Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Theodore van Houten - Interview
Score 118, 10 02 2006



THEODORE VAN HOUTEN Een eenmansbedrijf in zwijgende filmmuziek - Verschenen in Score 118, maart 2001

Wanneer u naar een zwijgende film met livemuziek in de reeks Film & Muziek gaat kijken, dan kunt u voorafgaande aan de voorstelling altijd een inleiding bezoeken die wordt verzorgd door een rap pratende filmkenner die ook heel veel kennis van muziek heeft. Wat niet iedereen weet, is dat deze deskundige meer doet voor de reeks Film & Muziek dan alleen maar een passende inleiding verzorgen. Wie is deze inleider met hart voor zwijgende filmmuziek en wat is zijn missie?

De man in kwestie is Theodore van Houten (48), van huis uit muziekwetenschapper met een grote voorliefde voor film, in het bijzonder zwijgende films. Vanuit deze combinatie ligt de voorliefde voor filmmuziek voor de hand. Van Houten is vooral geïnteresseerd in muziek bij zwijgende films, en dan niet muziek op een band maar een live uitvoering met een groot orkest. ‘Als je van filmmuziek houdt, dan moet je heel veel van muziek houden, van beelden, van sfeer en van dramatiek,’ aldus Van Houten die als artistiek directeur van de stichting Film in Concert elk jaar tenminste drie reeksen voorstellingen organiseert. Bij alles wat er plaatsvindt vanaf de selectie van de te vertonen films tot en met de uiteindelijke opvoering is hij nauw betrokken.

Napoléon

Het begon allemaal met een voorstelling van Napoléon (1927) van Abel Gance begin jaren ’80. Het Brabants Orkest uit Den Bosch verzorgde de muziek bij deze monumentale zwijgende film over de jeugdjaren van de latere legendarische Franse keizer en krijgsheer. Om deze unieke mogelijkheid van zwijgende film plus muzikale begeleiding voort te zetten, werd in 1982 de stichting Film in Concert opgericht. Van Houten verwoordt het streven van de stichting als volgt: ‘Voorstellingen maken met een orkest, met originele muziek en met mooie kopieën voor een breed publiek, grote klassiekers presenteren. Het gaat ons er niet om alles wat er te vinden is te doen, maar iets te presenteren waar je ook nog een publiek voor kunt verwachten.’

Op de vraag uit welke bronnen geld wordt ontvangen om de reeks te financieren antwoordt Van Houten dat er amper bronnen zijn waaruit geld wordt betrokken: ‘Er is altijd een gat. Er is niet één voorstelling die quitte speelt. Dus de theaters moeten er altijd bijleggen. En dat kan variëren van een paar duizend gulden tot afhankelijk van hoe leeg de zaal is of hoe vol.’ Gelukkig is er sinds 1 januari een rijkssubsidie in het kader van het Kunstenplan van staatssecretaris Van der Ploeg. Daarvoor was van enige vorm van subsidie geen sprake. Van rijkswege oogst de stichting nu dan eindelijk erkenning, hoewel de toegekende subsidie in ‘t geheel niet overeenkomt met het aangevraagde bedrag.

In het huidige seizoen presenteerde Film in Concert drie films, namelijk Safety Last (1923) met komiek Harold Lloyd, het bijbelse epos The Ten Commandments (1923) van Cecil B. DeMille en het avontuurlijke The Iron Mask (1929) met Douglas Fairbanks sr. Voor de buitenstaander lijkt het weinig binnen één seizoen, maar de werkelijkheid is geheel anders. Van Houten: ‘Aan die voorstellingen hebben we onze handen vol. Aan één voorstelling zitten legio contacten, zowel van de muziekkant als de filmkant. En we plannen nu al twee, drie jaar vooruit, dus je bent al bezig met voorstellingen twee à drie seizoenen verderop. Je bent eigenlijk met een groot aantal voorstellingen bezig, terwijl je er op dat moment maar één hebt staan.’

Omdat Van Houten eigenlijk de enige is die vanuit de stichting artistiek betrokken is bij de voorbereidingen, beschouwt hij zichzelf als een eenmansbedrijf. Gelukkig bieden Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht en het Theater aan de Parade in Den Bosch veel steun bij de organisatie. Vredenburg verzorgt veelal publicitaire zaken als affiches, programmaboekjes, flyers, teksten voor de advertenties, etc. Vanuit de orkesten die een film muzikaal begeleiden en de zalen waar de voorstellingen plaatsvinden, wordt ten slotte ook nog de nodige publiciteit verzorgd. Overigens werden in het huidige seizoen ook vijf voorstellingen in België georganiseerd. Verder zijn er contacten met Frankrijk en ook met Engeland waar interesse voor het concept zwijgende film + muzikale begeleiding wordt getoond. Allemaal activiteiten waarvoor Van Houten desgewenst op pad gaat.

Voor de keuze van de films is Van Houten eveneens verantwoordelijk. Vaak zijn films kant en klaar te verkrijgen. De partituur bij de film is een bestaande of er wordt een nieuwe, in de stijl van de oude, gecomponeerd. Van Houten: ‘Je kunt de partituur laten compileren of helemaal laten schrijven, of als je met een pianist werkt ook wel laten improviseren. Er moet muziek bij de film, dat is quintessential.’ Van een lost score is overigens wel eens sprake, aangezien een aantal vooraanstaande filmarchieven die oude film evenals bijbehorende partituren herbergden, in de Tweede Wereldoorlog in vlammen zijn opgegaan. Films haalt Van Houten van over de hele wereld, van Los Angeles tot Moskou, want zelf heeft de stichting geen films in huis, behalve dan Un chapeau de paille d’Italie (1927) van René Clair die jaren geleden werd vertoond en Dura Lex (1926) van Lev Koeleshov die in het volgende seizoen zal worden vertoond.

Publiek

Op de voorstellingen uit de reeks Film & Muziek komen nog steeds genoeg mensen af. Zo is Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht meestal uitverkocht en in Rotterdam bestaat er een heel groot publiek voor de voorstellingen. Van Houten: ‘Het wisselt een beetje per film, maar er is voldoende publiek om ermee door te gaan. Toch moet je voor elke film weer enorm veel publiciteit maken, je moet zorgen dat de mensen komen, het gaat niet vanzelf. Zelfs niet met Charlie Chaplin.’ Een tegenvallende ervaring werd opgedaan in september/oktober 1999 met het imposante Le joueur d’échecs (1927), met prachtige muziek van de Franse componist Henri Rabaud, die beduidend minder publiek trok dan Chaplin’s The Circus (1928) eerder dat jaar. Bij de selectie van films wordt dan ook rekening gehouden met zowel het film- als het muziekpubliek waarbij uiteindelijk iets meer gemikt wordt op het filmpubliek, want volgens Van Houten ‘is muziekpubliek veel conservatiever: wat de boer niet kent, dat lusten ze niet. Daar heeft een filmpubliek geen last van. Een filmliefhebber gaat naar elke film.’

Naast Chaplin was The Four Horsemen of the Apocalypse (1922) met Rudolph Valentino enkele jaren geleden eveneens een groot succes. Blijkbaar zorgde de nog altijd magische faam van Valentino voor het slagen van de  voorstellingen. Van Houten: ‘Er moet een bekendheid in of achter de film zitten. De componist moet bekend zijn, de cineast of een ster. Het liefst alle drie: dus Charlie Chaplin met zijn eigen muziek. Of Ben-Hur, de titel alleen al: Ben-Hur. Onlangs heb ik The Ten Commandments gepresenteerd, dan moeten we de titel hebben, niemand weet wie er in die film speelt, de acteurs zijn vergeten, de muziek is vergeten. De titel Ten Commandments is beroemd. Dus dan moeten we het daar maar op gooien.’

Duizendpoot

Theodore van Houten is behalve artistiek directeur van de stichting Film in Concert ook actief als journalist, schrijver en ook als muziekwetenschapper op het gebied van research naar muziek van de zwijgende cinema. Al deze activiteiten liggen in elkaars verlengde. Op zijn naam staat een reeks artikelen over westerse muziek van na 1700 en over de zwijgende film. Voorts schreef hij onder meer boeken over de cineast Leonid Trauberg, met wie hij in de jaren ’80 heeft samengewerkt, een lijvig boek over zwijgende filmmuziek en verdiept hij zich momenteel in het muziekleven in concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog.

Gevraagd naar zijn favoriete filmcomponisten van na 1930 somt Van Houten op: Erich Wolfgang Korngold, Dimitri Sjostakovitsj, Miklós Rózsa, Bernard Herrmann en - ‘een van de grootsten’ - David Raksin. Maar in feite kent elk land zijn beroemde filmcomponisten. In Nederland onder meer Max Vredenburg en Otto Ketting. En ook Charles Chaplin, van wie in het volgende seizoen The Gold Rush (1925) te zien is met muziek van Chaplin zelf. ‘Waar je goede componisten hebt, heb je ook goede filmcomponisten, maar ze moeten gevoel voor drama hebben,’ aldus Van Houten. In dit rijtje hoort uiteraard ook de man thuis met wie Van Houten al jaren intensief samenwerkt, namelijk de vanuit Engeland opererende Amerikaan Carl Davis: ‘Dat is echt een hele grote, een onovertroffen talent.’ De samenwerking tussen Davis en Van Houten is al jaren lang volstrekt uniek te noemen, getuige de vele bewonderenswaardige voorstellingen die we reeds hebben mogen meemaken. Wellicht zullen we in de toekomst nog heel wat fraais van beiden te zien en te horen krijgen.

 
In het seizoen 2001-2002 kunt u in de reeks Film & Muziek de volgende films verwachten:

DE MANTEL (1926) van Grigori Kozintsev en Leonid Trauberg, muziek: Jo van den Booren
Brabants Orkest

THE GOLD RUSH (1925) van Charles Chaplin, muziek: Charles Chaplin
Residentie Orkest o.l.v. Carl Davis 

DURA LEX / BY THE LAW / THE UNEXPECTED (1926) van Lev Koeleshov, muziek: Jan Bus
Balletorkest o.l.v. Micha Hamel

 
Paul S.

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 118
Andere artikelen:
Het salaris van de componist - Profiel
Theodore van Houten - Interview
Mark Isham - Portret
Boekbespreking - Filmjaarboek 1999
Boekbespreking - Film Composers in America
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy