Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Victor Young - Portret
Score 168, 24 10 2012



MEESTER VAN DE MELODISCHE SCORE

Het laatste jaar van Victor Young

In 1956 overleed Victor Young volkomen onverwacht op 56-jarige leeftijd. De Amerikaanse filmcomponist had reeds een twintigjarige HollywoodcarriŔre achter de rug en bevond zich in zijn laatste levensjaar in een periode van enorme werklust en hernieuwde creativiteit. Onlangs verschenen op het Canadese label Disques CinÚmusique twee scores die hij in dat laatste jaar schreef.


Victor Young (foto) is een prachtvoorbeeld van een filmcomponist uit Hollywoods gouden jaren die voor het grote publiek altijd een vrij onbekende verschijning was maar tegelijkertijd dankzij talrijke populaire liedjes een begrip is geweest. Want niemand leek in de jaren '40 en '50 zo moeiteloos het ene na het andere liedje uit zijn mouw te kunnen schudden als Victor Young. Wie kent niet evergreens als Love Letters, My Foolish Heart, Stella by Starlight en When I Fall in Love? De films waarin ze voorkwamen mogen dan goeddeels vergeten zijn, de liedjes worden nog steeds uitgevoerd. Young blonk uit in muziek die melodisch, vaak poŰtisch klonk en door strijkers werd gedragen. Ondanks zijn talent wordt Young niet gerekend tot de grote filmcomponisten uit die dagen zoals

Korngold of Herrmann. Daarvoor klonken zijn composities niet artistiek of afwijkend genoeg. Maar een vakman was hij des te meer. In zijn autobiografie Double Life typeerde Miklˇs Rˇzsa hem als volgt: ʽEen vriendelijke en charmante man, waarop ik erg gesteld was, maar die componeerde in de Broadway-cum-Rachmaninov stijl die destijds in Hollywood gangbaar was.ʼ ╣

Geboren werd Young in 1900 (volgens sommige bronnen in 1899) in Chicago in een muzikaal nest waarvan de ouders oorspronkelijk uit Polen kwamen. Zijn vader was tenor aan de Opera van Chicago. Vanaf zijn zesde bespeelde Victor de viool. Na het overlijden van zijn moeder werden hij en zijn jongere zus naar zijn grootouders in Warschau gestuurd. Hier bezocht Victor het plaatselijke conservatorium waar hij les kreeg van onder meer Isidor Lotto. Na zijn afstuderen debuteerde hij als solo violist in het Warschau Philharmonisch Orkest en maakte hij onder meer een tournee door Rusland waar hij gevangen werd genomen. Na zijn ontsnapping werd hij in Polen opnieuw opgepakt, dit keer door de Duitsers. In 1920 keerde hij terug naar de Verenigde Staten en na een moeilijk eerste jaar werkte hij in diverse grote steden in uiteenlopende functies als bandleider, arrangeur en opnameartiest voor de radio. Na jaren betrokken te zijn geweest bij talloze plaatopnames kreeg Young in 1935 een contract aangeboden door Paramount. Van 1936 tot zijn dood zou hij voor deze studio werkzaam zijn, niet alleen als componist maar ook als hoofd van de muziekafdeling.

Young werkte dan wel hoofdzakelijk voor Paramount, een uitstapje naar een andere studio was geen uitzondering. De eerste score die de aandacht trok schreef hij voor Golden Boy (1939) van studio Columbia. De successen volgden elkaar daarna in razendsnel tempo op. In 1940 werkte hij voor het eerst samen met Cecil B. De Mille, indertijd de belangrijkste regisseur van Paramount, voor Northwest Mounted Police. Vervolgens werkte hij als vaste componist van De Mille nog vijfmaal met hem samen met als hoogtepunt Samson and Delilah (1949). Andere regisseurs waarvoor Young componeerde waren onder veel meer Preston Sturges (The Palm Beach Story, 1942), Billy Wilder (The Emperor Waltz, 1948) en driemaal voor John Ford (onder andere Rio Grande, 1950). Maar Young gooide ook hoge ogen met scores voor For Whom the Bell Tolls (1943), een van de eerste op plaat verschenen scores waarvoor hij enkele opmerkelijke Spaanse thema's schreef, The Uninvited (1944), een geraffineerde horrorfilm waarvoor hij Stella by Starlight schreef en de pakkende zigeunermuziek voor Golden Earrings (Mitchell Leisen, 1947). Young was een harde werker die voor praktisch elk denkbare filmgenre componeerde. In totaal schreef hij voor meer dan 200 films muziek en dat in slechts twintig jaar tijd. In de jaren 1939 tot en met 1942 leverde hij jaarlijks vijftien tot twintig scores af. Voor nog eens goed 350 films werd zogenoemde stockmuziek van hem gebruikt, veelal voor films uit de B-categorie. En dan waren er nog de vele liedjes die hij schreef en die ook na zijn dood nog vaak werden gebruikt zoals A Hundred Years from Today dat Carice van Houten zingt in Zwartboek (2006).

De jaren '50 zagen Young steeds vaker voor de concurrentie werken. In 1952 schreef hij de muziek voor Oscarwinnaar The Greatest Show on Earth van De Mille. In hetzelfde jaar schreef hij wervelende muziek voor Scaramouche (MGM), een Iers getinte score voor The Quiet Man (Republic) en voor het vergeten Koreadrama One Minute to Zero (RKO) het liedje When I Fall in Love. Na de sfeervolle score voor George Stevens' western Shane in 1953 volgden enkele jaren met voornamelijk ambachtelijke scores tot het jaar 1956 werd ingeluid.

1956

Youngs werklust kende nog steeds geen grenzen toen het nieuwe jaar begon. Diverse nieuwe filmprojecten stonden op stapel en daarnaast was hij ook betrokken bij Seventh Heaven, een show op Broadway, die hem op de rand van de uitputting had gebracht. De componist hield er een ongezonde levensstijl op na met veel drank, copieuze maaltijden en sigaretten. Ook was hij een verwoed gokker. Op advies van zijn huisarts moest hij het met alcohol en sigaretten rustiger aandoen, waarvan weinig terechtkwam want Young kende als workaholic een enorme drang om te componeren, vaak gelijktijdig aan verschillende scores werkend. In de eerste helft van het jaar kwamen routineuze films als The Conqueror, The Maverick Queen en The Proud and Profane met even routineuze scores van zijn hand in de Amerikaanse bioscopen. Ondertussen werkte Young aan de prestigieuze filmonderneming Around the World in Eighty Days, de film die zou uitgroeien tot het filmevenement van het jaar. De drie uur durende avonturenfilm naar Jules Verne werd bevolkt door tientallen bekende en minder bekende acteurs in gastrollen en werd opgenomen over de hele wereld.

Maar er was ook muziek voor The Brave One, een bescheiden drama van Irving Rapper over een Mexicaans jongetje wiens geliefde stier naar de arena wordt gebracht om er in een stierengevecht te eindigen. Young schreef enkele prachtige thema's voor deze jeugdfilm en arrangeerde meerdere stukken met een Mexicaans sausje zonder dat het onwaarachtig dan wel gemaakt klonk. In een tijd waarin etnische muziek vaak met een vet gebaar werd gebracht slaagde Young er welhaast moeiteloos in een ingetogen, meeslepende, Mexicaans klinkende score te produceren. Intussen ging halverwege oktober 1956 Around the World in Eighty Days met veel fanfare in New York in premiŔre. Na de landelijke release vlak vˇˇr Kerstmis zou de film een groot commercieel succes worden.

Het noodlot sloeg echter toe voordat de glorieuze triomftocht van Phileas Fogg werkelijk een aanvang kon nemen. Op 10 november 1956 kwam Young door een beroerte te overlijden. De verslagenheid in Hollywood was groot. De alom geliefde Young stierf op slechts 56-jarige leeftijd en menigeen moest indertijd al ruiterlijk toegeven dat hij zich letterlijk de dood in had gewerkt. Een bewijs van de hoeveelheid werk die de componist gewoonlijk pleegde te verrichten vormde de reeks voltooide scores voor films die na zijn dood nog in roulatie moesten gaan. The Brave One was twee weken vˇˇr zijn dood in premiŔre gegaan, maar vier andere films moesten nog wachten op een release: China Gate (voltooid door Max Steiner), The Buster Keaton Story, Omar Khayyam en Run of the Arrow. Ze zouden alle vier pas in 1957 in de Verenigde Staten worden uitgebracht.

Billboard

Around the World in Eighty Days mag binnen Youngs rijke staat van dienst gerust tot kroon op zijn werk worden genoemd. De score laat de veelzijdigheid van de componist horen en is een aaneenschakeling van trefzekere composities die de film regelmatig een enorme vaart geven en de soms wat houterige actie een uitermate plezierige muzikale achtergrond verlenen. Uniek is de zogenoemde Exit Music die na de lange aftiteling klinkt: vijf lange minuten met de hoogtepunten uit de score. Ook buiten de film om is het nog steeds prettig luisteren naar de gevarieerde verzameling stukken die net zo goed als een verzameling hits op een elpee beluisterd kan worden. De in april 1957 uitgebrachte soundtrack groeide al snel uit tot een bestseller in de Verenigde Staten. Op 22 juli 1957 bereikte de plaat de eerste plaats van Billboard's elpeelijst. Tien weken lang prijkte de elpee bovenaan de hitlijst. Het titelliedje Around the World op tekst van Harold Adamson zou vervolgens een grote hit worden voor niet de minsten onder de Amerikaanse zangers zoals Frank Sinatra, Nat King Cole en Bing Crosby. Maar de grootste erkenning volgde eerder dat jaar op 28 maart 1957 toen Young postuum werd onderscheiden met een Oscar, de eerste na 21 eerdere nominaties. Overigens werd hij in datzelfde jaar ook postuum genomineerd voor het liedje Written on the Wind uit de gelijknamige film van Douglas Sirk (de tekst was van Sammy Cahn; de score werd geschreven door Frank Skinner).

   Around the World in Eighty Days (1956)
 
Paramount slaagde er in de navolgende jaren niet in een geschikte opvolger te vinden voor Victor Young, de man die vakkundig een score wist te ontwerpen met een sterk melodische ondergrond die los van de film stond als een huis, hetgeen gerust een verdienste mag worden genoemd. De studio overwoog enkele jaren na zijn dood een film te maken over de componist wiens leven avontuurlijk (de oorlogsjaren), tragisch (zijn vroege dood) en talentvol (zijn melodische gave) was, allemaal wezenlijke ingrediŰnten voor een meeslepende biografische film. Uiteindelijk zag men van dit project af. Voor Henry Mancini was Young een held: ʽVictor was een schrijver van melodieŰn. Als je een film met zijn muziek had gezien bleef de muziek je nog lang bij en zoiets kun je van veel andere filmcomponisten niet zeggen. Hij had een melodische gave, iets wat vreemd genoeg heel wat componisten missen.ʼ ▓

PS

Double Life. Miklˇs Rˇzsa. Wynwood Press, New York, 1989. Blz. 131. 

Listening to Movies: The Film Lover's Guide to Film Music. Fred Karlin. Schirmer Books, New York, 1994. Blz. 73.

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 168
Andere artikelen:
Boekbespreking: Westernmuziek geanalyseerd
Victor Young - Portret
Holland Festival 2012 - Verslag
Fons Merkies - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


ę 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy