Skinner ritmische klanken in voor broer en zus Robert Stack en Dorothy Malone anderzijds. De verdorven uitspattingen van de laatste twee werden begeleid door (latin) jazz en deze mix van diverse stijlen maakt deze score tot een prachtig afgerond werk waarbij de componist regelmatig alle registers opentrekt wat niet misstaat bij deze soap die als film menigmaal uit zijn voegen dreigt te barsten. Skinner vervolgde de samenwerking met Sirk in 1957 met Interlude, een remake overigens van zijn vroegere succes When Tomorrow Comes, over een getrouwde dirigent die verliefd wordt op een andere vrouw. Een net als Written on the Wind gevarieerde dramatische score inclusief een stevig hoofdthema schreef Skinner voor opvolger The Tarnished Angels (1958), een drama over stuntvliegers met Rock Hudson, Dorothy Malone en Robert Stack in de hoofdrollen. 

Emoties

De films die Douglas Sirk in de jaren '50 voor Universal draaide, waren bijna zonder uitzondering grote commerciële successen. De pers keek indertijd echter neer op deze damesfilms die als banaal, overdreven en sentimenteel werden afgedaan. In de jaren '70 vond in Europa een herwaardering plaats van de regisseur en zijn films die opvielen door hun behandeling van actuele problemen en vooral door hun opmerkelijke vormgeving een intensievere duiding behoefden. Een prachtig voorbeeld van zo'n melodrama is de laatste film die Sirk draaide in Hollywood en daarmee ook een laatste samenwerking met Skinner: 
Imitation of Life (1959). De score voor deze film over een actrice die het helemaal gaat maken in de theaterwereld van New York klinkt weelderig en bestrijkt emoties van A tot Z want Sirk zet gaandeweg het verloop menig vraagteken bij zaken als de prijs van succes, racisme, ontbrekende moederliefde en veel meer. De actrice werd gespeeld door Lana Turner die onder andere regisseurs zou spelen in twee melodrama's met muziek van Skinner: Portrait in Black (1960) en Madame X (1966). Een jaar later ging de western Ride to Hangman's Tree in première, Skinners laatste voor Universal. Met deze  wat obscure film sloot hij een dertig jaar lange verbintenis met een en dezelfde studio af, mogelijk langer dan andere filmcomponisten van naam in Hollywood hebben beleefd.

     Sandra Dee en Lana Turne in Imitation of Life
 
Skinner overleed een jaar later op 9 oktober 1968 in Beverly Hills en werd begraven in zijn geboorteplaats Meredosia wat de terugkeer betekende van de wellicht bekendste inwoner van dit plaatsje ten westen van Springfield, de hoofdstad van Illinois. Van zijn ontelbare scores verscheen pakweg een handvol op elpee. Op cd verscheen op het Marco-Polo-label een aantal van zijn spraakmakende horrorscores. Met Imitation of Life wordt hopelijk een begin gemaakt met de cd-uitgave van een reeks scores die de man in herinnering roept die routineus, immer gedreven en vol overtuiging muzikaal gestalte gaf aan films uit vervlogen Hollywoodjaren. Written on the Wind zou een uitstekende keuze zijn voor een volgende cd: meeslepend, opwindend en altijd weer een feest voor het oor. En wat een film!

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 167
Andere artikelen:
Boekbespreking - Filmjaarboek 2011/2012
Frank Skinner - Portret
EYE heeft historisch bioscooporgel
Helge Slikker - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy