Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Bart van de Lisdonk - Interview
Score 170, 15 11 2012



‘Gewoon een toon’

Bart van de Lisdonk over zijn muziek voor Het meisje en de dood


Het meisje en de dood, zo heet de nieuwe film van Jos Stelling. De film vertelt het verhaal van de oude Russische arts Nicolai die in de jaren vijftig van de vorige eeuw terugkeert naar het hotel in het Duitse Thüringen waar hij 50 jaar eerder zijn grote liefde Elise ontmoette. Elise was destijds als het ware eigendom van een graaf op leeftijd. Een standvastige liaison tussen de jonge dokter en het mooie meisje komt niet van de grond. Op een gegeven ogenblik wijst ze hem haars ondanks af omdat ze weet dat ze stervende is: ze lijdt aan tuberculose. Als Nicolai decennia later terugkeert is het gebouw waar zich het drama heeft afgespeeld vervallen en gesloten, maar het heeft nog alle sporen van een indrukwekkend verleden. Nicolai beleeft daar de gedoemde liefdesgeschiedenis opnieuw. De muziek voor de film werd gecomponeerd door Bart van de Lisdonk (1968). Hij schreef eerder scores voor een groot aantal korte films, theaterproducties en voor langere films als Hitte/Harara van Lodewijk Crijns, Oom Henk van Elbert van Strien en Duska, ook van Jos Stelling.

Sommige muziek in de film begint als sourcemuziek: Elise (een rol van Sylvia Hoeks) speelt Chopin aan de piano of Nicolai denkt haar te horen. Had je daar veel bemoeienis mee?

‘Ja, ik heb die muziek bewerkt en gearrangeerd. Omdat ik daarover controle wilde, heb ik Hannie van Veldhoven gevraagd de muziek te spelen op een piano die een zogeheten Midi-code uitstuurt. Synthesizers kunnen met behulp van die code met een computer “praten”. Haar expressieve performance kon ik vervolgens opslaan in de computer. Ik had zo de nootjes afzonderlijk tot mijn beschikking, als samples dus. Wanneer Elise dan een foutje maakte in haar pianospel, kon ik dat foutje ook maken. Alle pianomuziek is op die manier opgenomen. Zo kon ik de piano op het ene moment glorieus en breed laten klinken, en op andere bedompt en vals. Het gaf me de flexibiliteit die nodig was om de muziek tot filmmuziek te verwerken, bijvoorbeeld het tempo sterk te verlagen of noten weg te laten.’ 

Geeft Jos Stelling precieze aanwijzingen voor het soort muziek dat hij wil horen?

‘Hij wilde geen bombastische “muziek-muziek”, zoals hij dat zelf omschreef. Hij wilde, zei hij, “gewoon een toon”, en verwees dan bijvoorbeeld naar David Lynch, die van die drone-achtige, statische klanken gebruikt: minimaal en zacht. Gedurende de montage vond ik dat Stelling teveel muziek wilde, maar hij was ervan overtuigd dat het, mits zacht gespeeld, heel goed zou werken. Hij heeft gelijk gekregen. Dat het zo goed werkt, heeft trouwens ook veel te maken met de subtiele, open geluidsmix. Die mix is ook daarom zo geslaagd omdat geluiden op locatie zijn opgenomen, in het oude hotel waar de film is gedraaid: je hoort voortdurend de natuurlijke klank van de oude houten deuren, muren en vloeren. In de twee jaar dat Jos het scenario schreef, kwam ik regelmatig  koffie bij hem drinken en dan hadden we het over de film. Hij heeft me op een gegeven ogenblik een enorme verzameling MP3’s meegegeven van de muziek die hij draaide tijdens het schrijven: stukken van ondere anderen Beethoven en Mozart, maar ook filmmuziek, en operamuziek van Gounod.’ 

Die muziek van Gounod is ook verwerkt in de score.

‘Ja. Dat is een stukje uit de opera Faust. Het koor dat je hoort belichaamt de mensen in de hemel en die zingen hoe fijn het daar is. Dat heeft alles te maken met de sterfscènes in de film. Dat klopt allemaal. Er is trouwens nog een bestaand muzikaal element in de score verwerkt.  Een eenvoudig deuntje, een Russisch slaapliedje, dat de jonge Nicolai zingt vlak nadat Elise een psychose heeft, en dat de oude Nicolai zingt als hij sterft. Dat melodietje komt een paar keer terug in de film. Soms met een beetje dreigende toon eronder, soms als een soort speeldoosje. Klopt ook helemaal met het verhaal.’

Uiteindelijk kwamen de strijkers niet uit de computer, maar stond er een Russisch orkest tot je beschikking om de score op te nemen.

‘Ja, maar pas laat in de montage wist ik daarvan. Heel lang hebben we ingezet op het gebruik van samples. Door gedoe met visa kon ik helaas niet zelf bij de opnames zijn. Een deel van het materiaal is daardoor niet perfect ingespeeld, maar omdat het zo zacht gebruikt wordt en ik passages ook heb kunnen reconstrueren, bleek dat achteraf eigenlijk geen punt. Sterker, het heeft  fantastisch uitgepakt. De kracht van alle muziek zit volgens mij in de menselijke expressie. Voor mij was het dan ook een enorme eyeopener toen ik de eerste orkestopnames hoorde. Mijn strijkerssamples klinken prachtig hoor, je zit als het ware likkebaardend achter je toetsenbord, maar dat echte orkest had in al zijn onvolkomenheden een geweldige werking. Je herkent de energie van de muzikanten. Die zit niet in de samples. Die blijven aan je oren trekken, omdat er iets onnatuurlijks in doorklinkt.’ 



Dieter Hallervorden (midden) en Sylvia Hoeks (rechts) in Het meisje en de dood.

Past de muziek die je voor Het meisje en de dood hebt gecomponeerd  in je œuvre? 

‘Nou, het is een doorgeschoten consequentie van de manier waarop ik werk. Ik stel me altijd heel dienstbaar op. Ik ga voor de film, niet zozeer voor de muziek. Ik vraag ook altijd zoveel mogelijk context en informatie van de regisseur. In dit geval ben ik ook op locatie, tijdens het draaien, gaan kijken. Om de sfeer van het gebouw te voelen. Hoe concreter een regisseur in zijn aanwijzingen, hoe kleiner mijn persoonlijke aandeel. Wat dat betreft ken ik eigenlijk geen regisseur die zo concreet als Jos Stelling duidelijk kan maken wat hij wil. Ik voer graag ideeën uit van de regisseur. Maar ik vroeg mij bij deze film wel af of ik daarin niet te ver ben gegaan. De eerste montageversie zat al helemaal vol met een handjevol demo’s die ik vooraf had gemaakt. Zo ren je in zekere zin achter jezelf aan, want ik wil niet dat de hele film dezelfde soort muziek krijgt. Dat gaat tegenstaan. Dus moest ik mijn eigen muziek hier en daar herschrijven. Maar hoewel het soms voelt alsof ik het niet zelf geschreven heb, ben ik er heel blij mee: het werkt, de sfeer klopt. Toch zal ik het voor mijn volgende project iets anders aanpakken. Ik maak de muziek voor Groeten van de chemo van Lodewijk Crijns (een remake van de Spaanse film Planta 4a, over een stel pubers met kanker in een kinderziekenhuis, red.). Ik lever als altijd demo’s aan, maar zorg dat er verschillende kleuren en contrasten in de muziek zitten, zodat ik straks niet tegen een temptrack aanloop, met maar een paar stukjes die allemaal sterk op elkaar lijken.’

Het slot van Het meisje en de dood is sereen en mooi. Van meet af aan weet je dat het met Elise slecht zal  aflopen,  toch heeft Stelling het slot fraai  “rond” gekregen met de oude Nicolai die tientallen jaren later het hotel bezoekt en in een visioen Elise achter een spiegel ziet.

‘Daar heb ik muzikaal wel even mijn dingetje kunnen doen. Je hebt de scène dat Nicolai voor het eerst Elise bekijkt, terwijl ze buiten een koets uitzwaait. Gebaseerd op een Chopinthema heb ik daar een stuk voor strijkers bij gemaakt. Na het kaartspel gaat Nicolai weg. Elise zegt dan dat ze zeker weet dat hij terugkomt. Dat is niet zo, dat beseft de kijker. Muzikaal ga ik daar een beetje tegen de strekking van die scène in: je hoort het thema, waardoor het is alsof hij wel terugkomt of al terug is. Aan het eind van de film, als hij haar weer ziet achter de spiegel, komt dat thema tenslotte weer terug. Zo valt de puzzel in elkaar.’   

Laatste vraag: zijn er filmcomponisten die je inspireren, of van wie je juist een afkeer hebt?

‘Bij negen van de tien Hollywoodfilms is tegenwoordig Hans Zimmer  betrokken, dat vind ik bedenkelijk. Maar hij neemt wel componisten onder zijn hoede, en dat is wel mooi. Zijn muziek voor bijvoorbeeld The Pledge vind ik prachtig, maar de score voor Gladiator bijvoorbeeld gaat mij wat te ver. Ik hou van intieme filmmuziek met een hele sterke sfeer.  Toen  American Beauty uitkwam, stond ik te juichen: de film bewees dat een grote orkestrale score niet altijd nodig is. Daar komt bij: in Nederland hebben we daar ook vaak geen budget voor. Dus als een componist als Thomas Newman laat horen hoe je een goede score kan maken zonder groot orkest, dan word ik heel blij: een marimba kan ik wel betalen.’  

HM

De score van Het meisje en de dood is via iTunes beschikbaar.




Zie ook: www.bartvandelisdonk.nl 

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 170
Andere artikelen:
Boekbespreking - Vrouwelijke / mannelijke filmmuziek
Marvin Hamlisch - In memoriam
Ennio Morricone - Concertverslag
Bart Westerlaken - Interview
Christopher Young - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy