Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Boekbespreking - Hammer House horrormuziek
Score 104, 26 05 2006



Boekbespreking: Hammer House horrormuziek – Verschenen in Score 104, september 1997

Eerst maar eens een paar filmtitels: Dracula, The Curse of Frankenstein, The Hound of the Baskervilles en The Two Faces of Dr. Jekyll. Dan een paar namen: acteurs Christopher Lee en Peter Cushing, regisseurs Terence Fisher, Seth Holt, Freddie Francis, Val Guest en Michael Carreras, componisten James Bernard, Don Banks, Leonard Salzedo, Frank Spencer en Harry Robinson. Vervolgens één vraag: wat hebben deze titels en namen gemeenschappelijk? Het enig juiste antwoord: ze waren allemaal langere of kortere tijd in dienst van de beroemde Britse Hammerstudio's, waar in de jaren vijftig, zestig en zeventig een serie horror- en sciencefictionfilms tot stand kwam, die met de 'merknaam' Hammer hetzelfde zouden doen als Maggi ooit deed met het bekende soeparoma. De merknaam ging samenvallen met het geleverde product.

Randall Larson, liefhebber en kenner van het horror- en sciencefictiongenre, schreef een boek waarin hij een overzicht geeft van de typische Hammer-filmmuziek, die mede zo'n belangrijke bijdrage leverde aan het succes van de filmstudio. Hij sprak daarvoor met nog in leven zijnde betrokkenen, maar putte ook uit oudere interviews en artikelen. Zo ontstond, meer nog dan een 'leesboek', een aardig 'opzoekboek' waarin elke componist een plaats heeft gekregen, ook wanneer zijn bijdrage beperkt bleef tot een enkele film.

Hammer, zo blijkt, was een echt 'productiebedrijf': aan de lopende band werden er films gemaakt. Componisten werkten bij Hammer dan ook onder hoge druk. Drie weken was het gemiddelde tijdsbestek waarin een score gereed moest komen. In aanmerking genomen dat een film soms meer dan een uur symfonische muziek nodig had, is het nog een wonder dat nogal wat componisten hoog opgeven over de werkomstandigheden. Bij alle hectiek was er kennelijk voldoende plezier in het werk. De muziek voor al die films werd met vaste hand gesuperviseerd, aanvankelijk door de klassiek-symfonisch georiënteerde John Hollingsworth. Na diens dood nam, in 1963, Philip Martell het roer over. Onder zijn leiding werden de Hammerscores allengs jazz-achtiger, ze werden ritmischer, en ook popelementen ontbraken op den duur niet. Geen wonder overigens: juist in de jaren zestig veroverde de popmuziek stormenderhand de wereld. Wie commercieel wilde meetellen moest daar wel in meegaan.

The King

De kwalitatief en kwantitatief meest consistente van alle Hammercomponisten was James Bernard; hij bracht maar liefst 21 horrorscores op zijn naam. Bernard was de man die de Hammer zijn muzikale 'trademark' bezorgde met zijn voorkeur voor langzame, afdalende notenreeksen tegen een achtergrond van orkestrale dissonanten, uiteindelijk steevast culminerend in een, zoals Larson dat omschrijft, "dynamic frenzy of wild orchestration". De instrumentatie van de scores was daarbij meestal simpel en conventioneel. Geen elektronica, geen merkwaardige effecten. De blazerssectie domineerde, meestal aangevuld met strijkers (die met veel vibrato speelden) en percussie. De waarlijk "eerie suspense music" was niet zelden het resultaat van de gecombineerde inzet van stem, Hammondorgel en strijkers.

Bernard was iemand die zijn muziek vaak op een speelse manier componeerde: voor The Curse of Frankenstein en Horror of Dracula baseerde hij zijn composities op de drie lettergrepen van (zingt u even mee) respectievelijk: FRANK-en-steinnnn ... en DRAC-u-la ... Beide scores behoren, meent Larson, met The Gorgon tot de absolute toppers uit de Hammermuziekcatalogus.

Was James Bernard "the king of Hammer horror music", dan was Don Banks, zo maakt Larson duidelijk, zijn kroonprins. Deze onderschatte componist had een stijl van componeren die lyrischer, minder donker van toonzetting was dan die van Bernard. Ondanks het feit dat Banks geregeld experimenteerde met de twaalftoonstechniek waren zijn scores vaak zeer melodisch. Zijn muziek voor The Evil of Frankenstein is daarvan wellicht het beste bewijs. Banks was een bijna ziekelijk perfectionist, die soms letterlijk leed onder de grote werkdruk. "My energies were being used and being sapped by writing music perhaps ten, twelve or more hours a day continually", verzuchtte hij later eens.

Uitputtend

Talloze andere componisten passeren de revue, onder wie bekende namen als Richard Rodney Bennett (hij beschouwt zijn score voor de Hammerproductie The Nanny als een van zijn beste); de enige vrouw in het gezelschap, veelschrijfster Elisabeth Lutyens (zie ook Score 89, 1993); Laurie Johnson, een man die velen vooral zullen kennen van zijn werk voor Ray Harryhausens The First Men in the Moon en Stanley Kubricks Dr. Strangelove en de Italiaan Mario Nascimbene, verantwoordelijk voor de sound van de prehistorische drama's van Hammer, met titels als When Dinosaurs Ruled the Earth en Creatures the World Forgot.  

Daarmee zijn we al gevaarlijk dicht in de buurt van de jaren zeventig, de jaren van "twilight" en uiteindelijk de "swan songs" van Hammer. Zwanenzang die volgens Larson met enig kakofonisch kabaal gepaard ging. Zo geeft hij een beschrijving van de muziek die jazztrompettist Don Ellis (bekend van The French Connection) maakt voor de rampzalig slechte productie Moon Zero Two uit 1969. De rillingen lopen je over de rug. Die film zou ik nou wel eens willen zien: een dergelijke combinatie van smakeloze muziek en idiote sciencefiction moet, althans dat maak ik op uit Larsons beschrijving, nagenoeg uniek zijn.

Larsons schreef een uitputtend boek, maar dan vooral waar het gaat om de Hammercomponisten en hun muziek. Van het bedrijf 'Hammer' als zodanig komen we niet zoveel te weten. Naar mijn smaak wordt de muziek, zoals wel vaker het geval is in dit soort boeken, wat te veel losgezongen van de films en de filmproductie. Bovendien is Larson behept met het vooroordeel dat populaire muziek (hij doelt dan op jazz èn pop) en filmmuziek niet samen kunnen gaan. Onzin natuurlijk, componisten met zulke uiteenlopende stijlen als Elmer Bernstein, Henry Mancini en Lalo Schifrin bewijzen het tegendeel. 

Helaas bevat het boek ook nogal wat (druk)fouten. Twee voorbeelden: een bepaalde passage over James Bernard staat er letterlijk en zonder reden twee keer in (vergelijk de pagina's 27 en 49). En in het filmografische/discografische overzicht, waarmee het boek besluit, wordt de score voor Whispering Smith Hits London toegeschreven aan regisseur Terence Fisher (!), en als je dan denkt te maken te hebben met een naamsverwisseling waardoor je tot de conclusie komt dat het Francis Searle moet zijn geweest, is de verwarring compleet als je een en ander controleert in een tweede bijgevoegd overzicht: het was dus Frank Spencer. Ra, ra, hoe zit het nu?

Nochtans, iedere verzamelaar van Hammer horrormuziek zal het niet zonder deze uitgave kunnen stellen. Vandaar: aanbevolen.


Randall D. Larson - Music from the House of Hammer. Music in the Hammer Horror Films 1950-1980, The Scarecrow Press, Inc., Lanham & London, 1996.

Het boek verscheen als nummer 47 in de "filmmakers series" van Scarecrow Press. U kunt het bestellen bij de uitgever.
Het adres is: 4720 Boston Way, Lanham, Maryland 20706, USA
of: 4 Pleydell Gardens, Folkestone, Kent CT20 2DN, England.
Het ISBN nummer luidt: 0-8108-2975-4

HM




Gerelateerde links
 Startpagina

Score 104
Andere artikelen:
Klaas ten Holt - Miniportret
Boekbespreking - Hammer House horrormuziek
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy