Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Armando Trovajoli - In memoriam
Score 172, 08 08 2013



DE MAN IN DE RODE FERRARI

Ter herinnering aan Armando Trovajoli

Het komt niet vaak voor dat een filmcomponist een rol speelt in de film waarvoor hij de muziek heeft geschreven. Vijftig jaar geleden overkwam het de Italiaan Armando Trovajoli. Op de laatste dag van februari van dit jaar overleed hij op hoge leeftijd in Rome. Met meer dan 200 scores op zijn naam was hij een van de productiefste filmcomponisten die tot op hoge leeftijd muziek voor films bleef schrijven.

      Armando Trovajoli (in de Ferrari) en Sophia Loren in Ieri, Oggi, Domani (1963)

Op de kop af vijftig jaar geleden beleefde de Italiaanse cinema artistiek en commercieel gouden jaren. Een van de grootste successen dat jaar was Ieri, oggi, domani van Vittorio de Sica met in de hoofdrollen ItaliŽ's toenmalige droomkoppel Sophia Loren en Marcello Mastroianni. In het middelste deel van de uit drie delen bestaande komedie - getiteld Anna - staan Loren en Mastroianni aan de kant van de weg nadat de laatste met de Rolls Royce convertible van Lorens man een aanrijding heeft veroorzaakt. De limousine is ernstig beschadigd en moet worden gerepareerd. Terwijl de onhandige Marcello verwoede pogingen daartoe onderneemt, passeert een rode Ferrari het stel en stopt. Uit de dynamische sportauto stapt een heer van middelbare leeftijd, stijlvol gekleed en uitermate hoffelijk: Armando Trovajoli. Hij biedt de ongedurige Sophia aan hulp te gaan halen, waarna zij lachend en zwaaiend met de playboy in de rode Ferrari wegrijdt, de teleurgestelde Marcello bij de Rolls Royce achterlatend.

Trovajoli was in de jaren '60 een van de meest gevraagde Italiaanse filmcomponisten, naast illustere namen als Rota, Nascimbene, Rustichelli en Morricone. Ten tijde van Ieri, oggi, domani was hij al een nationale bekendheid dankzij de muziek die hij had geschreven voor de musical Rugantino die in 1962 in Rome voor het eerst werd opgevoerd (tekst: Garinei & Giovan-nini). Een van de liedjes uit de musical, Roma nun fa la stupida stasera, zou alras uitgroeien tot een lofzang op de eeuwige stad. (De zoon die de componist en zijn eerste vrouw Pier Angeli in 1963 kregen heette Howard Andrew Rugantino.) Het beeld van de levensgenieter in de Ferrari California Spyder (mogelijk de duurste auto van dit moment, onlangs nog goed voor £ 5 miljoen) strookt niet met de mens Trovajoli zelf, zo lezen we in het boek Armando Trovajoli Ļ maar benadert wellicht zijn toenmalige sterrenstatus met een knipoog.

Liedjes

Armando Trovajoli (Rome, 1917) studeerde aan de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in zijn geboorteplaats. Ondanks zijn klassieke scholing aan dit conservatorium - hij studeerde af in piano en compositie - lag zijn voorliefde grotendeels bij jazzmuziek en al vanaf zijn tienerjaren speelde hij in diverse jazzbands. Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij voor de radio en eind jaren '40 richtte hij zijn pijlen op de film. Hij schreef het liedje Be-Bop voor de muzikale komedie Maracatumba ... ma non Ť una rumba (1949) en dirigeerde de muziek die Goffredo Petrassi had geschreven voor Riso amaro (1949). Vooral de laatste film - rauw en sensueel - was in binnen- en buitenland een groot succes. In 1951 schreef Trovajoli het liedje El negro zumbon dat Silvana Mangano zong in Anna, een indertijd populair melodrama van Alberto Lattuada waarvoor Nino Rota de originele muziek had geschreven (El negro zumbon had een Spaanse tekst; Mangano zong het niet zelf, maar werd gedubd door Flo Sandon's). Dit onweerstaanbare liedje werd nadien door veel zangeressen gecoverd, onder meer door AmŠlia Rodrigues en zette de componist stevig op de kaart wat leidde tot steeds meer aanbiedingen om zelf muziek te schrijven voor films, een klus die hij in die beginjaren regelmatig klaarde met een van de indertijd bekendste Italiaanse filmcomponisten, Angelo Francesco Lavagnino (tijdens zijn conservatoriumjaren was Trovajoli zijn leerling op het terrein van filmmuziek).

Een vroeg voorbeeld van deze samenwerking was het populaire La donna del fiume (1954) met Sophia Loren in een van haar eerste hoofdrollen. Voor haar schreef Trovajoli het liedje Che m'Ť imparato a fŗ dat in 1957 de eerste plaats van de Italiaanse hitparade bereikte. Ze zong het met Trovajoli en zijn orkest. Loren heeft veel te danken aan de componist en in voornoemd boek prijst ze hem uitbundig vanwege zijn rustige persoonlijkheid evenals zijn enorme talent als componist die traditionele stijlen feilloos wist te vermengen met moderne trends. Met een kwartet films van Vittorio de Sica en met Sophia Loren in de hoofdrol wist Trovajoli begin jaren '60 ook internationaal de aandacht te trekken.

Vooral met zijn serieuze, gevoelige score voor La ciociara (beter bekend als Two Women, de film waarvoor Loren een Oscar won) uit 1960 bewees de componist niet louter jazzy, populaire liedjes uit zijn mouw te kunnen schudden. La rifa, de episode die De Sica voor het vierluik Boccaccio '70 (1962) draaide, kende vrolijke kermismuziek die het volkse karakter van deze korte komedie met Loren als levende prijs in de schiettent perfect begeleidde. Dat volkse zat ook in het eerste deel van het drieluik Ieri, oggi, domani (1963) en werd afgewisseld met zang en jazz voor de andere delen. Het vierde Loren-De Sica-Trovajoli-vehikel was Matrimonio all'italiana (1964), een drama dat een weelderige, romantische orkestrale omlijsting kreeg.

De jaren '60 waren ongetwijfeld Trovajoli's gloriejaren. Niet alleen vanwege de vele filmscores, maar ook door musicals zoals het voornoemde Rugantino. Zijn werklust kende geen grenzen: gemiddeld tien scores deed hij per jaar, voornamelijk in het commedia all'italiana-genre. Dit waren in ei-gen land mateloos geliefde komedies die vaak ook buiten de landsgrenzen werden vertoond. Met een van de bekendste regisseurs uit die jaren, Dino Risi, werkte hij 21 keer samen. Ook voor regisseurs als Comencini, Monicelli, Bava, Pietrangeli, De Santis, Bolognini en Lizzani componeerde hij alsmede voor Franco Zeffirelli's vergeten filmdebuut Camping (1958). De stijl waarin Trovajoli schitterde was easy listening met een jazzy ondertoon. Deze muzikale cocktail mondde soms uit in pure lounge, muziek die ook nu nog een grote aantrekkingskracht onder muziekkenners geniet. Anders dan bij Rota en Morricone, de grootmeesters van de Italiaanse filmmuziek uit die dagen, is het lastig een aantal iconische scores van Trovajoli aan te wij-zen met composities die als het ware terstond weerklinken in ieders muzikale herinnering. Mogelijk is het feit dat hij aan de lopende band scores afleverde debet aan deze betrekkelijke anonimiteit. Tussen de vele komedies door waagde Trovajoli zich eenmaal aan een spaghettiwestern. Voor I lunghi giorni della vendetta (1967) componeerde hij een verdienstelijke score die duidelijk in de schaduw van de grote Morricone staat. Quentin Tarantino gebruikte een fragment uit het hoofdthema van deze score voor zijn eigen Kill Bill: Vol.1 (2003). Misschien toch nog een herkenbare tune die de componist onsterfelijk maakt?

Scola

In 1964 schreef Trovajoli de muziek voor Se permettete parliamo di donne, de debuutfilm van Ettore Scola. Met geen andere regisseur werkte hij zo hecht, veelvuldig en over een langere periode (40 jaar) samen als Scola. Voor in totaal 25 films componeerde hij uiteenlopende muziek: van easy listening voor komedies als Il commissario Pepe (1969) tot orkestrale klanken voor tragikomedies als C'eravamo tanto amati (1974) tot de gedragen muziek die te horen is aan het einde van Una giornata particolare (1977) met het droomkoppel van weleer in indrukwekkende hoofdrollen: Sophia en Marcello.

Ook voor spraakmakende films als Brutti, sporchi e cattivi (1976), La terrazza (1980), La nuit de Varennes (1982), La famiglia (1987), Splendor (1989) en La cena (1998) stond hij immer paraat voor zijn regisseur die de componist in het boek Armando Trovajoli prijst vanwege zijn gave om muziek en film op een magische wijze tot een eenheid te smeden. Met Scola's laatste film Gente di Roma eindigde in 2003 hun vruchtbare samenwerking die op eenzelfde voetstuk staat als de tandems Fellini-Rota en Leone-Morricone, zij het wellicht wat meer in de luwte, maar dat doet allemaal niets af aan de aanhoudende kwaliteit van zowel regisseur als componist.

De langzame neergang van de Italiaanse cinema die in de jaren '70 begon had voor Trovajoli onder meer tot gevolg dat enerzijds minder filmopdrachten zijn kant opkwamen en anderzijds steeds minder films met zijn muziek de landsgrenzen overstaken, zeker wat Nederland betreft. Uitge-zonderd een nieuwe film van Scola zagen we slechts incidenteel een film met Trovajoli's muziek, zoals Sessomatto (1973), Profumo di donna (1974), I nuovi mostri (1977) en Mogliamante (1977) en bleven we helaas verstoken van komedies die in ItaliŽ enorm populair waren zoals L'anatra all'arancia (1975) en Telefoni bianchi (1976). Echt ernstig werd de situatie na 1980 toen Italiaanse films vrijwel uitsluitend in de filmhuizen werden vertoond. De laatste Trovajolifilm die in de Nederlandse bioscopen te zien is geweest is de documentaire Marcello Mastroianni: mi ricordo, sž, io mi ricordo (1997). De zwanenzang van Scola (Gente di Roma, 2003) werd hier niet eens meer vertoond evenmin als Trovajoli's laatste film La vita Ť una cosa meravigliosa (2010), wat vooral jammer is omdat het hier een onvervalste komedie betreft, het genre waarin hij ooit excelleerde.

Armando Trovajoli heeft, op enkele uitzonderingen na, nooit voor buitenlandse films gecomponeerd. In Hollywood is hij nooit werkzaam geweest, hoewel The Valachi Papers (1972) van Terence Young een Engelstalige productie was (in feite betreft het hier een Frans-Italiaanse coproductie die werd opgenomen in New York). Daarnaast werkte hij sporadisch voor Franse films als Maigret ŗ Pigalle (1966), La nuit de Varennes (1982) en Frankenstein 90 (1984).

Trovajoli werd vaak gekarakteriseerd als een eclecticus. In zijn filmcomposities gebruikte hij elementen uit jazz, easy listening, Italiaanse volksmuziek, popmuziek en licht klassieke werken. Uit deze cocktail van uiteenlopende stijlen creŽerde hij aangename, melodieuze scores die telkens blijk gaven van bezieling en vakmanschap. Opvallend kenmerk in zijn scores is de liedjesstructuur die teruggaat naar zijn beginjaren als componist. Niet zozeer lange orkestrale nummers schreef hij, maar korte afgeronde melodieŽn in de vorm van liedjes. Een prachtig voorbeeld is zijn veelzijdige, tragikomische score voor Profumo di donna: na een gevoelig hoofdthema horen we verschillende prachtig uitgewerkte composities in diverse muziekstijlen, variŽrend van jazzy nummers tot populaire deuntjes. In feite hebben we hier te maken met een verzameling hits die ook op geluidsdrager voor een aangename luisterervaring zorgt.

Trovajoli was een man van superlatieven: hij componeerde voor meer dan 200 films, hij werkte intensief samen met meerdere regisseurs, zijn carriŤre duurde acht decennia lang en aan zijn stroom pakkende composities leek maar geen einde te komen. Meest in het oog springende feit was wel zijn leeftijd. Op 92-jarige leeftijd leverde hij zijn laatste score af, een uniek wapenfeit dat wellicht geen filmcomponist van zijn status hem na zal doen. Zijn overlijden drie maanden geleden op ruim 95-jarige leeftijd was een laatste mijlpaal van deze componist die vaak onterecht in de schaduw van zijn collega's heeft gestaan.

Ļ Armando Trovajoli. Maurizio Baroni, Marco D'Ubaldo. Mediane srl, Milaan, 2007.                                                   

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 172
Andere artikelen:
Boekbespreking - Afgewezen scores
Armando Trovajoli - In memoriam
Martin van Wouw - Interview
Paul M. van Brugge - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy