Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Richard Hageman - Portret
Score 186, 07 03 2016



DE HUISCOMPONIST VAN JOHN FORD

De eerste Nederlander die een Oscar won


Van de minder dan tien Nederlanders die de afgelopen vijftig jaar een Oscar hebben gewonnen zijn Bert Haanstra, Fons Rademakers, Marleen Gorris, Mike van Diem en Michael Dudok de Wit het bekendst. Zij wonnen deze prijs steeds als regisseur van een lange of korte film. Heeft ooit een Nederlandse filmcomponist een Oscar gewonnen? Op 29 februari 1940 won Richard Hageman als eerste Nederlander het toen al felbegeerde beeldje voor de beste score. Hij deelde de prijs met drie andere componisten voor hun bewerking van Amerikaanse folk songs voor de western Stagecoach van John Ford. Op de kop af vijftig jaar geleden overleed Hageman op 84-jarige leeftijd in Beverly Hills.

Richard Hageman is afkomstig uit Leeuwarden waar hij in 1881 werd geboren in een bijzonder muzikale familie. Als wonderkind op de piano volgde hij een muzikale opleiding zowel in Brussel als in Amsterdam. In de laatste stad debuteerde hij op 18-jarige leeftijd als dirigent van de Koninklijke Opera. Via Parijs belandde hij in 1908 bij het Metropolitan Opera House in New York, waar hij van 1908 tot 1922 eerst als assistentdirigent en vanaf 1914 als eerste dirigent werkzaam was. In die hoedanigheid werkte de inmiddels tot Amerikaan genaturaliseerde Nederlander met de groten uit de wereld van opera en klassieke muziek. In de jaren '20 dirigeerde hij ook voor andere Amerikaanse orkesten en richtte hij zijn pijlen voorts op het schrijven van muziek zoals een verzameling liederen (waarvan Do Not Go, My Love op tekst van Rabindranath Tagore het bekendst is) en de opera Caponsacchi die in 1932 zijn première beleefde in Freiburg en in 1937 in New York werd opgevoerd. Een jaar later besloot Hageman zijn geluk aan de Amerikaanse westkust te beproeven. In Hollywood kon hij meten aan de slag voor de film If I Were King (1938) van Frank Lloyd.

John Ford

De score voor deze avonturenfilm over François Villon leverde de Fries meteen een Oscarnominatie op. Van de iets minder dan twintig scores die hij in de volgende vijftien jaar zou schrijven zijn die voor John Ford beslist het belangrijkst. Meteen voor Stagecoach (1939), zijn eerste samenwerking met Ford, ontving hij een Oscar voor de beste muziek. Die moest hij overigens delen met drie andere componisten: W. Franke Harling, John Leipold en Leo Shuken. Ook Gerard Carbonara, Stephan Pasternacki en Louis Gruenberg waren betrokken bij het bewerken van Amerikaanse folk songs voor de film, maar behalve de vier winnaars kwam alleen Gruenberg op de aftiteling te staan.

Na het succes van Stagecoach vervolgde Hageman de samenwerking met Ford. Voor diens maritieme drama The Long Voyage Home (1940) kreeg hij opnieuw een Oscarnominatie. Ook voor het historische drama The Howards of Virginia van Frank Lloyd uit hetzelfde jaar werd hij genomineerd en een jaar later voor This Woman Is Mine (1941) van dezelfde regisseur. Opmerkelijk was zijn muziek voor The Shanghai Gesture (1941) van Josef von Sternberg. Hier stelde hij een score samen die zowel de sfeer als de onrust van het hoofdpersonage treffend wist te raken. Deze score leverde hem zijn zesde en laatste Oscarnominatie op. In de jaren 1942-1947 schreef Hageman veel zogeheten stock music (naar believen te gebruiken achtergrondmuziek) voor overwegend kleine films. Ook dirigeerde hij in de jaren 1938-1943 gedurende de zomer opera-uitvoeringen in de Hollywood Bowl. Na de Tweede Wereldoorlog dacht hij eraan om terug te keren naar Europa en Hollywood de rug toe te keren. Terwijl hij bezig was met de muziek voor de western Angel and the Badman (1947) van James Edward Grant schreef hij aan Ford dat enkel een film voor hem zijn verhuisplannen kon veranderen. ¹

   
        Hageman achter de piano in de saloonscène uit 3 Godfathers (1948) van John Ford.

Ford startte in die dagen zijn eigen productiemaatschappij Argosy Pictures en voor zijn eerste film - The Fugitive (1947) - werd de componist aangesteld. Na deze volgens Hageman in Mexico onder ideale omstandigheden tot stand gekomen score voor de verfilming van de roman van Graham Greene volgden vier westerns met Ford. ² Fort Apache (1948), 3 Godfathers (1948), She Wore a Yellow Ribbon (1949) en Wagon Master (1950) werden alle door Argosy geproduceerd en bevatten het beste van de componist. Hageman schreef in de heersende traditie van Max Steiner westernmuziek die voor zowel de cowboys en de cavaleristen als voor de indianen passende muzikale klanken voortbracht. Daarbij moest hij wedijveren met hymnen, traditionals en Ierse volksliedjes die Ford graag gebruikte in zijn films. Hageman arrangeerde deze bestaande liedjes vaak en zorgde daarnaast voor korte, effectieve muziek van eigen hand. Zijn verleden in de opera was nog het meest herkenbaar in zijn score voor 3 Godfathers. Waarschijnlijk met geen andere componist heeft Ford zo intensief samengewerkt als met Hageman: in totaal zes films deden zij samen en dat waren zeker niet de minste films binnen het meer dan 140 films tellende œuvre van de vooraanstaande filmmaker. Tijdens de Argosy-jaren was Hageman zelfs de huiscomponist van Ford. 

Acteur

Na Wagon Master was het praktisch gedaan met Hagemans carrière als filmcomponist. In Oostenrijk deed hij een kleine thriller, Abenteuer in Wien (1952) van Emil E. Reinert en met Stolen Identity (1953), een in Wenen opgenomen Amerikaans-Oostenrijkse B-film van Gunther von Fritsch, zette hij een definitieve streep onder zijn werk als filmcomponist. In die jaren was hij evenwel als acteur in een handvol kleine rolletjes te zien zoals die van dirigent in The Great Caruso (1951) over het leven van de legendarische zanger Enrico Caruso met wie hij ooit in zijn New Yorkse jaren had gewerkt. In Rhapsody (1954), een film boordevol muziek, speelde hij naast Elizabeth Taylor en Vittorio Gassman een belangrijke rol.

Begin jaren '50 waren er plannen om in Nederland, om precies te zijn Friesland, met het Frysk Orkest op te treden, maar van deze plannen kwam niets terecht. In een interview met de Leeuwarder Courant in 1951 merkte hij op: ‘Ik schrijf meer muziek voor koeien en paarden dan voor mensen!’ Enkele jaren later ging hij met pensioen en leidde hij een teruggetrokken bestaan in Beverly Hills, waar hij op 6 maart 1966 kwam te overlijden. Zijn heengaan ging haast ongemerkt aan Nederland en Friesland voorbij. In later jaren kwam er meer interesse voor de gevierde Fries in Amerika. Journalist Asing Walthaus schreef een korte biografie over hem ³ en in 2014 werd een naar de componist vernoemd aquaduct geopend in de Haak om Leeuwarden. En op zijn vijftigste sterfdag werd aan de gevel van zijn geboortehuis in de Sint Jacobsstraat 35 te Leeuwarden een plaquette ter nagedachtenis aan deze Fries onthuld. Ook zal de Nederlandse vertaling van de biografie Making the Tailcoats Fit die Walthaus met pianist en onderzoeker Nico de Villiers heeft geschreven deze maand verschijnen.

 
Leeuwarden, 6 maart 2016. Nico de Villiers en Sjoerd Feitsma, wethouder van cultuur van Leeuwarden, bij de onthulling van de plaquette aan de voorgevel van het geboortehuis van Richard Hageman.


¹ How the West Was Sung: Music in the Westerns of John Ford. Kathryn Kalinak. P. 101.

² Idem, p. 102.

³ Die biografie verscheen in Gevierde Friezen in Amerika (Friese Pers Boekerij bv, Leeuwarden, 2009). Voor dit artikel is geput uit deze biografie.                       

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 186
Andere artikelen:
Alex Simu - Interview
Richard Hageman - Portret
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy