Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Antoine Duhamel - In memoriam
Score 181, 14 08 2015

TUSSEN BOULEZ EN DELERUE
Wie was nou de bekendste Nouvelle Vague-componist? Georges Delerue werkte uiteraard veel samen met François Truffaut en eenmaal met Jean-Luc Godard, maar gaandeweg zijn carrière werkte hij steeds meer voor Engelstalige films. Michel Legrand werkte aan het begin van zijn carrière samen met Jean-Luc Godard, Agnès Varda en daarna langdurig met Jacques Demy, maar ook hij werkte veel voor de buitenlandse markt. En Maurice Jarre dan? Die werkte jarenlang met Georges Franju en al in 1965 vertrok hij naar Hollywood. Of was het Pierre Jansen die vooral met Claude Chabrol werkte? Een typische of misschien wel de meest iconische Nouvelle Vague-componist was wellicht Antoine Duhamel die met name bekend werd als componist van Godard (tweemaal) en Truffaut (viermaal). Duhamel overleed in september verleden jaar en wist tot zijn dood een eigen stijl te behouden.

Antoine Duhamel stamde uit een artistieke familie. Zijn vader was de dichter Georges Duhamel en zijn moeder Blanche Albane was actrice en zangeres. Antoine werd in 1925 geboren in Valmondois, 50 kilometer ten noorden van Parijs. Hier overleed hij ook, op 89-jarige leeftijd. Zijn muziekstudie volgde hij aan het prestigieuze Conservatoire de Paris waar hij les kreeg van onder meer Olivier Messiaen. Nog meer gegrepen werd de jonge Duhamel door René Leibowitz die aan het conservatorium doceerde volgens de beginselen van Schönbergs twaalftoonstechniek. Een van zijn medestudenten was Pierre Boulez die anders dan de even oude Duhamel in die naoorlogse jaren volledig koos voor de atonale weg en zich distantieerde van Duhamel, die ook geïnteresseerd was in andere muziekstijlen als jazz en chansons.

Daarnaast koesterde Duhamel een grote liefde voor film. Voor Alain Resnais schreef hij in 1947 de muziek voor diens korte film Visite à Hans Hartung. Uiteindelijk gebruikte Resnais de avant-gardistische muziek van Duhamel niet, wat een grote teleurstelling voor de aanstormende componist bleek. Het zou tien jaar duren voordat hij weer voor films zou gaan componeren. In de tussentijd waagde hij zich aan enkele composities, werkte hij voor platenmaatschappijen en deed hij diverse werkzaamheden in een opnamestudio. Vanaf 1957 volgden steeds meer opdrachten voor korte (animatie)films. Een keer-punt vormde in 1963 de muziek voor de documentaire Méditerranée van Jean-Daniel Pollet, een buiten Frankrijk weinig bekende regisseur van de Nouvelle Vague. De suite die Duhamel van deze score maakte kent aan het atonale verwante impressionistische muziek die daarna wordt gevolgd door mediterrane klanken gespeeld door een elektrische gitaar. Ook al had hij dan nog steeds niet voor een speelfilm gewerkt, vanaf 1963 hoefde hij niet meer afhankelijk te zijn van zijn familie of als ʽde zoon van Georges Duhamelʼ door het leven te gaan. ¹ Veel werkte Duhamel in die jaren samen met Claude Barma, maar ook met tamelijk bekende filmmakers als Alexandre Astruc en Jacques Rozier. In 1964 volgden ook speelfilms waarvan Le voleur de Tibidabo (een van de schaarse regieklussen van acteur Maurice Ronet) belangrijk zou zijn. Duhamel schreef het liedje La vie est mag-ifique dat in de film werd gezongen door Anna Karina, toentertijd nog getrouwd met Jean-Luc Godard.

Godard

Via haar kwam Duhamel in contact met Godard die hem vroeg de muziek te componeren voor Pierrot le fou (1965). Terugkijkend kan terecht worden gesteld dat deze film een van de, zo niet de belangrijkste was waaraan Duhamel ooit verbonden was. In de stijl van Bernard Herrmanns Psycho schreef hij enkele nog steeds intrigerende stukken die slechts door strijkers werden uitgevoerd: het mysterieuze Ferdinand en vooral La mort bleue. Zijn veelzijdigheid bewees de componist met Soirée perdue (jazz), enkele liedjes gezongen door Karina en Twist pour Jean-Luc. Maar zijn belangrijkste verdienste zat hem in de muzikale onderstreping van de twee kanten van het personage dat Jean-Paul Belmondo speelde: enerzijds de bedachtzame Ferdinand en anderzijds de ongedurige, onvoorspelbare Pierrot. Emotie wilde Godard in de muziek en dat kreeg hij van de nog wat onervaren filmcomponist die met deze score meteen naam maakte. De samenwerking met Godard verliep voorspoedig en twee jaar later volgde een tweede score, voor Week End. Emotie moest bij deze film plaatsmaken voor een naadloze montage. Duhamel schreef onder meer Lamento, een lang, gedragen muziekstuk dat meer in de stijl van modernistische muziekstromingen lag. Na Week End was de samenwerking voorbij met de iconoclastische regisseur die in de volgende jaren steeds radicalere films ging maken en ook steeds vaker bestaande klassieke muziek zou gebruiken.

Duhamels reputatie als Nouvelle Vague-componist leidde naar een andere belangrijke samenwerking. Met François Truffaut die net twee films met Bernard Herrmann had gedaan zou Duhamel vier opeenvolgende films doen. De eerste was Baisers volés (1968) waarvoor hij speelse en luchtige muziek schreef. Serieuzer van aard was zijn muziek voor La sirène du Mississipi (1969), echter voor de volgende Truffaut - L'enfant sauvage (1970) - arrangeerde en dirigeerde Duhamel slechts enkele composities van Vivaldi. Domicile conjugal (1970) was de vierde en laatste score voor Truffaut en verreweg de meest modernistische van de drie originele scores. Net als de andere wordt de muziek door een klein gezelschap uitgevoerd en hier zijn ook Japanse invloeden hoorbaar vanwege de liefde van hoofdrolspeler Antoine Doinel (klinkt bijna net als Antoine Duhamel, merkte men destijds op) voor de Japanse Kyoko (een van de thema's is naar haar vernoemd). Werken met Truffaut bleek heel anders dan met Godard. Was muziek voor de eerste overwegend decoratie, bij Godard moest de muziek uitdrukken wat niet gefilmd werd. ² Daarnaast stak het Duhamel dat Truffaut weinig betrokkenheid toonde, bijvoorbeeld bij de opnamen in de studio. Hij was dan meer bezig met zijn volgende film.

Voor Duhamel brak nu een korte periode aan waarin hij even geen zin had in muziek voor film. Hij pakte de draad weer op dankzij Bertrand Tavernier met wie hij Que la fête commence (1975) deed. Hun samenwerking strekte zich uit over drie decennia: de door violen gedomineerde muziek voor La mort en direct (1980), Daddy Nostalgie (1990) en tot slot Laissez-passer (2002) waarvoor de componist op het Filmfestival van Berlijn werd onderscheiden met een Zilveren Beer voor de beste filmmuziek. Een andere interessante samenwerking vond plaats in 1996 met Patrice Leconte. Voor diens Ridicule, een film die zich afspeelt aan het Franse hof in de 18de eeuw, schiep Duhamel ronduit barokke klassieke muziek. Dit illustreert één kant van zijn componeerstijl, de melodische kant, naast zijn meer avant-gardistische voorliefde om in een atonaal idioom te componeren. Ooit verzuchtte hij dat hij zich ergens tussen zijn leeftijdgenoten Pierre Boulez (de modernist) en zijn vriend Georges Delerue (de melodicus) bevond.

Pim & Wim

Na een Engels uitstapje met Tony Richardson (The Sailor from Gibralter en de korte film Red and Blue, beide uit 1967) werkte Duhamel behalve in zijn eigen land met name in Spanje, vooral met regisseur Fernando Trueba (onder andere Belle Epoque uit 1992) en in zijn kielzog enkele andere Spaanse cineasten. Maar twee decennia vóór de Spaanse connectie was er een andere: Nederland. In Conversations avec Antoine Duhamel van Stéphane Lerouge vertelt hij hierover: ʽMijn Nederlandse avontuur is van start gegaan met een van de beroemdste Nederlandse cineasten, Joris Ivens, voor een middellange film over de mistral. Daarna, begin jaren '70, werd ik benaderd door twee jonge filmmakers die als duo opereerden, Wim Verstappen en Pim de la Parra van Scorpio Films. Ze hadden kort daarvoor met Bernard Herrmann gewerkt die hun enkele niet uitgebrachte composities had aangeboden. Alweer, net zoals bij Truffaut, volgde ik de componist van Psycho op ..... De Nederlandse film in de jaren '70 was erop gericht de samenleving waarin wij leven in politiek en sociaal opzicht te ontleden.  Een politiek-erotisch-geëngageerde cinema dus. In Frank en Eva van Pim de la Parra trad Sylvia Kristel al in een verre staat van ontkleding op. Als liefhebber van popmuziek schreef ik voor die film een dodecafonisch rocknummer, het volslagen maffe Living Apart Together dat werd gezongen door een jonge Nederlandse zanger, een zekere Dave! Mijn uitstapjes naar Amsterdam omspanden twee jaar en drie speelfilms. Gezien mijn toenmalige geestestoestand zou het best kunnen dat ik voor Verstappen en De la Parra muziek heb geschreven die experimenteler uitpakte dan ze wellicht hadden gewenst. Ik weet het niet.ʼ ³ Overigens werkte Duhamel al in 1969 voor een Nederlandse film, namelijk De blanke slavin van Rene Daalder. Voor Pim & Wim maakte hij behalve Frank en Eva (1973) muziek voor VD (1972) en Dakota (1974). 

Antoine Duhamel bleef tot het einde van zijn werkzame leven trouw aan zijn principes en zijn overtuiging. Naar Hollywood wilde hij niet. In eigen land was voldoende emplooi, ook voor het medium televisie, waarvoor hij veelvuldig heeft gewerkt naast concertante muziek zoals opera's en andere klassieke werken. In het nieuwe millennium werkte hij stug door en zag zich helaas ook geconfronteerd met de mindere kanten van de filmmuziekindustrie zoals zijn score voor Les destinées sentimentales (2000) van Olivier Assayas die werd geweigerd en drie jaar later alsnog, zij het deels, werd gebruikt in de film Depuis qu'Otar est parti van Julie Bertucelli. Maar er waren ook volop gelegenheden om met enthousiasme aan een project te werken zoals het schrijven van een nieuwe score voor zwijgende films, bijvoorbeeld Intolerance, het overweldigende meesterwerk uit 1916 van David Wark Griffith. Samen met Pierre Jansen voltooide hij deze opdracht in 1985 toen de monumentale film met hun nieuwe score werd vertoond. In 2007 werd Intolerance opnieuw met de score van beide Nouvelle Vague-componisten vertoond. In het voorwoord van het in datzelfde jaar gepubliceerde Conversations avec Antoine Duhamel schrijft Alexandre Desplat dat hij - bewonderaar van Duhamels muziek voor Pierrot le fou en Ridicule - veel heeft te danken aan de vasthoudendheid van de componist en ook aan de risico's die Duhamel zijn leven lang nam. 

PS

¹ Conversations avec Antoine Duhamel. Stéphane Lerouge. Les éditions Textuel, Parijs, 2007. P. 48.

² Idem, p. 66.

³ Idem, p. 117-118.
 
Van Antoine Duhamels muziek voor bijna honderd films zijn twee uitmuntende compilaties op cd verschenen (respectievelijk in 2000 en 2005) op het label Universal Music France.

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 181
Andere artikelen:
Oscar 2014 - London Rules
Antoine Duhamel - In memoriam
Boekbespreking - Jerry Goldsmith
Manuel De Sica - In memoriam
Rutger Reinders - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy