Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Mark Jensen - Portret
Score 111, 07 04 2006



Mark Jensen: Portret - Verschenen in Score 111, juni 1999

Als ik de aanpak van een compositie ken, beginnen de ideeën te stromen

Componist Mark Jensen over zijn droomdebuut

Een nieuwe naam, een nieuw geluid. Mark Jensen is een Brits filmcomponist die vorig jaar juli debuteerde met zijn muziek voor de Britse speelfilm ‘Monk Dawson’. Een werkstuk dat alom enthousiast werd ontvangen. Barry Spence die de componist onlangs sprak voor ‘Legend, The Official Goldsmith Film Music Society Journal’ - het interview waarop dit artikel is gebaseerd - typeerde zijn score zelfs als sensationeel. En ook de Nederlandse componist Bob Zimmerman sprak van muziek met een erg mooie atmosfeer, van een score die allerlei beelden oproept. Hij vindt Jensen een groot talent. Alle reden dus voor een nadere inspectie van drijfveren en opvattingen van de jonge Brit.

Mark Jensen werd geboren in 1959 in Eastbourne, Sussex. Leerde piano spelen op zijn zesde, trompet op zijn achtste, klassieke gitaar op zijn twaalfde. Vanaf zijn zestiende was hij actief als popmusicus, maar bekwaamde zich ondertussen ook in muziektheorie, arrangeren, orkestratie, dirigeren en de techniek van het schrijven voor film, zonder overigens een formele opleiding te volgen. Hij werkte als arrangeur/orkestrator voor een reeks van musicals en schreef originele scores voor het theater. In 1993 schreef hij zijn eerste score voor een korte film, daarna componeerde hij ook voor tv-producties.

Negen toneelstukken, van onder anderen Shakespeare, Molière en Gogol, voorzag hij tussen 1992 en 1995 van muziek. Hij werkte daarbij voor twee verschillende toneelgezelschappen. Daarnaast schreef Jensen ook muziek voor een pantomimevoorstelling.

Jensen terugkijkend: “Allemaal prachtige gelegenheden om mijn dramatische spieren te oefenen.” Vorig jaar brak hij door als speelfilmcomponist met zijn hooggeprezen score voor Monk Dawson. Een film van Tom Waller over de geloofs- en gewetenstwijfels van een priester die bij een roddelblad belandt, waar hij gedwongen wordt over sex en zonde sleazy verhalen te verzinnen, en daarbij ook nog eens verliefd wordt. En dat alles terwijl een goede vriend hem verraadt en zijn vertrouwen beschaamt.

Sindsdien heeft Jensen niet stil gezeten. Hij werkt inmiddels aan een volgend project van dezelfde regisseur over de Ierse hongersnood, midden vorige eeuw. En onlangs verscheen van Jensen een hoofdzakelijk instrumentaal soloalbum dat een fraaie afspiegeling is van zijn muzikale voorkeuren en vaardigheden. Het is een mengeling van jazz, reggae, soul, R&B, Latin en gospel.

Mark Jensen: “Ik denk dat ik zo rond mijn vijftiende besloot om filmcomponist te worden. Ik werd geïnspireerd door van alles en nog wat. En dat is nou precies het aardige van filmmuziek, dat is ‘van alles en nog wat’. Ik noem wat namen: Nino Rota, John Barry, Georges Delerue, Henry Mancini, Jerry Goldsmith, John Williams, Elmer Bernstein, Lalo Schifrin, Ennio Morricone, Bernard Herrmann, Miklós Rózsa, Alex North, Jerome Moross, Aaron Copland, Leonard Bernsteins On the Waterfront … de lijst is eindeloos. Tegenwoordig zou ik daar mannen als Howard Shore, Elliot Goldenthal en Carter Burwell aan toevoegen. Dat zijn consistente en interessante componisten.”

Orkestreer je je muziek zelf? Vind je dat orkestreren nou echt onverbrekelijk met het componeren verbonden is? Sommige componisten vinden het gebruik van orkestratoren zelfs verachtelijk.

Jensen: “Ja, orkestratie is voor mij een integraal onderdeel van het componeren. Hoewel ik, als dat om redenen van tijd niet anders zou kunnen, wel zou kunnen leven met een orkestrator.” Mark Jensen leerde dirigeren, zegt hij, “door goed te kijken, te luisteren, te lezen en te studeren”. Hij zweert bij de symfonische score, maar wel met een nuance: “Unbeatable for cinema, but TV is a different animal”. In het algemeen is hij een voorstander van de wijze waarop Jerry Goldsmith synthesizers inzet, namelijk als niets meer, maar ook niets minder dan een bruikbaar onderdeel van het normale orkest. Ook wat songs betreft, is Jensens houding tolerant, maar met een grens. “Songs kunnen een speciale werking hebben in bepaalde films. Maar om nu uit marketingoverwegingen een cd vol te stoppen met liedjes, is uitermate kortzichtig. Het maakt dat scores ook veel eerder dan voorheen gedateerd raken. Echte scores hebben volgens mij een ongelimiteerde ‘levensverwachting’.”

Monk Dawson

Regisseur/producer Tom Waller, de maker van Monk Dawson, kwam Jensen op het spoor via een gemeenschappelijke vriend, de schrijver en regisseur Harold Chapman, die uiteindelijk het production design voor Monk Dawson voor zijn rekening zou nemen. Het werken met Waller was gemakkelijk, zegt Jensen. “Hij heeft een graad in de muziek en heeft bovendien een afstudeerproject gedaan over filmmuziek.” Daarom was het niet noodzakelijk de gehele film te temptracken, of to go to the record shop, zoals Lalo Schifrin dat altijd noemt.

Na enige discussie kwamen beide heren er muzikaal gesproken ook zo wel uit. Jensen begon vrij zelfverzekerd aan het project, maar was enigszins bezorgd over het minuscule budget. Zoals bekend worden scores tegenwoordig veelvuldig in Oost-Europa opgenomen. Met name Praag is populair, de musici zijn er goed en goedkoop. Dat levert altijd wel de nodige vertaalproblemen op, maar ook kwesties van meer technische aard zijn nogal eens een hindernis bij de opnamen. Voor de score van Monk Dawson werd uitgeweken naar Roemenië. Een ongebruikelijke locatie. De producenten brachten de gehele technische uitrusting naar de opnamestudio en namen gelijk ook maar een goed ingevoerde technicus, Steve du Melo, mee. De problemen konden aldus tot een minimum beperkt blijven.

De opname is in technisch opzicht zeer geslaagd, hoewel het orkest nooit eerder een filmscore had opgenomen. Jensen, die zelf voor het orkest stond: “De Roemeense musici zijn niet alleen heel goed, maar ze zijn ook bereid lang en hard te werken, ze leggen echt hun hart en ziel in de performance.”

Jensen over zijn muzikale werkwijze: “Als ik eenmaal heb besloten hoe ik een compositie ga aanpakken, dan, zo is mijn ervaring, beginnen de ideeën te stromen. De ene cue leidt als vanzelf tot de volgende. En het helpt natuurlijk sowieso als je mee mag doen aan een inspirerende productie.” Bij Monk Dawson, een film die een grote variëteit aan emoties kent, en die bovendien door de tijd heen en weer springt, was het zaak een score te maken die de film een gevoel van eenheid zou opleggen. Jensen is daar wonderwel in geslaagd.

“Ik had vier hoofdthema’s waarop ik door de hele film heen voortborduur. Die muzikale benadering, dat zoeken naar eenheid, werd overigens door de film zelf ingegeven. Kijk, ik benader de structuur van een dramatische score altijd op dezelfde wijze als een romancier een roman. De centrale, leidende vragen zijn wat mij betreft steeds dezelfde: Waar zijn we? Waar komen we vandaan? En waar gaan we heen?”

Dat zijn ook vragen die je over de huidige stand van zaken in de filmmuziek kunt stellen. Nog nooit is er zoveel belangstelling geweest voor filmmuziek als tegenwoordig. Er zijn tal van tijdschriften, met name op het internet, tal van sites, discussiegroepen. Er komen meer cd’s uit in één jaar, dan er vroeger lp’s uitkwamen in een periode van enige jaren. Kortom, filmmuziek heeft een ‘high profile’. Waar gaat dat heen en hoe sta je daar tegenover?

Jensen: “Ik vind dat een goede ontwikkeling. En ook een logische ontwikkeling trouwens. Ik hoop alleen maar dat het kwartje nu ook gevallen is bij de mensen van de muziekindustrie. Maar dat is misschien nog wishful thinking.”

Ben je niet bang in een gat te vallen. Ik zal maar zeggen in de ‘Orson Welles - val’ te trappen: een droomdebuut maken. Betekent dat niet dat al je andere, toekomstige werk als minder goed beoordeeld zal worden?

Jensen: “Wat mijn toekomst betreft, hoop ik dat ik gewoon van het ene naar het andere project kan overstappen. Dat ik mezelf kan blijven ontwikkelen. It’s a question of opportunities.”

HM/BS

CD-bespreking

Monk Dawson - Mark Jensen, De Warenne Pictures DWPPCD0I, distributie: Silva

Wat horen en zien we? Een grootschalig orkest, een symfonische score, een film met een religieus onderwerp: die combinatie komt, of beter misschien kwam vaker voor. Tot zover geen verrassingen. Wel zeer opmerkelijk is de omstandigheid dat we hier te maken hebben met een debuut, terwijl je zou zweren dat deze muziek geschreven is door een oude rot in het vak op het hoogtepunt van zijn artistieke kunnen.

Want wat horen we allemaal niet? Een koor, harp, piano, klokkenspel. De thema’s worden met vaste hand en groot vakmanschap uitgewerkt, en wat meer is, ze werken als een eenheid. De muziek heeft niet het overmatige fragmentarische karakter dat veel hedendaagse filmmuziek zo onverteerbaar maakt.

Sommige tracks maken zelfs de indruk alsof de componist er op uit was een suite te schrijven. Dan zijn er ook nog twee aardige, lyrische songs (let ook op de teksten!). En ja, heel even zijn er doedelzakachtige pipes te horen ( maar niet zo overdone als bij James Horner). Maar dat klinkt erger dan het is, want het verbreekt de muzikale eenheid niet, integendeel.

Inderdaad, Mark Jensen doet niets nieuws, maar hé, daar had ook niemand om gevraagd. Zijn score is een beetje out of time. Zo worden ze niet meer gemaakt, ben je geneigd te denken. Dus van de weeromstuit ga je je al luisterend afvragen wat voor film hier in godsnaam (hoe toepasselijk) bij hoort. Dus: Heren en Dames distributeurs: Waar blijft de film?

HM


Gerelateerde links
 Startpagina

Score 111
Andere artikelen:
Mark Jensen - Portret
Geschiedenis van de Oscar Beste Song (deel 1) - Serie
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy