Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Jóhann Jóhannsson - Interview
Score 180, 24 03 2015

MUZIEK DIE WIELEN DOET BEWEGEN

Jóhann Jóhannsson over zijn muziek voor The Theory of Everything
Een van de nieuwe grote namen in de wereld van de internationale filmmuziek is Jóhann Jóhannsson. Al vanaf het begin van deze eeuw heeft hij voor drie dozijn films de muziek gecomponeerd, allereerst in zijn vaderland IJsland maar al gauw in andere Europese landen en daarbuiten. Vorig jaar viel hij op met zijn indringende, gedragen score voor Prisoners. Dit jaar volgden onder meer het Hongaarse Le grand cahier en op de valreep het Britse drama The Theory of Everything. Deze laatste film gaat binnenkort, op 15 januari, in Nederland in roulatie.

In The Theory of Everything van James Marsh maken we kennis met een jonge Stephen Hawking die zich nog niet als een hoopje mens voortbeweegt in een rolstoel, sprekend met behulp van een computer. In de film van Marsh groeit de nog onbekende natuurkundige, kosmoloog en latere auteur van A Brief History of Time in de jaren '50 en '60 op en leert hij zijn eerste vrouw Jane kennen. Jóhannsson (Reykjavik, 1969) en Marsh kenden elkaar van The Good Life, een kleine Deense documentaire uit 2010 waar zij beiden bij betrokken waren. Door het succes van Prisoners kon Marsh de producenten van The Theory of Everything gemakkelijker overhalen Jóhannsson voor de muziek te strikken. Hoe bereidde Jóhannsson zich op deze klus voor? ‘Ik las A Brief History of Time jaren geleden op de universiteit en ik ben altijd gefascineerd geweest door de mens Hawking en zijn ideeën. Eigenlijk lees ik niet veel natuurkundige boeken, maar ik werd dit keer geraakt door de wijze waarop hij het ontstaan van het universum uiteenzet. Dat doet hij heel toegankelijk, in een prachtige, poëtische stijl.’ Die voorliefde voor taal is niet vreemd aangezien Jóhannsson letterkunde studeerde aan de Universiteit van IJsland te Reykjavik. Het vooruitzicht samen te mogen werken met James Marsh, maker van de indrukwekkende documentaire Man on Wire (2008), aan een film over het leven van de legendarische Britse wetenschapper was dan ook groot te noemen.

Wielen

Jóhannsson schreef diverse thema's, waaronder een jachtig hoofdthema dat weerklinkt aan het begin van de film. Jóhannsson: ‘In een van de eerste stukken die ik schreef wilde ik beweging laten doorklinken. We zien Stephen Hawking hoe hij zich in zijn rolstoel voortbeweegt en via een vernuftige montage met allerhande wielen gaan we naar de wielen van de fiets waarmee hij in Cambridge begin jaren '60 op weg is naar de universiteit. Hier zien we een jonge man in de kracht van zijn leven, omringd door net zo wijze jonge mannen in een vreugdevolle en dynamische omgeving. En dus hadden we een opgewekte compositie vol beweging nodig om de film mee te openen. Het gaat hier om een kort ostinatomotief bestaande uit vier noten en dit motief groeide uit tot de bron van andere stukken later in de film. Het duikt gaandeweg de film steeds weer op in wisselende variaties.’ Na dit opgewekte, welhaast lieflijke begin slaat het noodlot gauw toe. In Collapsing Inwards voegt Jóhannsson donkere soundscapes toe aan de orkestrale klanken: Hawking krijgt in het ziekenhuis te horen dat zijn lichaam langzaam dreigt te verlammen en dat hij nog maar twee jaar te leven heeft.

           Eddie Redmayne (r.) als Stephen Hawking in The Theory of Everything.
 
Een opvallend instrument in de score is de celesta. Jóhannsson: ‘De celesta heb ik door de hele score heen gebruikt. In The Origins of Time soleert het instrument zelfs.’ The Origins of Time is een van de vele thema's die Jóhannsson schreef. ‘Ik heb thema's en melodieën geschreven die horen bij bepaalde scčnes. The Origins of Time is voor het moment waarop Hawking het onderwerp van zijn dissertatie aankondigt. Dezelfde melodie horen we direct daarna in Viva Voce wanneer hij een van zijn ideeën uiteenzet waarmee hij later bekend is geworden. En dan is er een soort van liefdesthema dat te horen is gedurende een intiem moment tussen Stephen en Jane en het duikt ook op als ze uit elkaar gaan.’ De score werd door Jóhannsson bewust kleinschalig gehouden, op het intieme af. ‘Het grootste gedeelte zoals het orkest, de piano, de harp en de celesta, werd opgenomen in Abbey Road in Londen. Het componeren vond plaats in mijn studio in Berlijn waar ik woon. Hier heb ik enkele pianopartijen en enkele elektronische instrumenten opgenomen evenals de glasharmonica. Dat is een instrument gemaakt van glazen schalen die worden gestemd. Je bespeelt het met natte vingers en het zorgt voor een prachtig geluid. Ik heb het gebruikt voor de track Coma.’

Pijporgel

De glasharmonica kwam ook veel voor in Prisoners. Een ander ongebruikelijk instrument dat Jóhannsson voor dit beklemmende drama van Denis Villeneuve gebruikte was het pijporgel. ‘Ik houd erg van dit instrument, het zorgt voor een krachtig geluid in mijn composities. Maar ik pas het op een speciale wijze toe, meer als patroon zeg maar. Neem nu Prisoners, ik toog naar een grote stenen kerk uit de laat negentiende eeuw in Kopenhagen en maakte hier opnamen met het enorme pijporgel. Echter, ik nam alleen de lagere octaven, de basisnoten, op alsmede enkele improvisaties van clusters en verwerkte die uiteindelijk in de soundscapes die ik voor Prisoners wilde gebruiken. Denis Villeneuve en ik deden veel moeite om de juiste toon te vinden, waarbij we probeerden thrillercliché's te vermijden. We zochten muziek die spanning teweeg diende te brengen en die de suspense moest versterken zonder daarbij terug te vallen op typische suspensemuziek.’ Deze buitengewoon effectieve score vormt een boeiend hoogtepunt binnen Jóhannssons śuvre. Waar komt die voorliefde voor dit buitenissige instrument vandaan? ‘Ik herinner me dat mijn grootvader het orgel bespeelde in de kerk als begeleiding van het koor. Hij leerde mij enkele oude protestantse hymnen spelen op het harmonium, een soort pomporgel en die IJslandse composities vormden mijn eerste muzikale exercities en uiteindelijk was die muziek van grote invloed op Prisoners.’

Wat voor betekenis heeft deze bijzondere score voor Jóhannssons carričre gehad? ‘Hij opende de ogen van het publiek voor mijn muziek. Vóór Prisoners was ik al erg druk met muziek maken, zowel voor eigen projecten als met andere artiesten. In die gevallen ging het niet om filmmuziek. Dankzij Prisoners kan ik voor grotere producties werken. De producenten en de regisseur van deze film wilden mijn unieke muziekgeluid. Ze wilden niet dat mijn muziek zou klinken als andere scores en zo kon ik mijn eigen stem in de muziek laten doorklinken. In deze wereld van grote producties is dat niet altijd even makkelijk. Ik was dan ook erg verguld om bij deze film betrokken te zijn.’
                     Jake Gyllenhaal en Hugh Jackman in Prisoners.
 
Het is een lange weg van IJsland naar Denemarken, Berlijn en uiteindelijk de Verenigde Staten, waar Prisoners zich af-speelt. Hoe is Jóhannsson de filmwereld binnengerold? ‘Ik kreeg op jonge leeftijd naast pianoles ook tromboneles, dat waren eigenlijk mijn eerste instrumenten. Ook speelde ik als kind in brassbands. Op mijn achttiende stopte ik met lessen en ging ik in bands spelen. Na mijn twintigste deed ik talloze muzikale projecten en studeerde ik compositie voor orkest en klassieke instrumenten. Mijn eigen stijl heb ik in die jaren binnen de experimentele elektronische en alternatieve muziek ontwikkeld. Na verloop van tijd werkte ik steeds meer met klassieke instrumenten en verwerkte ik invloeden uit de klassieke muziek in mijn werk. Ik was toen vooral in de theaterwereld werkzaam waar mijn composities een filmische indruk maakten, alsof ik een filmscore had gecomponeerd. Vervolgens bracht ik platen uit onder mijn eigen naam. Mijn eerste album als Jóhann Jóhannsson verscheen in 2001, getiteld Englabörn. Het betrof hier muziek die ik oorspronkelijk had geschreven voor een toneelstuk uit 1999. Van die muziek maakte ik een soort suite en met dit album vestigde ik min of meer mijn naam als componist.’

Internationaal

Dankzij Jóhannssons filmische toneelmuziek volgden rond 2000 al gauw aanbiedingen uit de filmwereld. ‘Ik deed drie films in IJsland. Daarna verhuisde ik naar Kopenhagen en daar werkte ik ook voor een aantal films. Toen kreeg ik het aanbod om de muziek te schrijven voor een kleine sciencefictionfilm die werd opgenomen in Mexico, waarna ik een paar Hongaarse films, een Chinese film en enkele Belgische films deed. Ik ben internationaal erg actief geweest.’ Jóhannsson wijst in dit verband nadrukkelijk op de platen die hij in de loop van deze eeuw heeft uitgebracht. Die werden in veel landen uitgebracht en dankzij recensies kwamen ze al gauw onder de aandacht van een groeiend publiek. Zijn muziek werd in films gebruikt en al snel werd hij benaderd voor nieuwe scores. Is Jóhannsson ondanks de internationale successen nog steeds bereid om voor een IJslandse film te werken? ‘Zeker. Als het gaat om projecten die iets speciaals te bieden hebben en een zekere kwaliteit bezitten, wil ik mij graag voor die films inzetten. Het maakt me dan niet uit waar die films worden gemaakt of met welk budget ze worden gemaakt. Zolang ik met mijn bijdrage het verschil kan maken, ben ik geďnteresseerd.’

Een exceptionele film waaraan Jóhannsson de afgelopen jaren heeft gewerkt is End of Summer. Het bijzondere aan deze kortefilm is dat Jóhannsson zowel als componist, regisseur, scenarist en cameraman eraan werkte. Hoe kwam het tot deze film? ‘Ik bezocht Antarctica in februari 2013 en in mijn bagage zat een filmuitrusting bestaande uit een super 8 camera en apparatuur om geluid mee op te nemen. Ik had niet het voornemen om er een film op te nemen, maar meer om de sfeer vast te leggen. Wat me vooral bezighield was het opnemen van het geluid aldaar. Toen ik weer thuis was en de opnamen bekeek was ik verbijsterd door de zwart-wit beelden. Het leek alsof de film was opgenomen in de jaren '20 van de vorige eeuw. Dankzij de goede kwaliteit besloot ik er een film van een half uur van te maken. De muziek voor de film componeerde ik samen met een celliste en vriendin van me, Hildur Guđnadóttir en een Amerikaanse zanger, Robert Lowe. Het gaat uiteindelijk alleen om beelden van pinguďns, zeehondjes en ijsbergen, ondersteund door muziek en geluid.’ De film ging afgelopen november in premičre in Kopenhagen, maar van een uitgebreide uitbreng zal waarschijnlijk geen sprake zijn aangezien het hier om een passieproject van de componist gaat. Naast enkele andere projecten waarbij muziek en film een verbond aangaan kunnen we onder meer een nieuwe score verwachten. ‘Ik ben nu bezig met de muziek voor de nieuwe film van Denis Villeneuve die Sicario heet en verder heb ik een opdracht gekregen voor een koor uit New York. De premičre is komende maart in het Metropolitan Museum of Art.’                                               

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 180
Andere artikelen:
Boekbespreking - Musicals met een zward randje
Jóhann Jóhannsson - Interview
Maurice Horsthuis - Interview
Andrey Dergatsjev - Interview
114 scores in de race
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy