Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Wojciech Kilar - In memoriam
Score 176, 27 05 2014



EXPRESSIEVE KLANKEN VOOR DE FILM- EN CONCERTZAAL

Bij het overlijden van Wojciech Kilar

In eigen land werd Wojciech Kilar gevierd als een van de grote hedendaagse Poolse componisten. Vlak voor de jaarwisseling overleed hij in zijn woonplaats Katowice op 81-jarige leeftijd. Het grote publiek kent hem vooral van de indrukwekkende score voor Bram Stoker's Dracula van Francis Ford Coppola. Maar de gerenommeerde Poolse componist schreef nog meer boeiende muziek, ook als componist van klassieke werken.

Kilar werd in 1932 geboren in Lwów (het huidige Oekraïense Lviv). Vanaf 1948 tot aan zijn overlijden woonde hij in Katowice, met uitzondering van zijn laatste studiejaren die hij doorbracht in Krakau en in Parijs waar hij dankzij een Franse studiebeurs in 1959-1960 compositie studeerde bij Nadia Boulanger. In de daaropvolgende jaren ontpopte Kilar zich samen met Henryk Górecki (1933-2010) en Krzysztof Penderecki (1933-) als een van de wegbereiders van de Poolse avant-garde die in de jaren '60 een van de toonaangevende klassieke scholen was. Deze componisten gebruikten elementen van modernistische muziekstijlen die elders reeds gemeengoed waren geworden en componeerden ook veelvuldig in een idioom dat sporen vertoonde van wat later als minimalistische muziek bekend zou worden.

Zanussi

Al in 1958 was Kilar voorzichtig aan een tweede carrière als filmcomponist begonnen. De eerste films uit zijn uit meer dan 150 scores bestaande filmwerk bleven alle verscholen achter het IJzeren Gordijn op een enkele film na zoals Salto (1965) van Tadeusz Konwicki met Zbigniew Cybulski, de eertijds bekendste Poolse filmacteur, in de hoofdrol. Een eerste belangrijke samenwerking was met regisseur Jerzy Hoffman (Trzy kroki po ziemi (1965)) en met Wojciech Has (Lalka (1968)). Voor Hoffman zou Kilar later een prachtige wals schrijven voor diens film Trędowata (1976). Echt op stoom raakte Kilars filmcarrière met Struktura krysztalu (1969), de eerste film van Krzysztof Zanussi waarvoor hij de muziek zou schrijven. Zonder twijfel is de samenwerking met Zanussi de meest hechte geweest. In een documentaire uit 2012 vertelt de regisseur hoe een samenwerking met Henryk Górecki afketste en Kilar zijn laatste hoop bleek te zijn. Een geluk, want gedurende vier decennia zou Kilar nagenoeg al zijn films scoren. Wilde Zanussi bij hun eerste film nog dat de componist muziek zou schrijven vóór de opnamen - een extravagant idee volgens de componist - vanaf hun tweede film zou Zanussi de componist niets meer voorschrijven omdat hij op zijn muzikale smaak kon vertrouwen en om die reden stelde zijn muziek hem nimmer teleur.

Enkele belangrijke films van Zanussi en Kilar zijn Iluminacja (1973), Bilans kwartalny (1975), Spirala (1978), Kontrakt (1980), Imperativ (1982), Rok spokojnego slonca (winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië onder de Engelse titel A Year of the Quiet Sun) (1984), Wherever You Are ... (1988), Zycie za zycie (1991), Cwał (1996), Our God's Brother (1997), Persona non grata (2005), Il sole nero (2007) en Rewyzita (2009), hun laatste gezamenlijke film. Terugblikkend merkt Zanussi in de documentaire op dat beiden ook goed bevriend waren, niet in de laatste plaats vanwege hun geloof, een onderwerp waarover ze vaker spraken dan over muziek. Kilar van zijn kant had geregeld moeite met Zanussi's films omdat die zo weinig emotie kenden, een punt van kritiek dat ook in de pers regelmatig werd geuit.

Industrieel

Heel anders was dat bij een andere Poolse regisseur met wie Kilar regelmatig - zij het minder vaak dan met Zanussi - werkte: Andrzej Wajda. Voor deze reus van de naoorlogse Poolse cinema schreef de componist zes scores over een periode van iets meer dan 25 jaar. Hun eerste samenwerking vormt meteen een mijlpaal in de filmcarrière van de componist. Ziemia obiecana (Het land van de grote belofte) uit 1975 was een drie uur durend epos over de opkomst van Łódź als industriestad, vrij naar de roman van Nobelprijswinnaar Władysław Reymont. Twee composities steken nog steeds met kop en schouders boven de rest van de originele score uit: een levendige wals en bovenal het industriethema dat reeds tijdens de begintitels weerklinkt. In een documentaire over de componist uit 2012 roemt Wajda dat industriële thema nog steeds vanwege de verwachtingen die het schept onder de eerste beelden van de rokende schoorstenen en het proletariaat in de belangrijkste Poolse industriestad anno 1900. Het walsthema daarentegen begeleidt de liefdesscènes en juist deze muziek vervulde zijn verwachtingen door op perfecte wijze leven en dood te verenigen, aldus de regisseur in de documentaire.

Dat ritmisch gedreven noodlotsthema zou in veel komende scores in een nieuw jasje op de een of andere manier te horen zijn. De voor een Oscar genomineerde film vergrootte zowel Wajda's als Kilars bekendheid in het buitenland. Beiden werkten samen aan nog vijf andere films: Smuga cienia (naar Joseph Conrads The Shadow Line, 1976), Kronika wypadków miłosnych (Chronicle of Amorous Accidents) (1986), Korczak (1990), Pan Tadeusz (1999) en Zemsta (2002). De majestueuze cavaleriemars uit Kronika wypadków miłosnych begint met een opgewekt marstempo dat tegen het einde overgaat in een ritmisch machinetempo. Dreigend en somber is de compositie Umschlagplatz uit Korczak over de Poolse pedagoog Janusz Korczak die in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig met zijn Joodse weeskinderen naar het vernietigingskamp Treblinka werd gevoerd. Geheel anders van toon is de wervelende polonaise die de uiterst melodieuze score van Pan Tadeusz afsluit en waarmee de componist zijn modernistische veren grotendeels leek te hebben afgeschud. Bij nadere beluistering blijkt dat mee te vallen, want dissonante klanken, een vaak minimalistische structuur en uitermate expressieve, vaak door zangstemmen begeleide composities bleven Kilars filmwerk kenmerken.

Die minder uitgesproken experimentele stijl werd misschien wel het beste geïllustreerd met zijn bekendste score die hij voor Francis Ford Coppola's Bram Stoker's Dracula (1992) componeerde. De overweldigende score bestaat uit een verzameling expressieve composities die niet alleen de angst en terreur van het verhaal moeiteloos versterken, maar ook de emotionele relaties tussen de hoofdpersonen treffend benadrukken met her en der een luchtige kwinkslag. De typische kenmerken van de componist zoals de groots klinkende repetitieve stukken wier pracht zich in een slepend tempo openbaart, regelmatige koorzang en een sterk melodisch bouwwerk komen ruimschoots aan bod en stuwen de muziek naar ongekende hoogten, waardoor de expressieve kracht van de muziek perfect samensmelt met de visueel overrompelende beeldenpracht. In voornoemde documentaire stelt Zanussi dat het succes van Dracula vooral te danken was aan de muziek. Bij deze film werkten volgens hem regisseur en componist perfect samen, wat resulteerde in misschien wel hèt schoolvoorbeeld van een dergelijke samenwerking. 

Polanski

Na eerdere uitstapjes naar het buitenland zoals de Franse animatiefilm Le roi et l'oiseau (1980) en de Franse tv-serie Napoléon et l'Europe (1991) zette Dracula de Pool definitief op de wereldkaart van de filmmuziek. Tot vele buitenlandse aanbiedingen is het daarna niet echt gekomen, laat staan tot een nieuw meesterstuk. Naar verluidt wilde de componist niet weer een horrorscore schrijven en voelde hij zich in zijn woonplaats erg thuis. Wel kwam het tot een ontmoeting met die andere grote Poolse filmregisseur: Roman Polanski. Driemaal zouden de Polen samenwerken, te beginnen met Death and the Maiden (1994), waarvan de score met een omineus slepend thema opent. Na The Ninth Gate (1999) was het vooral The Pianist (2002) waarmee regisseur en componist succes oogstten. En dat is vreemd want het hoofdthema van de film is feitelijk het enige me-morabele stuk uit de originele score. Maar wie het heeft gehoord, zal het niet snel vergeten: een kort indringend stuk dat wordt gedragen door een klarinetsolo. The Pianist leverde Kilar een César op en boezemt de luisteraar nog steeds mededogen met de hoofdfiguur uit de film in. Een nieuwe opdracht uit Hollywood volgde met The Portrait of a Lady (1996) van Jane Campion. Dit weinig overtuigende kostuumdrama naar Henry James was bij verschijnen geen onverdeeld succes wat door de immer meeslepende, romantische muziek van de Poolse componist enigszins teniet werd gedaan. 

                          Roman Polanski en Wojciech Kilar in 1999
 
Kilar heeft ook bij twee gelegenheden gewerkt met Krzysztof Kieślowski, een andere eminente Poolse filmregisseur. Na een korte documentaire (Z punktu widzenia nocnego portiera, 1979) schreef hij de muziek voor diens Przypadek (Blind Chance) (1987), vlak voordat de regisseur ook internationaal de aandacht zou trekken met de  twee lange delen uit zijn vermaarde Dekalog. Behalve een laatste Hollywood-film - We Own the Night (2007) van James Gray - bleef Kilars filmwerk in zijn nadagen vooral gericht op zijn associatie met Zanussi, wiens films lang niet altijd succesvol bleken buiten Polen, als ze daar al werden vertoond. Dit is dan ook altijd de blinde vlek binnen Kilars filmwerk gebleven, ook omdat weinig hiervan op geluidsdrager is verschenen, wat erg jammer is getuige gevoelige thema's uit films als Bilans kwartalny en Kontrakt. Rewyzita (2009) zou hun laatste gezamenlijke film zijn en voor de componist zelfs de laatste muziek voor een speelfilm. De in eigen land in hoog aanzien staande componist had echter al in eerdere jaren laten doorschemeren dat hij zijn klassieke werken boven zijn filmwerk stelde en de lange reeks werken voor de concertzaal was daar een overtuigend bewijs van. 

Krzesany, een symfonisch gedicht uit 1974, wordt algemeen beschouwd als een keerpunt in het klassieke œuvre van de componist die zich steeds meer ging toeleggen op het verwerken van Poolse volksmuziek en katholieke kerkmuziek in zijn composities, zonder daarbij de vaak repetitieve, minimalistische akkoordprogressies achterwege te laten. Toegankelijkheid en melodie voeren in de late concertante werken vaak de boventoon wat in zijn filmwerk reeds allerwegen te beluisteren viel. Belangrijke werken in het klassieke repertoire zijn Angelus (1984), het Pianoconcert (1997) en de September Symfonie (2003) ter nagedachtenis aan de slachtoffers van 11 september 2001. Het katholieke geloof komt voorts tot uitdrukking in menig klassiek stuk met koorzang zoals Exodus (1981), met zijn kenmerkende bolerostructuur, Angelus en de korte compositie Victoria (1983). Vooral dat laatste werk is interessant als voorstudie voor Kilars bekendste score Dracula, want we horen in Victoria krachtige zang en een dreigend ritme als basis, hetgeen moeiteloos verklaart waar - om in bijbelse termen te spreken - Abraham Kilar voor Coppola's film de muzikale mosterd heeft gehaald. En hiermee wordt de wisselwerking tussen de beide muzikale domeinen van de componist eens temeer duidelijk. Wat beide werelden vooral verbindt is de expressieve kracht van de composities. Daar zal de bezoeker van de concertzaal wellicht net zo over denken als de toeschouwer in de bioscoopzaal.

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 176
Andere artikelen:
Boekbespreking - Fantasymuziek ontleed
Riz Ortolani - In memoriam
Oscar 2013 - Muziekgeluiden die abrupt eindigen
Wojciech Kilar - In memoriam
Zsófia Tallér - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy