Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Geschiedenis van de Oscar Beste Muziek (deel 3) - Serie
Score 109, 23 04 2006



De geschiedenis van de Oscars voor de beste filmmuziek Ė Verschenen in Score 109, december 1998

Deel 3 (1962-1980)


Europese invasie

Op 8 april 1963 won de Frans­man Maurice Jarre een Oscar voor de beste muziek voor de Engelse film Lawrence of Arabia (de film werd tevens be­kroond als beste film van 1962). Een spre­kender voorbeeld van de Europese invloed op Hollywood was destijds nauwelijks denk­baar. Nieuwe trends kwamen uit Europa (vooral uit ItaliŽ, Frank­rijk en Engeland), voor geraffi­neerd entertainment kon men nog in Hollywood terecht. Hollywoods alleenheerschappij begon danig te wankelen.

De Academy bekroonde gaandeweg de jaren '60 steeds meer niet-Hollywoodproducties evenals buitenlandse artiesten. Ook in de muziekcategorie was deze trend merkbaar, en zo werden tal van Europese filmcomponisten gelau­werd. Namen als Maurice Jarre, Michel Legrand, John Barry en Georges Delerue begonnen een belangrijke rol te spelen in de filmmuziekwereld, eerst in eigen land, maar vroeg of laat ook in Hollywood zelf. Niet alleen kwamen ze uit het buitenland, ook waren ze vrij jong en niet louter klassiek geschoold. Zo wisten ze ook goed hun weg in het jazzgenre en de populaire (beat)mu­ziek.

Nadat Hollywood omstreeks 1970 zijn almachtige positie weer enigszins had heroverd, werden vooral Amerikaanse films en Amerikaanse compo­nisten genomineerd en/of onderschei­den.

Exit musical

De nieuwe wind die ook langzamerhand door Hollywood en bijge­volg de Academy begon te waaien, belette niemand om ook meer traditio­nele films te bekronen. Een musical als The Sound of Music (1965) was een veilige keuze. Achteraf gezien bleek het de laatste grote Hollywoodmusical te zijn die onverdeeld in de prijzen zou vallen.

Het musicalgenre was duidelijk op zijn retour. Dit bleek met name uit de herbenoeming van de scoreca­tegorieŽn bij de prijs­uitreiking over het jaar 1962. De cate­gorieŽn Scoring of a Dramatic or Comedy Picture en Scoring of a Musical Pictu­re werden omge­doopt in respectievelijk Music Score - Substan­tial­ly Original en Scoring of Music - Adaptati­on or Treatment. De duidelijke scheidslijn die jarenlang had bestaan tussen drama­tische en komische films enerzijds en musicals anderzijds kwam nu te vervallen. Al in 1957 was gebleken dat het aantal te nomineren musicals zowel kantitatief als kwalitatief gering was. Gedu­rende de jaren '60 zou dit verschijnsel alleen maar toenemen, met als gevolg een continue herbenoeming van beide muziekcate­gorieŽn (zie lijst met winnaars).

In de jaren '70 was het musical­genre op sterven na dood. Toch wist de Academy elk jaar nog een drietal 'musicals' te selec­te­ren voor de musical­ca­tegorie. Dat van een musicalcategorie geen sprake kon zijn, blijkt uit de jaren 1973-1979 toen de tweede muziekcategorie meer een vergaarbak leek voor films met liedjes. In 1980 ten slotte kende de Academy slechts ťťn mu­ziekca­tegorie, aangezien de categorie Adaptation Score onvol­doende verkiesbare films kende.

Toch kende het musicalgenre nog enkele laatste stuiptrekkingen in de jaren '60. In 1964 wonnen dankzij de herbenoeming van de scorecategorieŽn zelfs twee musicals - My Fair Lady en Mary Poppins - de muziek-Oscars. Het jaar daarna was The Sound of Music de grote winnaar en in 1967 wonnen de musicals Tho­roughly Modern Millie en Camelot beide muziek-Oscars. Ech­ter, de glans was eraf, want wie kent beide laatste films eigenlijk nog? De tijd van jeugdfilms als The Graduate (1967) en Easy Rider (1969) was aangebroken. En de sound­tracks van beide laatste films stonden haaks op die van de winnaars van 1967 en de jaren ervoor.

Popmuziek

De Academy staat te boek als behoudend met af en toe een impuls om het nieuwe te bekronen. Wie jaren '60 zegt, zegt automatisch popmuziek en al gauw valt dan de naam van de Beatles. De enorme invloed van dit Engelse viertal op de populaire muziek was van meet af aan onmiskenbaar. En dus ontkwam ook de Academy niet aan een of andere vorm van onder­scheiding voor het spraakmakende kwartet. Hun eerste film A Hard Day's Night (1964) had in 1965 weliswaar een nominatie gekregen (voor producer George Martin!), tot een of andere vorm van erkenning was het nooit gekomen. De zwanenzang van de Beatles, Let It Be, werd op 15 april 1971 (een jaar na ontbin­ding van de groep) bekroond met een Oscar. Het was zeker niet hun beste product, maar liever te laat dan nooit. Men kan gerust stellen dat het hier een postume bekroning betrof .....

Typische popscores werden in de jaren '60 niet genomi­neerd. In de categorie Best Song kwamen daarentegen wel regelmatig populaire lied­jes voor. In de jaren '70 kwam populaire muziek bij hoge uitzondering onder de nomi­naties voor, bij voorbeeld Shaft (1971) en Tommy (19­75). Daar­naast werden van oorsprong popcom­ponisten als Paul Willi­ams, Jack Nitzsche en later Randy Newman (jaren '80 en '90) genomineerd. Ten slotte waren er easy-listening-componis­ten die in de gunst vielen, zoals Burt Bacharach (dubbele winnaar met Butch Cassidy and the Sundance Kid (1969), beste score en liedje) en Marvin Ham­lisch (zijn hat trick van 1973 (beste liedje en beide scores) is nog steeds ongeŽvenaard). Van revolu­tio­naire trekjes kon de Acade­my nog steeds niet worden be­ticht, genomineerde en uiteinde­lijke bekroonde film­muziek bleef grotendeels traditioneel en klassiek gericht.

Exit Newman, welkom Williams

De Oscar voor Best Scoring of Music (Adaptation or Treat­ment) van 1967 ging naar veteraan Alfred Newman (samen met Ken Darby, voor Camelot). Het was Newman's negende en laatste Oscar (nog steeds een record in de muziek­categorie. Hij zou voor Airport (1970) nog een allerlaatste nomina­tie ontvan­gen.). Op dezelfde lijst met nominaties voor 1967 stond John Willi­ams (voor de verguisde film Valley of the Dolls). Dit was zijn eerste van ruim 30 nomina­ties. De oude kampioen maakte symbo­lisch plaats voor de nieuwe kampioen en wellicht toekom­stig recordhouder. In de jaren '70 zou Williams het Oscarge­beuren steeds meer gaan beheersen (drie stuks: zie lijst). Met de score voor ťťn van deze drie (Star Wars) zou hij een onge­ken­de impuls geven aan het wat ingedut­te ver­schijn­sel filmmu­ziek. Niet alleen maakte deze score uit 1977 school voor toekom­stige genera­ties film­compo­nisten, ook com­mercieel bood deze score toekomst. De bekro­ning van Star Wars mag terecht een richting­gevende onder­schei­ding worden genoemd, mede gezien de vele onbeken­de films die een Oscar(nominatie) voor de beste muziek mochten ontvan­gen in de jaren direct vůůr en na 1977.

Ennio Morricone

Beter laat dan nooit gold zeker ook voor Ennio Morricone, de Italiaan die tien jaar vůůr zijn eerste nominatie al geschie­denis had geschreven met de muziek voor enkele door Sergio Leone geregisseerde spaghettiwes­terns, uiteraard vooral met Once Upon a Time in the West (1968). Zijn eerste van vier nominaties ontving hij voor Days of Heaven (1978). Dat hij verloor van de discosound­track van Midnight Ex­press was velen destijds een doorn in het oog. Vergissen is menselijk, maar deze schuiver van de Academy blijft nog steeds curieus.

Misschien dat de bekroning van Midnight Express iets goed probeerde te maken voor het over het hoofd zien van de mu­ziek ­van Saturday Night Fever het jaar ervoor. Producent Robert Stig­wood was furieus over deze volgens hem onbegrij­pelijke omissie, vooral gezien het fenomenale succes van de sound­track van deze film.

En zo blijft het altijd gissen naar de beweegredenen van menige bekroning. Wat zat er achter de bekroning van de muziek van The Godfather Part II (1974)? Gewoon een goede, meeslepen­de score die een prijs verdient, of een goedmakertje voor de jammer­lijke verwijdering van de magis­trale score van The Godfather van de lijst met nominaties twee jaar eerder? (Com­po­nist Nino Rota had muziek van een oude film (Fortu­nella (1958­)) in de score voor The Godfather verwerkt, hetgeen in­druist tegen de regel dat de te nomineren score geheel nieuw dient te zijn.)


Lijst met winnaars van de jaren 1962-1980:

1962
Music Score - Substantially Original: Lawrence of Arabia, Maurice Jarre

Scoring of Music - Adaptation or Treatment: The Music Man, Ray Heindorf

1963
Music Score - Substantially Original: Tom Jones, John Addison

Scoring of Music - Adaptation or Treatment: Irma la Douce, Andrť Previn

1964
Music Score - Substantially Original: Mary Poppins, Richard M. Sherman, Robert B. Sherman

Scoring of Music - Adaptation or Treatment: My Fair Lady, Andrť Previn

1965
Music Score - Substantially Original: Doctor Zhivago, Maurice Jarre

Scoring of Music - Adaptation or Treatment: The Sound of Music, Irwin Kostal

1966
Original Music Score: Born Free, John Barry

Scoring of Music - Adaptation or Treatment: A Funny Thing Happened on the Way to the Forum, Ken Thorne

1967
Original Music Score: Thoroughly Modern Millie, Elmer Bern­stein

Scoring of Music - Adaptation or Treatment: Camelot, Alfred Newman, Ken Darby

1968
Best Original Score for a Motion Picture - Not a Musical: The Lion in Winter, John Barry

Best Score of a Musical Picture - Original or Adaptation: Oliver!, John Green

1969
Best Original Score for a Motion Picture - Not a Musical: Butch Cassidy and the Sundance Kid, Burt Bacharach

Best Score of a Musical Picture - Original or Adaptation: Hello, Dolly!, Lennie Heyton, Lionel Newman

1970
Best Original Score: Love Story, Francis Lai

Best Original Song Score: Let It Be, The Beatles

1971
Best Original Dramatic Score: Summer of '42, Michel Legrand

Best Scoring: Adaptation and Original Song Score: Fiddler on the Roof, John Williams

1972
Best Original Dramatic Score: Limelight, Charles Chaplin, Raymond Rasch, Larry Russell

Best Scoring: Adaptation and Original Song Score: Cabaret, Ralph Burns

1973
Best Original Dramatic Score: The Way We Were, Marvin Hamlisch

Best Scoring: Original Song Score and/or Adaptation: The Sting, Marvin Hamlisch

1974
Best Original Dramatic Score: The Godfather Part II, Nino Rota, Carmine Coppola

Best Scoring: Original Song Score and/or Adaptation: The Great Gatsby, Nelson Riddle

1975
Best Original Score: Jaws, John Williams

Best Scoring: Original Score and/or Adaptation: Barry Lyndon, Leonard Rosenman

1976
Best Original Score: The Omen, Jerry Goldsmith

Best Original Song Score and its Adaptation or Best Adaptation Score: Bound for Glory, Leonard Rosenman

1977
Best Original Score: Star Wars, John Williams

Best Original Song Score and its Adaptation or Best Adaptation Score: A Little Night Music, Jonathan Tunick

1978
Best Original Score: Midnight Express, Giorgio Moroder

Best Adaptation Score: The Buddy Holly Story, Joe Renzetti

1979
Best Original Score: A Little Romance, Georges Delerue

Best Original Song Score and its Adaptation or Best Adaptation Score: All That Jazz, Ralph Burns

1980
Best Original Score: Fame, Michael Gore

Best Adaptation Score: geen prijs uitgereikt wegens onvoldoen­de verkiesbare films

Paul S.

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 109
Andere artikelen:
Henny Vrienten - Portret
Geschiedenis van de Oscar Beste Muziek (deel 3) - Serie
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy