Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Nieuwe ontwikkelingen in de filmmuziek - Beschouwing
Score 101, 16 06 2006



Nieuwe ontwikkelingen in de filmmuziek - Verschenen in Score 101, december 1996

Tijdens het Cinemusicfestival in Gstaad was de rondetafeldiscussie dit jaar gewijd aan, zoals het een beetje hoogdravend heette, de toekomst van de filmmuziek. Men sprak over technologie, song-driven scores, publicatie en archivering van filmmuziek, rechten en concertuitvoeringen van filmscores.

John Barry zette wat de technische ontwikkelingen betreft de zaak op scherp met de opmerking: “Ik ben de minst technologische jongen ter wereld. De toekomst is simpelweg: ga zitten en schrijf geweldige muziek!” De toekomst van de filmmuziek ligt niet in allerlei nieuwerwetse techniekjes, maar in het filmmuzikale verleden, hield Barry zijn gehoor en zijn medediscussianten voor, en dat waren: Jack Haley jr. producer van That's Entertainment en organisator van de jaarlijkse Oscaruitreikingen, Leslie Bricusse, tekstschrijver van onder andere de musicalversie van Victor/Victoria, Matthias Zimmerman, componist, Anant Singh, producent van onder andere Sarafina! en Cry, the Beloved Country en Jeannie Pool, van de Society for the Preservation of Filmmusic; zij trad op als voorzitter.

Barry ging in op recente projecten waaronder Across the Sea of Time, een productie van epische proporties; in zijn geheel opgenomen in IMAX, met een evenzo indrukwekkend soundsystem. “Maar het gaat bij dit project niet alleen om de inmiddels bekende IMAX-formule”, verklaarde Barry, “het gaat ook om 3-D. En het publiek wordt voorzien van koptelefoons die meer weg hebben van bromfietshelmen en die in elk oor maar liefst vier geluidskanalen tegelijk kunnen aanbieden.”

Hij en zijn vaste technicus Shawn Murphy hadden een hightech EMI-studio verwacht, maar troffen in Londen een ruimte uitgerust met slechts één microfoon. “Die microfoon zag er uit als een menselijk hoofd met 'microfonenoren' en verder nog wat kleine microfoontjes en dat was dat. De zuiverheid en de kwaliteit van het geluid waren miraculeus – een hele vooruitgang met mijn eerste geluidsopnamen in de MGM-studio's waar de microfoons enorm waren en het geluid afschuwelijk, dat zeker, maar voor de componist verandert er verder dus geen snars.”

Songs

Hot topic nummer twee was het toenemende aantal scores dat wordt bepaald door songs. Leslie Bricusse vertelde over de tijd dat het gewoon was een song speciaal voor een film te schrijven en hoe dat tegenwoordig anders gaat; de muziekdeals zijn al gesloten voordat het script af is, en niet zelden hebben de lyrics van een lied daarom niets te maken met wat er op het scherm te zien is. Bricusse: “Liedjes zijn geen onderdeel meer van het verhaal, zoals in de Disneyfilms, maar zijn bedoeld als achtergrondmuziek. Sleepless in Seattle is wat dat laatste betreft nog een van de meest geslaagde films van de laatste tijd en Warren Beatty's Love Affair een van de slechtere: de keuze van de songs was verschrikkelijk en zeer storend.” Bricusse wees ook nog op Bruce Springsteens voorbeeldige bijdrage aan Philadelphia en vooral op Woody Allen, die vrijwel steeds fraaie songs selecteert om de typisch New Yorkse atmosfeer die zo kenmerkend is voor zijn films weer te geven.

Tegenwoordig treden veel filmcomponisten tevens op als musical directors, waarmee ze zowel verantwoordelijk zijn voor het creëren van muziek als voor het selecteren van muziek van anderen. John Barry deed dat al in 1969 met Midnight Cowboy en later met Francis Ford Coppola's Peggy Sue Got Married.

Bestaande muziek wordt trouwens, zo bleek, vaak gebruikt om een zogenaamde temptrack te vervaardigen, zodat de regisseur een muzikaal aandachtspunt heeft bij het draaien en monteren. Soms wordt zo'n track in de uiteindelijke versie gehandhaafd, hetgeen gebeurde in Cry, the Beloved Country: Barry en producer Anant Singh besloten een song van Enya te behouden. Singh daarover: “Het bewees het goede samengaan van score en song in een film.”

Zo nu en dan gaat het echter helemaal mis, zoals bij Santa Claus, the Movie, waarvoor Bricusse samen met Henry Mancini een half dozijn songs schreef. Allemaal werden ze naar de prullenmand verwezen toen bleek dat de producenten, “die bandieten van Salkind”, een lucratieve deal konden sluiten met EMI, maar zodoende wel gedwongen waren bestaande songs uit de EMI-catalogus te gebruiken.

Rechten

Jaren geleden waren de studio's de eigenaar van alle muziek. Maar sommige componisten, zoals voortrekker Henry Mancini, hielden de rechten in eigen hand. De studio's kregen kopieën van de scores, de componisten hielden de originele schetsen, noten en orkestraties. “Hank (Mancini, red.) bezat 25% van Moon River en Johnny Mercer 25%”, zei Leslie Bricusse tijdens het forum, “en hij kreeg 50% van de publicatie van het Pink Panther thema, dat in negen films, 86 commercials, drie tv-series is gebruikt, en zo meer geld heeft opgebracht dan sommige Derde Wereldlanden verdienen.”

Overigens behielden en behouden componisten niet slechts om financiële redenen de muziekrechten en de originele partituren, maar ook uit het oogpunt van archivering. Veel scores gingen en gaan immers verloren als je de opslag aan de studio's overlaat.

Daar staat een nieuwe ontwikkeling tegenover: Hollywoodstudio's krijgen langzamerhand in de gaten dat er geld te verdienen valt aan oude filmscores. De Society for the Preservation of Filmmusic onderhandelt daarom over een eerste serie orkestraties van een paar klassieke filmscores. Nieuw is ook dat jonge componisten als Patrick Doyle (Sense and Sensibility) thans onderhandelen over het recht hun muziek uit te voeren met orkest direct na het uitkomen van de film. In het verleden kon daar tot ongenoegen van veel componisten nog wel eens wat tijd over heen gaan. Daarnaast, zo bleek tijdens het forum, is het tegenwoordig niet ongewoon dat componisten hun filmmuziek laten uitvoeren onder leiding van andere dirigenten. John Barry heeft wat dat laatste aangaat veel vertrouwen in John Waxman. Barry: “Ik heb een twee uur durend concert klaarliggen, door mijzelf gearrangeerd en georkestreerd.”   

Robert Hoshowsky (vert./bew.: HM)

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 101
Andere artikelen:
Impressies van een filmmuziek-seminair
In gesprek met John Barry
Nieuwe ontwikkelingen in de filmmuziek - Beschouwing
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy