Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Poolse filmmuziek in concert - Vooruitblik
Score 136, 06 10 2006



Poolse filmmuziek in concert – Verschenen in Score 136, september 2005

Filmfestival van Vlaanderen zet filmmuziek van wereldklasse in de schijnwerpers

Toen Jan A.P. Kaczmarek in februari jongstleden een Oscar won voor zijn muziek voor Finding Neverland was dat niet alleen een flinke opsteker voor zijn eigen carrière, maar ook een geweldige stimulans voor de Poolse filmmuziek. Want er zijn meer grote of kleine namen dan Kaczmarek. En Poolse filmmuziek is al vanaf pakweg de jaren ’50 een interessant fenomeen gebleken. Het Filmfestival van Vlaanderen organiseert dit jaar een Pools filmmuziekconcert met als hoofdgast een andere grote naam uit Polen: Zbigniew Preisner. Maar was Kaczmarek eigenlijk de eerste Pool die een Oscar won voor de beste muziek?

Komeda

De naoorlogse Poolse film dankt haar eerste faam aan Andrzej Wajda die in de jaren ’50 met zijn oorlogstrilogie ook in het Westen opzien baarde. In de jaren ’60 waren het jonge regisseurs als Roman Polański en Jerzy Skolimowski die in eigen land en snel daarna ook in het Westen bekendheid verwierven met enkele bijzondere films die vooral de jonge generaties aanspraken. En hierbij dient zich meteen een eerste belangwekkende naam uit de Poolse filmmuziekwereld aan in de persoon van Krzysztof Komeda die voor praktisch alle films van Polański in de jaren ’60 (Mes in het water (1962), Cul-de-sac (1966)) de muziek zou schrijven evenals voor enkele films van Skolimowski (Bariera (1966), Le départ (1967)). Komeda was in eigen land een invloedrijk jazzmusicus wiens jazzmuziek uitstekend paste bij de films van Polański. Niet alleen in het Westen maar ook in Polen waren jazzklanken destijds haast allerwegen gemeengoed geworden. Gaandeweg de jaren ’60 werkte Komeda ook voor films uit andere landen, met name Scandinavië, Engeland en na Polański’s verhuizing naar Hollywood ook voor Amerikaanse films waaronder natuurlijk Rosemary’s Baby (1968). Helaas kwam Komeda door een noodlottig ongeval vlak vóór zijn 38-jarige leeftijd in 1969 te overlijden en is zijn onmiskenbare talent nooit volledig tot wasdom gekomen.

Kilar

Niet alleen uit de jazzhoek kwamen de componisten, maar meer nog uit de wereld van de klassieke muziek. Op dit gebied had zich in Polen anno 1960 een interessante ontwikkeling voorgedaan. Enkele jonge componisten maakten naam met opmerkelijke, klassieke werken die vooral opvielen door de nadruk op klanken evenals experimentele vormen. Deze door Duitse critici bestempelde Poolse componistenschool werd aangevoerd door nog steeds illustere namen als Witold Lutosławski (1913-1994), Krzysztof Penderecki (1933), Henryk Mikolaj Górecki (1933) en Tadeusz Baird (1928-1981). Behalve Lutosławski hebben al deze componisten ook filmmuziek geschreven. Tot deze groep behoorde ook de in 1932 geboren componist Wojciech Kilar die zich steeds meer zou gaan toeleggen op het schrijven van filmmuziek en inmiddels met meer dan 150 scores een enorme staat van dienst heeft bereikt. Met name Andrzej Wajda zou met grote regelmaat een beroep doen op zijn talent. Voor Het land van de grote belofte (Ziemia obiecana) (1974), Korczak (1990), Pan Tadeusz (1999) en Wajda’s laatste film Zemsta (2002) schreef Kilar melodieuze, bizarre en romantische muziek. Minstens zo belangrijk was zijn samenwerking met de in de jaren ’70 en ’80 ook in het Westen bekende Krzysztof Zanussi, voor wie hij onder meer de muziek schreef bij Iluminacja (1972), Kontrakt (1980) en The Year of the Quiet Sun (1984). Zijn grote doorbraak in het Westen maakte hij in 1992 met zijn overdonderende score voor Coppola’s Bram Stoker’s Dracula. Nadien werd hij onder meer gevraagd door Polański (Death and the Maiden (1994), The Ninth Gate (1999) en The Pianist (2002)), Jane Campion (The Portrait of a Lady (1996)) en nog steeds door Zanussi en andere Polen.

Preisner

Anders dan de eerder in traditionele, klassieke klanken grossierende Kilar werd Zbigniew Preisner (1955) eind jaren ’80 wereldberoemd door zijn ingetogen, naar minimal music neigende score bij de befaamde decaloog uit 1988 van landgenoot Krzystof Kieślowski. Tot nog grotere hoogten reikte Preisner met Kieślowskis opvolger La double vie de Véronique (1991). Muziek uit deze score werd veelvuldig gebruikt in een andere context en ook niet- scoreliefhebbers sloten de muziek in hun hart. De mystieke klanken sloten naadloos aan op Kieślowskis kleurentrilogie (1993-1994) die voor nieuw succes zorgde. Voor alle grote Poolse filmcomponisten is het kenmerkend dat ze meestal met één of twee grote regisseurs uit eigen land verbonden zijn of waren. Wie anno 1990 Kieślowski zei, zei in één adem Preisner. Hun samenwerking was derhalve exemplarisch te noemen en zij hield dan ook onvermijdelijk op bij de dood van Kieślowski in 1996. Andere belangwekkende scores schreef Preisner voor de eveneens Poolse Agnieszka Holland: Europa Europa (1990), Olivier, Olivier (1992) en The Secret Garden (1993). Door het succes van Kieślowskis films werd Preisner een veelgevraagd componist, met name in het buitenland; hij schreef de muziek voor onder meer Damage (1992) When a Man Loves a Woman (1994) FairyTale: A True Story (1997), Aberdeen (2000), It’s All About Love (2003) en het Nederlands/Duitse SuperTex (2003).

Kaczmarek

De Oscar die Jan A.P. Kaczmarek voor Finding Neverland won, heeft een talent blootgelegd dat al enkele decennia aan de weg heeft getimmerd. De in 1953 geboren componist heeft zijn sporen reeds verdiend met heel wat muziek voor theater. Filmmuziek begon de sinds 1981 in de VS woonachtige componist vanaf medio jaren ’80 te schrijven. Bekendheid verwierf hij met scores voor films van Agnieszka Holland zoals Total Eclipse (1995), Washington Square (1997) en The Third Miracle (1999). Voorts viel zijn bijdrage aan het Duitse drama Aimée & Jaguar (1999) op en met zijn score voor Adrian Lynes film Unfaithful (2002) trok hij de nodige aandacht. De traditioneel componerende Kaczmarek moet het niet zozeer hebben van experimentele muziek. Veeleer treedt hij in de voetsporen van Kilar en de collega’s van de Poolse school van de vroege jaren ’60. Zijn stijl is bijna zonder uitzondering symfonisch. Dat laatste maakte hem de geknipte componist voor de Peter Pan-film die hem in 2004 definitief op de kaart zette. En daarmee de Poolse filmmuziek, getuige het concert dat nu in Gent zal gaan plaatsvinden. Maar was hij de eerste Pool die een Oscar voor de beste muziek won? Neen, in 1954 ging Bronislau Kaper hem voor. Hij won de felbegeerde prijs destijds voor de musical Lili.

Muziekfestival

Met het winnen van de Oscar voor Kaczmarek lijkt het erop dat de Polen zich bewust zijn geworden van hun grote filmmuzikale rijkdom. Enkele maanden geleden organiseerde het Wrocław Philharmonisch Orkest een filmmuziekfestival dat duurde van 3 t/m 11 juni. Naast een concert met muziek van Williams, Mancini en Barry was er een concert met muziek van Nino Rota voor films van Fellini en een voorstelling waarbij een staalkaart werd gegeven van Poolse filmmuziek uit heden en verleden. Met uiteraard alle voornoemde namen, naast ook minder bekende componisten als Krzesimir Dębski, Michał Lorenc, maar ook Bronislau Kaper. Want: eens een Pool altijd een Pool! Het concert in Gent zal veel van deze namen omvatten. Opvallende naam in Gent is verder de legendarische pianist Władysław Szpilman wiens oorlogsbelevenissen onsterfelijk zijn sinds de film The Pianist. Geregisseerd door een even legendarische Pool en met aanvullende muziek van een Poolse filmcomponist van wereldformaat: Wojciech Kilar.    
Paul S.


Gerelateerde links
 Startpagina

Score 136
Andere artikelen:
Joe Hisaishi - Portret
Poolse filmmuziek in concert - Vooruitblik
Nederlands Film Festival 25 jaar - Terugblik
Boekbespreking - The Music of 20th Century Fox
50 jaar Oklahoma! - Terugblik
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy