Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Elliot Goldenthal - Portret
Score 103, 02 06 2006



Proberen een rebel te zijn – Verschenen in Score 103, juni 1997

De onweerstaanbare opkomst van Elliot Goldenthal

Elliot Goldenthal is volgens sommige van zijn bewonderaars zo talentvol dat ze hem maar alvast hebben uitge­roepen tot de enige echte opvolger van grootmees­ter Ber­nard Herrm­ann – die door Goldent­hal zelf overigens de eerste echte minimalist is genoemd. Te veel eer? Wie zal het zeggen. In ieder geval sloeg de jonge compo­nist recentelijk weer toe met scores voor twee zeer suc­cesvol­le films: Michael Collins, van de Ier Neil Jordan met Liam Neeson in de titelrol, en A Time to Kill onder regie van Joel Schuma­cher. Twee filmma­kers met wie Elliot Goldenthal reeds eerder ook al niet zonder succes had samenge­werk­t (resp. Interview with the Vampire en Batman Forever). Eén ding staat buiten kijf: de eigen­zinni­ge Goldenthal heeft zich inmiddels een vaste plaats verwor­ven in het gezelschap van geves­tigde film­componisten. Hij werkt al aan een vierde deel in de Batmanreeks.

Elliot Goldenthal (jaargang 1954) woont en werkt in New York. Al vroeg in zijn leven maakte hij kennis met de jazz, maar raakte geleidelijk ook geïnteresseerd in klassieke muziek. Hij bezocht de Manhattan School of Music, waar hij onder anderen les kreeg van grootheden als John Corigliano (bekend van onder andere Altered States) en Aaron Copland. Goldenthal ontwikkel­de een brede muzi­kale smaak en maakte zich tal van genres eigen. Dat Gol­denthal zich in zijn compo­sitorische werk niet uitslui­tend beperkt tot filmmu­ziek is dan ook niet zo vreemd. De laatste jaren schreef hij muziek voor toneel (hij heeft zo'n veertig theater­producties onder handen gehad), een opera en enige orkestrale concertwer­ken. Zo ging in 1990 Shadow Play Scherzo in première, ter gelegenheid van Leonard Bern­steins zeventig­ste verjaardag.

Actiefilms

Goldenthals filmcarrière begon in 1979 met Blank Gene­ration van de van oorsprong Duitse filmmaker Uli Lommel, een film in de punkrocktraditie (we zeiden het al: Goldenthal is breed georiënteerd) met Andy Warhol. Daarna zou er op filmgebied bijna tien jaar niets uit zijn handen komen, totdat de regis­seurs Gus van Sant en Mary Lambert een beroep op hem deden voor respec­tievelijk Drugsto­re Cowboy, inmiddels uitge­groeid tot een moderne klas­sieker, en de verfilming van Step­hen Kings Pet Sematary.

Met Batman Forever kreeg Goldenthal echter pas grotere bekend­heid. Voor dit derde deel van de sage over de 'Caped Crusa­der', schreef Gol­denthal een nieuw thema, want, en dit typeert hem: 'I have no bad feelings about Danny Elfman, I think his theme was great. But I wanted to do my own theme'. Dat helden­thema werd een heroï­sche aangelegenheid: enigszins Wagneriaans en marsachtig van signatuur. Maar het thema gaf ook iets bloot van de tragiek van het dubbelleven dat Batman leidt. Muzika­le elementen ontleend aan typische jaren vijftig en zestig B-filmsounds (de theremin, die gekke Farfi­sa-orgeltjes) kregen ook een plaats in Goldenthals score. En behal­ve dat is zijn Bat­man-score ook nog eens opvallend jazzy, zelfs in de actie­scè­nes. Geen wonder trouwens, want jazz, vindt Elliot Goldenthal, is de grote-stads-muziek bij uitstek. Gotham City zet hij daarom neer met een aan de jaren-vijftig-big-bands herinneren­de sound.

Actiefilms zijn niet per se Goldenthals favoriete filmgenre om van muziek te voorzien. Sterker, hij vindt het vaak een verve­lende bezigheid, liever werkt hij aan een fijn besnaarder drama als Golden Gate, waarvoor hij een heel gevoelige, jazz- en folkachtige score schreef. Bij actiefilms kun je volgens Goldenthal vaak maar één kant op in de muziek (actie is vaak gelijk aan muzi­kale snelheid!) en moet je als compo­nist voort­du­rend het gevecht aan met de overheersende soundef­fects. Psy­chologi­sche drama's zijn een veel grotere uitdaging voor Goldenthal. Vandaar zijn voorkeur voor theater en films als Drugstore Cowboy en Interview with the Vampire, zijn tot op heden wellicht grootste succes als film­componist.

Eigenlijk is Interview with the Vampire een geval apart. De score kwam in zeer korte tijd tot stand, hetgeen samenhing met de omstan­dig­heid dat er eigenlijk al een score was voor de film, ge­schre­ven door een gereputeerde filmcompo­nist: George Fen­ton. Maar dat werkstuk werd afgedaan als te weinig drama­tisch, reden waarom Warner Brothers een beroep deed op Elliot Gol­denthal, wiens scores voor Demolition Man en Alien 3 men hogelijk waardeerde om hun grote diversiteit aan stijlen. Goldenthal stelde zijn opdrachtgevers niet teleur en schreef fraaie muziek met mooie momenten zoals Claudia's Allegro Agita­to, waarin hij de confrontatie tussen een energiek str­ijk­kwar­tet en een begeleidend orkest beproeft.  

Uitdagingen

Alien 3 beschouwt Goldenthal, niet ten onrechte overigens, als een score die het resultaat is van 'experimenting, experimen­ting, experimenting'. Goldenthal bracht maar liefst een half jaar door in de studio om aan de muzikale geluidseffecten te werken. Al met al fabriceerde hij een score waarover hij achteraf niet ontevreden kan zijn, ofschoon de opnamen en vooral de montage gekmakend wanorde­lijk verliepen.

Goldenthals compositie werd een fascinerende, intelligente mix van atypi­sche elek­tronica, complexe blaaspartijen en ongewone orkestra­ties – zie en vooral hoor het prachtige, bijna triom­fantelij­ke adagio voor Ripley aan het slot van de film. Vol­gens Gol­dent­hal was Alien 3 een veel inte­ressan­tere film voordat allerlei hotemetoten van de studio er zich mee gingen bemoei­en. (Dat regisseur David Fincher wel degelijk wat in zijn mars heeft, zou hij een paar jaar later dan ook bewijzen met de fan­tasti­sche thril­ler Se7en.)

Ook over de bewust clichématige, ironisch bedoelde muziek voor Demolition Man mag Goldenthal tevreden zijn, te meer daar ook in dit geval het script voor de film veel beter was dan wat de kijkers uiteindelijk te zien kregen. Volgens Goldenthal was de film in potentie vergelijkbaar met Truffauts Fahrenheit 451, maar werd die mogelijke variant al in een vroeg stadium door de produ­cers om zeep geholpen. Producers die trouwens toch niet tot de slimsten behoorden, omdat ze volgens Goldent­hal abso­luut niet in de gaten hadden hoe 'funny' zijn score wel niet bedoeld was: 'They thought it was for real!'

Ook Michael Manns Heat was voor Goldenthal een allesbehal­ve aangename ervaring. Hier had hij weer eens de kans muziek te componeren voor een uitste­kende film. Hij schreef een prima score; als zo vaak tegenwoordig deels elek­tronisch, deels orkes­traal en daarbij ruimte latend voor mar­kante strij­kers­klanken van het Kro­nos Kwar­tet en snerpende gitaren. Maar jammer voor Goldent­hal, er waren ook een paar niet onverdien­stelijke popsongs beschik­baar, waar Manns voorkeur naar uit­ging. En daarmee doorkruiste de regisseur Goldent­hals muzikale opzet. 'Het was je reinste circus, waar­door ik uiteindelijk het project ver­liet', ver­klaarde Goldenthal terugkij­kend.

Maar Elliot Goldenthal kan tegen een stootje. Hij is een componist die, gehoord zijn scores, voortdu­rend op zoek is naar nieuwe uitdagingen. Ik probeer een rebel te zijn, heeft hij niet voor niets van zich­zelf gezegd, en dat streven tekent zijn muziek. In laatste instantie kunnen muzi­kale conventies hem gestolen worden: 'Alle vormen van kunst hebben iets irra­tioneels'. Maar ook een vrijgevochten en veelzijdig georiën­teerd man als Gol­denthal heeft natuurlijk zijn muzikale voor­keuren en kent zijn 'main influ­ences'. Hij noemt uiteraard Bernard Herrmann, maar ook Nino Rota en Philip Glass en voorts Richard Wagner, Igor Stravin­sky, Gustav Mahler en, natuurlijk, jazz, meer speciaal lui als Charlie Mingus, Miles Davis en John Coltrane.

Misschien is die laatste invloed nog het best terug te horen in Goldenthals muziek voor de honkbalfilm Cobb (van sportfilmspecialist Ron Shelton, met in de hoofdrol Tommy Lee Jones), waarin hij niet alleen put uit de rijke Amerikaanse traditie van folksongs, maar ook en vooral uit bijna de hele jazz­tradi­tie, van ragtime en dixieland tot John Coltrane. Zelf rekent Goldenthal Cobb, met Golden Gate, tot zijn beste werken. 

Vorm en functie

Goldenthals leidraad bij het componeren van filmmuziek is steevast: 'form follows function'. Het kan de veelheid aan stijlen en stijlinvloeden verklaren die zijn werk verraadt, maar bij voorbeeld ook het fenomeen dat sommige van zijn scores een duidelijke leidmotiefachtige structuur hebben zoals Batman Forever, terwijl veel ander werk dat bewust mist, simpelweg omdat het, naar Goldenthals oordeel, dramatisch en verhaal­technisch niet goed zou uitpak­ken. Alien 3 had een sfeervolle, atmosfe­rische score nodig, Drugstore Cowboy was het best gediend met muziek die verschillende stadia van 'bewustzijns­verruiming' zou verklanken. Daarom dus: geen leidmotie­ven.

Nimmer heeft Goldenthal één van zijn scores zelf gedirigeerd. En hij is vooralsnog ook niet van plan dat te gaan doen. Hij vindt het veel te belangrijk om tijdens de opname van zijn muziek achter het glas van de studio plaats te kunnen nemen en zo samen met de regisseur en de technici het geluid optimaal vast te leggen. Bovendien, zo zei Goldenthal in een recent interview, 'is het goed bij de geboorte van je muziek in de nabijheid van de regisseur te zijn, zodat je zijn reactie kunt peilen'.

Een andere meer prozaïsche reden om niet te dirigeren is het feit dat film volgens Goldenthal 'a very fast thing' is: soms moet je een score van twee uur schrijven in een maand tijd. Hij heeft dan domweg niet meer de energie ook nog eens die score uit zijn hoofd te leren en vervolgens voor het orkest te gaan staan.

Wel co-orkestreert Goldenthal de meeste van zijn composities, veelal in samenwerking met Robert Elhai. Voor Goldent­hal is orkestre­ren een voortzetting van componeren, het is eigenlijk hetzelfde als componeren, vindt hij. Goldenthal wil precies in de hand kunnen houden 'wat elk instrument gaat doen'. Naast Elhai zijn andere vaste krachten in Goldenthals 'team':­ muziek­edi­tor / muziekproducer Matthias Gröhl en sample-tovenaar Ri­chard Martinez, een man die niet alleen getalen­teerd is in het opsporen van eigenaardige geluidsfragmenten, maar vooral ook in het creëren ervan. Wie beider kunnen gedemonstreerd wil horen, moet de score voor Alien 3 maar eens beluisteren.

Al zijn scores werkt Goldenthal voor het grootste deel elek­tronisch uit (met behulp van computer en MIDI), hetgeen uiter­aard bij de orkestratie goede diensten bewijst, omdat veel instrumenten aldus reeds hun rudimentaire plek in de score kunnen krijgen. 'MIDI brings the composer back to where Shos­takovich was when he used to accompany films at the piano in Leningrad. It's very precise', zei Goldenthal kortgeleden. Zo precies dat het apparaat Goldenthal in staat stelt bij wijze van spreken te compo­neren op het ritme van een simpele maar veel­zeggende oogbe­weging van een acteur; de muziek is minu­tieus af te stemmen op de handeling.

Zo zelfbewust als hij is bij het componeren, zo zelfbewust gaat Elliot Gol­denthal om met zijn score-opnamen. Zo handhaaft hij op de cd-versie niet altijd de chronologi­sche volgor­de (alweer is Alien 3 een sprekend voor­beeld) omdat hij vindt dat die versie nu een­maal anders 'werkt' dan de muziek tij­dens het bekijken van de film. Niet dat Goldenthal altijd verantwoorde­lijk is voor wat er gebeurt met zijn mu­ziek. Het is het aloude (of beter misschien het hitgevoelige) liedje: de cd-versie van Batman Forever bevatte zoveel popmu­ziek dat er uiteindelijk slechts ruimte overbleef voor slechts 45 minuten van Goldent­hals twee uur durende score.

In ieder geval geeft Goldenthal er blijk van filmmuziek een se­rieus te nemen genre te vinden. Juist daarom is hij zeer kri­tisch: tachtig procent van alle filmscores is volstrekt waar­de­loos vindt hij. Maar, zo vergoelijkt hij dat strenge oor­deel, dat percentage geldt voor elk artis­tiek medium. En hij ontziet zich daarbij zelf niet: hij vindt dat hij niet tot het selecte gezel­schap van compo­nisten be­hoort dat constant hoge kwaliteit levert. 

Goldenthal vindt zich, zo zei hij in een interview, geen Sjostako­vitsj of Prokofiev, geen Leonard Bernstein of Aaron Copland – maar dat is dan ook voor­waar geen slecht gezel­schap om je mee te vergelij­ken. 

HM

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 103
Andere artikelen:
Marian de Garriga - Miniportret
Boekbespreking - Sounds of Movies
Elliot Goldenthal - Portret
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy