Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Geschiedenis van de Oscar - Terugblik
Score 106, 12 05 2006



AND THE OSCAR GOES TO ..... Verschenen in Score 106, maart 1998

Is de winnaar van de jaarlijkse Oscar voor de beste filmmuziek inderdaad de beste filmcomponist van het jaar? En is de be­kroonde filmscore ook de beste score die er in het datzelfde filmjaar te horen is geweest? Natuurlijk zijn er naast vele te­rechte win­naars van de Oscar voor de beste filmmuziek *) ook notoire mis­sers, hetgeen ook iets zegt over het genootschap dat de prijzen jaarlijks uit­reikt.

De Oscars worden per categorie gekozen door vakgeno­ten die zitting hebben in de Academy of Motion Picture Arts and Scien­ces, de instelling die de prijzen jaarlijks verdeelt. De voorkeur van de Academy kan gerust behou­dend evenals voor­zichtig worden genoemd. De onderscheiding van experimentele films of excentrieke producten komt zelden voor, nieuwe namen worden niet altijd meteen erkend. Gelukkig kunnen omis­sies incidenteel worden her­steld, hetgeen aan het voor­beeld van Alex North (schep­per van befaamde muziek voor films als A Streetcar Named Desire (1951) en Spartacus (1960)) zichtbaar werd. In 1986 ontving hij een speciale Oscar "in recognition of his brilli­ant artis­try in the creati­on of memorable music for a host of distin­guished motion pictures".

Historie

Het eerste jaar waarin een filmscore werd bekroond, was 1934­**), inmiddels de zevende jaargang van de Oscars. Er waren dat jaar slechts drie genomineer­den. De uit­ein­delijke winnaar was niet de filmcompo­nist maar het hoofd van de mu­ziekafdeling van de betreffende filmstudio. Eerste win­naar was destijds de film­studio Colum­bia voor de muziek van de film One Night of Love. Vanaf 1938 werden de componisten persoonlijk onder­schei­den.

De eerste drie jaar werden slechts drie films genomineerd. Vanaf 1937 was dat aantal fors gestegen: 14 nominaties in 1937 en liefst 21 in 1945 (categorie: Best Scoring of a Dramatic or Comedy Picture). Met ingang van 1938 werden de vele nominaties ge­splitst in twee subcategorieŽn: Best score en Original score. Vanaf 1946 zouden in twee categorieŽn filmmuziek steeds vijf, en incidenteel drie nomi­naties volgen.

Een lastige kwestie is altijd de benaming van de twee filmmu­ziekcate­go­rieŽn geweest. Jarenlang bestond er naast de catego­rie voor muziek bij een drama of komedie de categorie voor de muziek en/of liedjes van een film, meestal een musi­cal. Na het uit de gratie raken van de filmmusical omstreeks 1970 is deze tweede categorie meestal een mengvorm van Adapted score en Song score geweest. Na 1980 was er - met uitzonde­ring van de jaren 1982-1984 - slec­hts ťťn categorie (Original score). Met ingang van 1995 be­staan er weer twee categorieŽn: Best origi­nal drama­tic score en Best origi­nal musical or comedy score.

Trends en stijlen

Aanvankelijk was de voorkeur van de Academy voor Europese immigranten (Max Steiner, Franz Waxman (foto), Miklůs Růzsa) en gerouti­neerde Ameri­kaan­se filmcomponisten (Alfred New­man, Herbert Stot­hart, Victor Young) groot. De meer tradi­tionele filmmu­ziek en de overheer­sing van het fabrieksma­tige studiosy­stem was groot te noemen, hetgeen de enorme lijst met nomina­ties nog eens extra bena­drukte. Filmcomponisten componeerden destijds bij het leven ....

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen op de lijst met nominaties nieuwe namen voor van jon­ge componisten als Alex Nor­th, Andrť Previn, Elmer Bern­stein en Henry Mancini. Toch duurde de voor­keur van de Academy voor de vertrouw­de studiocompo­nisten uit de gouden dagen onvermin­derd voort, tot in de jaren '70. Vooral bij­belse spekta­kelfilms en epische producties scoorden stee­vast bij de jaar­lijkse verdeling van de prij­zen voor muziek bij dramatische films: The Bridge on the River Kwai (195­7), Ben Hur (1959­), Exodus (­1960). In de musicalcategorie scoor­den de grote musicals: An American in Paris (1951), Seven Brides For Seven Brothers (1954), Gigi (1958). Overigens zou de musical in 1964 absoluut heersen: zowel Mary Poppins als My Fair Lady werden voor hun score bekroond. 

Na 1960 verdween langzaam de werking van het studiosystem en verloren de klassieke filmcomponisten uit de jaren '30 en '40 hun greep op het filmmuziek- en Oscargebeuren. Tal van nieuwe componisten doken in de jaren '60 op, artiesten die nadien nog jaren­lang van zich zouden doen spreken: Amerikanen als Jerry Gold­smith en John Williams en vooral buitenlanders als Maurice Jarre, Michel Legrand en John Barry. Deze bescheiden in­vasie van buitenlanders kwam overeen met de relatief zwakke positie van de Amerikaanse film in de jaren '60.

De invloed van popu­laire muziek resulteerde in Oscars voor de Beatles (Let It Be (1970)) en Isaac Hayes (Shaft (1971­)). Een begin jaren '70 populai­re s­inger/songwriter als Randy Newman zou uiteindelijk zijn weg vinden naar het componeren van filmmu­ziek en een handvol nominaties.

De jaren '70 waren het tijdperk van John Willi­ams (foto) die een sterke impuls aan het ver­schijnsel filmmuziek zou geven met zijn baanbre­kende score voor Star Wars (1977), muziek die de Acade­my meteen bekroonde. Ten slotte kon Hollywood niet om Ennio Morricone heen. Welis­waar laat - pas in 1978 - ontving hij een nominatie (voor Days of Heaven). Nadien volgden nog eens drie nominaties.

Aan de hand van de nomi­naties/winnaars kan de ontwikkeling van de (populaire) muziek door diverse decennia heen aardig worden geschetst. In de jaren '50 deed jazz aarzelend zijn intrede, in de jaren '70 pop/­roc­k, en in de jaren '90 valt een lichte ver­schui­ving naar elek­troni­sche en zelfs am­bient muziek waar te nemen.

Trendsettend is de Oscar nauwelijks. Vorig jaar was Rachel Portman een primeur als de eerste vrouwelijke componist die werd onderscheiden (voor de score van Emma). Inderdaad was dit de eerste keer dat een geheel eigen, door een vrouw geschreven score werd be­kroond. Of met deze primeur een nieuwe trend wordt ingezet, valt echter nog te bezien. In Hollywood is heel veel mogelijk, maar alles op zijn tijd en liefst in fasen!

Records

Absoluut kampioen nominaties is de Amerikaan Alfred Newman (1901-1970). Liefst 41 nominaties voor scores plus twee nomi­naties voor lied­jes staan er op zijn naam. Uiteinde­lijk werden negen nominaties verzilverd. Gezien het aantal nomi­na­ties in de jaren 1937-1945 (soms meer dan 20 nominaties per subcate­go­rie) geeft dit totaal van 41 een vertekend beeld vergeleken met de situa­tie van vandaag. De jaren 1937-1956 waren onbe­twiste Newman-jaren: elk jaar ontving hij tenminste ťťn nomi­natie, in 1939 zelfs vier (zon­der te winnen overigens)!

John Williams (1932-) heeft in totaal 35 nominaties mogen ontvangen tot nu toe (en vijf Oscars uiteindelijk), maar hij had dan wel steeds te maken met categorieŽn met slechts vijf genomineerden elk (en een aantal jaren met slechts ťťn catego­rie!). Hij is echter nog lang niet uitgeraasd, wellicht zal hij uiteindelijk kampioen worden als hij op deze voet verder­gaat.


*  De beste song blijft in dit artikel buiten beschouwing
** Jaartallen ver­wij­zen naar releasedata, niet naar Oscaruit­rei­kingsjaren

Paul S.

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 106
Andere artikelen:
Geschiedenis van de Oscar - Terugblik
Paul Verhoeven - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy