Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Elmer Bernstein - Portret
Score 121, 20 01 2006



De waarde van impliciete muziek - Een portret van Elmer Bernstein - Verschenen in Score 121, december 2001

Filmmuziek bestaat niet. Tenminste als je afgaat op de woorden van Elmer Bernstein dat ‘the truly fascinating thing about scoring films is that it allows for any kind of music.’ ‘Ik ben dan ook geen aanhanger van een bepaalde stijl’, heeft hij daar bij herhaling aan toegevoegd.

Volgend jaar wordt hij tachtig, dit najaar zou hij tijdens het Gentse filmfestival acte de presence geven, maar dat ging helaas niet door.

Filmmuziek is voor Bernstein nimmer een beperkt genre geweest. Dat componeren voor film het in de ogen van sommigen te veel gebonden is aan allerlei voor een deel zelfs niet-muzikale eisen, wuift hij weg als een niet serieus te nemen vooringenomenheid. Immers, elke muzikale vorm heeft zijn beperkingen, ook de opera of de driedelige fuga. Bernstein: ‘Je kunt toch moeilijk Prokofievs score voor Alexander Nevsky een beperkte compositie noemen, of Vaughan Williams’ Scott of the Antarctic of zelfs maar Korngolds The Adventures of Robin Hood.’ Filmcomponisten zouden hun ziel hebben verkocht aan een duivelse business waarvan de morele drijfveren op zijn minst suspect zijn. Maar ja, riposteert Bernstein dan terecht, Joseph Haydn had zich verbonden aan het hof van de Eszterhazy’s: ook geen gering obstakel, ook geen artistieke vrijheid tout court en toch schreef hij prachtige muziek.

Timing

Elmer Bernstein werd in muzikale zin opgeleid door onder anderen de grote Aaron Copland - wiens invloed vooral in zijn westernscores merkbaar is - en de minder bekende (maar de laatste jaren weer wat uit de mottenballen herrezen) Stefan Wolpe, een componist aan wie Bernstein vooral de ritmische energie, zo kenmerkend voor zijn filmscores, heeft ontleend.

Die gedegen scholing maakte mede dat hij tot een van de meest dynamische en productieve filmcomponisten van de afgelopen vijftig jaar kon uitgroeien. Vitaal, energiek, en begiftigd met een ogenschijnlijk nimmer verstommend talent voor het schrijven van fraaie thema’s met grote muzikale zeggingskracht. Thema’s zoals die van The Man with the Golden Arm, Walk on the Wild Side, To kill a Mockingbird, The Magnificent Seven, The Great Escape of meer recent The Age of Innocence. Hoogtepunten in zijn loopbaan, hoogtepunten in de naoorlogse filmmuziek.

Bernstein schreef voor een breed scala aan genres, van westerns tot komedies, waarbij hij wat de laatste categorie betreft steeds vrij eenduidige dramatische scores is blijven componeren die uitblinken in hun natuurlijke gevoel voor timing. Niet zijn beste scores overigens, die komedies, maar wel een bewijs van zijn compositorische reikwijdte - denk in dat verband ook aan de lichtvoetige western The Scalphunters of aan het meer recente Wild Wild West.

Een van zijn fraaiste prestaties van de laatste jaren is ongetwijfeld zijn ‘bewerking’ van Bernard Herrmanns oorspronkelijke Cape Fear-score voor de remake van die film door Martin Scorcese. Bernstein zag kans de oorspronkelijke score te verrijken met delen uit Herrmanns door Hitchcock afgewezen score voor Torn Curtain

Bernard Herrmann is een van Bernsteins helden en zijn recente werk voor Robert Bentons Twilight ziet hij dan ook als een hommage aan Herrmann en aan een andere goede muzikale vriend: David Raksin.

Kamermuziek en jazz

In de jaren vijftig, hetzelfde tijdvak waarin hij zijn reputatie zou vestigen, is Bernstein nog een tijdje blacklisted geweest dankzij de malicieuze activiteiten van de gevreesde senator McCarthy en zijn aanhang die jacht maakten op alles wat linkse sympathieën had. Bernstein komt er nog altijd rond voor uit dat hij in die dagen ‘very active in left wing causes’ is geweest. Het veroordeelde hem helaas tot tweederangs werk voor derderangs films die, zoals zo vaak het geval is, nu een cultstatus hebben: Robot Monster en Cat Woman on the Moon.

Bernstein had toen al min of meer definitief de aandacht op zich gevestigd met zijn derde filmscore, Sudden Fear uit 1952, een Joan Crawford-vehikel, dat nu vooral nog memorabel is vanwege juist die muziek: het spaarzame gebruik van exotische instrumenten en van solo-instrumenten (zoals de piano en de fluit). Een soort kamermuziek, en dat was een opvallende afwijking van de mainstream Hollywood-score, die voornamelijk in een symfonische traditie was geworteld.

Die intieme, uiterst transparante ‘kamermuziek’ is Bernstein overigens tot op de dag van vandaag blijven schrijven: luister naar de score voor My Left Foot, waarin ook het merkwaardige instrument Ondes Martenot (een soort elektronisch keyboard) opduikt, net als in enige van zijn andere scores, bijvoorbeeld die voor de tekenfilm The Black Cauldron, waarin het een spookachtig sci-fi effect heeft (zo wordt beweerd, ik ken score noch film, hm). 

Een van zijn fraaiste scores uit de ‘intieme’ categorie is To Kill a Mockingbird, dat opent met een hele simpele met de rechterhand op de piano gespeelde melodie. De score is ‘georkestreerd’ met harp-achtige en bel-of klokachtige geluiden. Een voltreffer, gezien de strekking van de film, vindt ook Bernstein zelf, die de inzet van de muziek beschouwt als een van die zeldzame gelegenheden waarbij hij al componist precies de goede ‘toon’ trof. (Overigens is in de film die opening vervangen door een neuriënd kind, waarna de muziek pas echt inzet.)

Tot zijn niet geringe reputatie heeft zeker ook bijgedragen dat Bernstein, samen met bijvoorbeeld Alex North, een van de pioniers in het gebruik van jazz-achtige elementen in filmmuziek is geweest. Zo paste hij bepaalde voor jazz typerende harmonische beperkingen toe in zijn uiterst innovatieve en nu klassieke score voor Otto Premingers The Man with the Golden Arm uit 1955. Maar tot jazz pur sang kwam het vrijwel nooit: dat wil zeggen er was geen sprake van  - letterlijk - vrij spel voor de uitvoerende muzikanten. Hij gebruikte veeleer de muzikale ‘kleur’ van jazz. Uitzondering is de befaamde cold turkey-sequentie in de The Man with the Golden Arm: daar vliegt Bernsteins score bewust en helemaal volgens de ‘regels’ van de free-jazz uit de bocht.

Tegen de film

Bernstein gaat altijd zeer consciëntieus te werk: ‘The film talks to me. I don’t talk to the film.’ Dat betekent dat hij een film eerst een keer of twintig gaat zien, alvorens ook maar een noot op papier te zetten. Soms, zegt hij, is de conclusie van al dat kijken dat het goed is om een film muzikaal gesproken ‘emotioneel’ neer te zetten, maar even zo vaak is het beter om je als componist gedeisd te houden: ‘to kill time in an interesting way’.

Voorbeeld: in 1956 schreef hij muziek voor Men in War. Een simpel verhaal dat zich afspeelt tijdens de Koreaanse oorlog over een belegerd peloton soldaten. Een goede film, maar ook een film die zich in weinig onderscheidde van de meeste oorlogsfilms, meent (en meende) Bernstein. Hoe daar muzikaal op te reageren? Ineens viel Bernstein iets op: de soldaten bewogen zich door een fraai landelijk gebied waar overal het vijandelijk gevaar kon loeren. Met muziek hoefde hij dat gevaar niet nog eens te benadrukken, maar wat hij wel kon doen was die prachtige omgeving muzikaal becommentariëren en verklanken. Dat betekende dat hij muziek moest schrijven over de verborgen schoonheid van de bossen, de vogels, de dieren, kortom over het pastorale gevoel dat die natuur opriep. Bernstein schreef met andere woorden tegen de film in. Hij ‘beschreef’ dat wat impliciet bleef in de beelden en in de handeling, dat wat de toeschouwer nooit was opgevallen als er geen muziek aan te pas was gekomen. Bernstein: ‘That to me is the best use of music in a film.

Want dit is Bernsteins onverbiddelijke credo: een filmcomponist kan pas tot grote bloei komen als hij goed gevoed wordt, dat wil zeggen als de film in artistiek opzicht geslaagd is. Pas dan kan hij een score maken die ‘muzikaal impliciet’ is, zoals Bernstein dat noemt. Die datgene wat tussen de regels blijft - noem het maar de subtekst van de film - adequaat weet weer te geven of zelfs weet op te roepen. 

Junk

Maar helaas, tegenwoordig zijn films soms zo ‘simple-minded’ - en het lijkt, nee het is wel zeker dat hun aantal met het jaar groeit - dat een componist als Bernstein er letterlijk bijna geen muziek meer in ziet. ‘It’s all explicit - and that’s the hardest kind of film to score.’ Je moet dan heel goed oppassen dat je niet stompzinnig en oneindig saai wordt, aldus Bernstein. Sommige films zijn zelfs zo plat dat ‘interpretatieve muziek’ sowieso niet meer nodig is. 

Zelf is Bernstein zoveel als mogelijk blijven kiezen voor wat gemakshalve de (Amerikaanse) kwaliteitsfilm genoemd zou kunnen worden: Martin Scorceses The Age of Innocence, Jim Sheridans My Left Foot, Martha Coolidges Rambling Rose , Al Pacino’s Chinese Coffee, het ondergewaardeerde Keeping the Faith, het regiedebuut van acteur Edward Norton, en binnenkort Martin Scorceses lang verwachte The Gangs of New York.

Films are more tracked than scored, ’oordeelt Bernstein over de huidige situatie. Muziek is iets wat er bij komt, het is in veel gevallen geen intrinsiek deel meer van de textuur van een film. De grote Amerikaanse filmcomponist is nogal pessimistisch. Er zijn uitzonderingen, zegt hij, maar in de meeste gevallen is film een special-effects medium geworden. Er is een naar zijn smaak te grote sprong gemaakt in de richting van sensatie: special effects zijn niet minder dan een aanslag op de sensibiliteit en hebben niets te maken met echte emoties. 

Oude mannenpraat? Bernstein voelt zich in ieder geval niet echt thuis in het huidige Hollywoodklimaat, zoveel is duidelijk, en geef hem is ongelijk. ‘It’s a junk culture, and people buy junk.’

HM


Voor veel (betrouwbare) informatie over biografie, filmografie en discografie en over huidige projecten, zie www.elmerbernstein.com

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 121
Andere artikelen:
Elmer Bernstein - Portret
Nederlands Film Festival 2001 - Verslag
Gabriel Yared - Portret
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy