Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
David Arnold - Interview
Score 133, 31 10 2005



Verschenen in Score 133, december 2004

Filmcomponist zijn is niet opwindend

Praten met David Arnold is een aangename belevenis. Wars van iedere sterallure, rustig formulerend, humoristisch, met onweerstaanbaar Cockney accent, vertelt hij over zijn eerste schreden op het filmcomponistenpad, eerste ervaringen in Hollywood en natuurlijk over zijn huidige status van Bond-componist. Zijn nuchterheid blijkt eens te meer uit het feit dat hij er niet over peinst zijn woonplaats Londen te verruilen voor Los Angeles. Na het succes van Independence Day had hij naar Los Angeles moeten verhuizen, nu is het te laat, aldus Arnold. Momenteel is hij bezig met een eigen website en een eigen pop-cd.


Wanneer kwam u op het idee filmcomponist te worden?

Ik heb altijd van films gehouden. Als achtjarige zei ik tegen mijn moeder: ik wil muzikant of acteur worden. Als filmcomponist ben je eigenlijk beide. Ik wist dus wel wat ik wilde maar niet waar ik moest beginnen. Ik ben bij de film gekomen door met vrienden films te maken. Het enige wat we nodig hadden, was een VHS-videocamera. Elk weekend liepen we de straat af om films op te nemen. Door de week probeerde ik apparatuur te pakken te krijgen. Elke paar weken werd een film opgenomen. Ik ben niet via een academische weg, maar al improviserend in het vak gerold. ‘Hoe filmen we dit, welk licht gebruiken we, hoe monteren we dit en hoe maak ik muziek hierbij?’ Zo werkten we vier jaar lang. Je komt erachter hoe alles werkt en waar je op moet letten. Bij mijn eerste film The Young Americans werkte ik net zoals de zeven jaar daarvoor bij mijn home movies. Ik wist niet wat synchronisatie was, ik moest het al doende leren. Ik ben nooit naar een filmschool geweest. Ik heb het dus allemaal zelf geleerd door het eenvoudigweg te doen.





Hoe bent u bij The Young Americans betrokken geraakt?

Danny Cannon, de regisseur, was een vriend van me en met hem maakte ik die home movies. Hij studeerde regie aan de National Film and Television School in Londen. Hij was er al drie jaar en ik probeerde toegang te krijgen maar dat mislukte. Ik schreef de scores voor zijn studentenfilms en die van andere studenten die daar studeerden. Ik deed uiteindelijk zo’n twaalf films. Danny kreeg met enkele mensen de financiering rond voor The Young Americans en ze overtuigden de producenten ervan mij de score te laten doen. Danny kreeg de opdracht op basis van de films die we hadden gedaan en muziek had daar altijd een belangrijke rol in gespeeld. De producenten namen een zeker risico met mij net als met Danny.

En daarna ging het heel snel. Dankzij het door Arnold geproduceerde liedje dat Björk voor de film zong, belandde hij binnen een mum van tijd in Los Angeles waar hij via een van de producenten van The Young Americans bij de productie van Stargate (1994) betrokken raakte: ‘We ontmoetten daar regisseur Roland Emmerich en Dean Devlin om deze klus te bespreken. Ze hadden een goedkoop iemand nodig van buiten de Verenigde Staten want het was geen vakbondsfilm. The Young Americans had ik letterlijk in mijn slaapkamer gedaan, niet veel later vloog ik eersteklas naar Los Angeles.’ Arnold moest als het ware auditie doen en gaf ten overstaan van de producenten een korte demonstratie van zijn ideeën voor de score. Resultaat: ‘Een week later boden ze mij de film aan. En dus ging ik van niets naar alles in een korte periode.’ 

En toen kwam Independence Day?

Ik kreeg een script waarom ik erg moest lachen, een van de belachelijkste dingen die ik ooit had gelezen. Een film met de hoogtepunten op de juiste plaats, maar ook een film die niet meer pretendeerde dan wat hij was, namelijk een hoop onzin. Ik moest er erg om lachen, een van de weinigen wellicht. De film had alles in zich: verschillende personages, een hoop lol, Will Smith (tot dan toe relatief onbekend) en Jeff Goldblum, iedereen was echt geweldig. Je zag special effects die je nooit eerder had gezien en er waren geniale soundbits-filmclips. 

Na dit succes was u een veelgevraagd componist ….. 

Ja, voor films zoals Independence Day. Als je eenmaal zoiets hebt gedaan, dan wil je wel eens wat anders doen. Gelukkig kwam Tomorrow Never Dies daarna, wat deels geheel anders was. Ik ging van Stargate en Independence Day, wat toch ouderwetse sciencefictionscores waren, naar James Bond-scores, wat weer iets geheel anders was. Ik was heel blij dat dit gebeurde want de volgende vijf jaar was ik zo bezig met spionnenfilms en filmscores waarin elektronische instrumenten en orkesten gelijktijdig voorkwamen. In het studiosysteem geldt dat als je hebt bijgedragen aan het succes van de film, dan voelt men zich opgelucht. Succes bewijst dat je het nog een keer kan doen. Ze hebben het liefst iemand die zijn sporen reeds heeft verdiend met een soortgelijke film, maar James Bond was voor mij geheel nieuw. Vóór Stargate had ik nooit een sciencefictionfilm gedaan. Vóór Shaft had ik nooit eerder een blaxploitationfilm gedaan. Voor alles is er een eerste keer. 

Waar vindt u de inspiratie voor de Bond-scores?

De emoties komen van de film. Het is niet zo dat ik niet weet wat met de Bond-films voorheen is gedaan. Ik ben op de hoogte van alles wat vroeger heeft plaatsgevonden,  hetgeen betekent dat ik probeer iets geheel anders te doen. Er is natuurlijk al een heleboel gedaan. Je wilt jezelf niet herhalen, maar er zit iets in de Bond-films waardoor je jezelf dreigt te herhalen, want dat is juist de grap. Maar als ik aan mijn vierde Bond-film denk, dan denk ik dat ik toch moet veranderen, niet echt radicaal, maar toch ….. Mijn benadering van Pierce’s films kan niet verder worden vervolgd, want er zijn andere mensen die hetzelfde doen met beats en actiescènes. Het lijkt alsof ik het zo vaak heb gedaan, dat het bijna een soort parodie of cliché dreigt te worden, dus ik wil iets totaal anders doen. 





Werkt u al aan de nieuwe Bond-film (werktitel: Casino Royale)?

Twee jaar geleden vroegen ze mij al, en zodra ik weet dat ik een film ga doen, dan ben ik ermee bezig. Ik denk er dus elke dag aan, maar ik heb nog geen conclusies getrokken over wat ik precies ga doen. Je denkt er aanvankelijk niet aan hoe elke scène apart eruit moet zien en klinken, wel denk je na hoe je de muzikale identiteit wilt creëren. Dit is de grootste stap die je maakt, en zodra je weet dat dit de muziek wordt, wat het stilistisch wordt en welke soort instrumenten je wilt gaan gebruiken, dan gaat de rest tamelijk automatisch. Het gaat dus om het concept dat je bezighoudt. Dus ik kan een stukje muziek laten horen en dan zeggen: ‘Zo moet de muziek in de film klinken.’ Je moet uiteindelijk het publiek prikkelen. Bij Bond heb je een grote verantwoordelijkheid tegenover een enorm publiek om niet alleen iets te maken waaraan het gewend is, maar misschien ook iets wat ze niet kennen. Een hele uitdaging dus. 

U mijdt de schijnwerpers van de pers zoveel mogelijk?

Ik weet niet of er een limelight voor filmcomponisten is. Het grote publiek kent zelfs de grootste filmcomponisten niet. Zelfs een grootheid als John Williams kan veilig op straat lopen. Als filmcomponist leid je een geïsoleerd bestaan. De verbinding met de film is de producent of de regisseur of de monteur. Voor een film als Independence Day waren op gegeven moment 2000 mensen aan het werk. Je treft dus maar twee medewerkers hiervan, je werkt onder geïsoleerde omstandigheden. Dan neem je de muziek met een paar mensen op en dat is het! Het heeft geen glamour en het is niet echt opwindend om filmcomponist te zijn. Soms wel, maar in het algemeen is het hard aanpoten.

Bezoekt u de premières van uw films?

Ja. Van één film herinner ik mij nog de première in Londen. Een journalist vroeg me: ‘Ga je naar de première?’ Ik vroeg: ‘Welke première?’ ‘Van de film die je net hebt gedaan!’ Ik wist niet dat er eentje was! Je staat niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst.

 
De nieuwe Bond-film laat nog even op zich wachten. Eerst moet de nieuwe James Bond zelf gevonden worden, waardoor de release is verschoven naar 2006. In de tussentijd zit Arnold niet stil: een eigen website, een eigen pop-cd en daarnaast productiewerk van artiesten als de Ierse singer-songwriter Damien Rice die vorig jaar verrassend debuteerde met de cd O: ‘Damien is mijn neef. Zijn grootmoeder belde me en zei: mijn kleinzoon heeft een aantal liedjes geschreven. Hij kwam naar me toe en speelde wat en ik vond het verrassend. Ik nam het met hem op in mijn studio, we deden ongeveer 30% van de cd en ik kocht apparatuur voor hem. Vervolgens ging hij terug naar zijn woonplaats Dublin om er de rest van de cd op te nemen. Ik nam hem daarna naar iedereen mee die ik in de muziekindustrie kende. Niemand toonde interesse, niemand wilde het erop wagen, en nu hebben we 1,5 miljoen exemplaren van de cd verkocht. Hij is tweemaal bij David Letterman geweest, tweemaal bij Jay Leno. Nu heeft hij enkele liedjes gedaan voor de nieuwe film van Mike Nichols (Closer) en hij werkt op dit moment aan zijn tweede cd. Wat bewijst dat Nobody knows anything.’  

Paul S.

 




Gerelateerde links
 Startpagina

Score 133
Andere artikelen:
De eerste ... deel 4
Debbie Wiseman in concert
Jerry Goldsmith leeft!!
David Arnold - Interview
Alberto Iglesias - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy