Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Alfred Schnittke - Portret
Score 138, 30 03 2007



ERNST EN SPOT - Verschenen in Score 138, maart 2006

De filmmuziek van Alfred Schnittke

Een half jaar geleden verscheen de eerste cd in een waarschijnlijk lange reeks met filmmuziek van de grote Russische componist Alfred Schnittke. Een schets van leven en werk.

Alfred Schnittke (1934 – 1998, eigenlijk Alfred Garrijevitsj Sjnitke, maar niemand houdt zich aan deze correcte spelling) is misschien wel de beroemdste naoorlogse Russische componist. Hij is waarschijnlijk ook één van de belangrijkste filmcomponisten. Met de nadruk op ‘waarschijnlijk’ want zijn reputatie is weliswaar groot, maar berust voornamelijk op hearsay en een handvol scores. Het probleem is namelijk dat maar weinig mensen de bijbehorende films hebben gezien en dat maar weinig van zijn filmmuziek is vastgelegd. Terwijl de Russische toondichter nogal wat scores op zijn naam heeft staan: ruim zestig, meer dan zijn grote Russische collegae Prokofjev en Sjostakovitsj bij elkaar, die er toch ook wat van konden.

Als gezegd, die onbekendheid met zijn filmmuziek is, afgaande op wat we onderhand wel hebben leren kennen, volkomen ten onrechte. Films als The Commissar (1967) en Story of an Unknown Actor (1976) kregen van Schnittke weliswaar sobere en functionele, maar daarom niet minder krachtige scores.

Erfgoed

Alfred Schnittke had Duits-joodse voorouders; zijn moeder groeide op in een van de Duitse gemeenschappen in Rusland. Ooit zei hij over die ‘roots’: ‘Dit heeft me doen beseffen dat mijn dilemma onoplosbaar was, want ik hoorde nergens bij. Ik was Oostduitser noch Westduitser, en ook geen echte jood. Eigenlijk heb ik geen vaderland, ik hoor nergens thuis. Ik heb me daar tenslotte maar bij neergelegd. Het doet er eigenlijk niet zoveel toe waar men zich bevindt. Er zijn wezenlijker zaken. Het belangrijkste is ons erfgoed.’

De laatste jaren van zijn leven woonde Schnittke (ook) in Duitsland. Hij overleed in 1998 na jaren geteisterd te zijn door de gevolgen van een hartaanval en twee beroertes, in Hamburg. Ondanks die handicaps bleef zijn muzikale productie steeds op peil. Schnittke was zowel in de genres die hij beoefende als in stilistisch opzicht een omnivoor: hij schreef veel ballet-, theater- en filmmuziek, liederen, koorwerken, kamermuziek, concerten (waaronder in 1977 een heel mooi Concerto Grosso voor twee violen, klavecimbel, geprepareerde piano en strijkers, misschien nog altijd zijn bekendste werk), en een negental symfonieën. Hij brak door naar een breder publiek met zijn alom geroemde opera Life with an Idiot uit 1992, die met veel succes is opgevoerd door de Nederlandse Opera.

Dat hij zoveel filmmuziek schreef had trouwens een vrij triviale reden: hij was het verplicht. In 1961 had hij zich aangemeld bij de Componistenbond (een van die typische Sovjetinstellingen) en langs die weg kreeg hij met grote regelmaat opdracht films van muziek te voorzien. Hij heeft er ongeveer twee decennia zijn brood mee verdiend.

Banale deuntjes

Niet iedereen, zo blijkt, is snel gewonnen voor Schnittkes (film)muziek. Misschien door zijn talrijke stilistische strapatsen, en door het grauwe en het bizarre van zijn werk. Misschien ook doordat hij een buitengewoon goed oor had ontwikkeld voor banale en triviale deuntjes. Niet bepaald muziek die hij met een wegwerpgebaar terzijde schoof, maar ook niet ieders kopje thee. Het banale hoorde bij het leven, vond Schnittke, ‘en ik vind het bepaald niet juist dat triviale muziek sinds vele jaren in de ontwikkeling van de avant-garde werd uitgeschakeld en genegeerd.’ Alle muziek is cultuur, volgens Schnittke: banale liedjes net zo goed als klassieke melodieën en kunstmuziek. De waarde is afhankelijk van de functie die de muziek krijgt toebedeeld; een uitermate passend credo voor een filmcomponist, zo lijkt het.

Schnittke wilde het eenvoudige weer terugbrengen in de muziek en speelde daarom met de muziekgeschiedenis. Hij streefde naar een, zoals hij zelf zei, geheel eigen Klangwelt, speelde daartoe leentjebuur bij bestaande muziekstijlen en citeerde voluit – zij het nooit echt letterlijk. Ernst en spot gingen daarbij voor hem onverbrekelijk samen. Het maakt veel van zijn muziek nogal onvoorspelbaar en grillig.

Wat je bij Schnittke ook altijd vindt, is aandacht voor het tonale – wat lang niet van al zijn generatiegenoten kan worden gezegd. Hij heeft zich nooit tot de seriële, atonale muziek willen beperken die in de jaren zestig zo in zwang was. Ook dat is een erfenis van zijn bemoeienis met film: filmscores hebben hem aangezet naar nieuwe muzikale vormen uit te zien, en zich niet vast te klampen aan de starre, cerebrale structuren waar zijn (westerse) collega’s op dat ogenblik mee bezig waren.

Censuur

In Schnittkes filmmuziek zijn alle typische kenmerken van zijn (latere) concertmuziek aan te treffen. De Duitse dirigent Frank Strobel, die zijn filmmuzikale erfenis beheert, weet wel waarom: Schnittkes concertmuziek was in de ogen van de Sovjetautoriteiten veel ‘te formalistisch’ en mocht niet worden uitgevoerd. Citaat uit een interview met Strobel uit 2003: ‘Ondanks de huiveringwekkende censuur van de Partij, was het bij filmmuziek altijd mogelijk te experimenteren, nieuwe ideeën te ontwikkelen. Filmmuziek werd niet beoordeeld op zijn politieke correctheid. Film werd beoordeeld op het beeld, niet op de muziek. Dat was voor veel componisten een kans om te overleven, om je muziek uitgevoerd te krijgen en geld te verdienen. En om een eigen stijl te ontwikkelen. De filmscores verklaren veel over de ontwikkeling van Schnittkes stijl. Een film als My Past and Thoughts is nog conventioneel, maar in The Commissar heeft hij zijn eigen stijl gevonden.’

Die film (foto)gaat over de confrontatie tussen een in haar optreden nogal dogmatische en starre functionaris (een zogeheten commissaris) van het Rode Leger en een eenvoudig joods gezin. Clichés worden tot prachtige stijlfiguren in een film waarin de politiek geleidelijk plaatsmaakt voor het belang van intermenselijke relaties. Schnittkes muziek sluit daar nagenoeg volmaakt op aan.

Schnittke was ook een briljant bedenker van (soms zelfs catchy) melodieën, zoals het thema voor Story of an Unknown Actor (1976) van Aleksandr Zarkhy. Melodieën die in hun doorwerking voortdurend van kleur en van emotionele impact kunnen veranderen, waarbij Schnittkes grote gaven als orkestrator van pas komen. Maar net zo goed schreef hij als het hem zo uitkwam in een jazz- of zelfs in een barokidioom (voor Sport, Sport, Sport uit 1970 bij voorbeeld).

Tekenfilms

Schnittke werkte niet met de minsten in het Sovjet-Russische filmmilieu: Mikhail Romm, Elem Klimov, diens in 1979 bij een auto-ongeluk omgekomen echtgenote Larisa Shepitko, de later naar de VS uitgeweken Andrei Mikhalkov-Konchalovsky, Alexander Mitta. Hij schreef ook verschillende scores voor tekenfilms, die echt helemaal niemand schijnt gezien te hebben.

In de mate waarin filmmuziek een soort van refugium was, waarin hij zijn gang kon gaan en tot artistieke hoogten kon stijgen, is zijn lot uiteraard niet helemaal ongelijk aan dat van collegae als Sjostakovotsj en Prokofjev. Hij situeerde zichzelf ook wel in de filmmuzikale traditie die zij hadden gevestigd. Wat niet wegneemt dat zijn houding altijd wat ambivalent bleef: film had hem weliswaar geholpen, hij had er zijn artistieke ei in kwijt gekund, maar, zei hij in 1990 ook: ‘Het schrijven van filmmuziek heeft mij ook beschadigd. Het voordeel is dat je voortdurend in contact staat met orkesten en van alles kunt uitproberen, het nadeel is dat je vaak nogal oppervlakkig te werk gaat.’

Toch wist hij zijn scores met enige regelmaat ‘op te waarderen’ met flarden van zijn andere ‘gewone’ werken. Delen van zijn fameuze Concerto Grosso bij voorbeeld duiken op in de scores voor The Ascent (1976), The Tale of How Czar Peter the Great Married Off His Moor (1976) en Agony (1981). Fragmenten van zijn vierde symfonie zijn deel van de score voor The Commissar.

Het omgekeerde deed zich overigens ook voor: een thema uit Agony (een film die vanwege zijn inhoud – hij ging over Raspoetin – verboden werd, en waarvan de score op last van de autoriteiten werd vernietigd) vond zijn weg in het slotdeel van het Tweede Cello Concert, een ander thema (Waltz) kom je weer tegen in Schnittkes Piano Kwintet.

Onverhulde kritiek

Tot 1984 bleef Schnittke muziek voor film componeren. Daarna hield hij ermee op. Maar in 1992 – 1993 keerde hij toch weer even terug naar zijn oude ambacht. Hij componeerde in 1993 muziek bij de verfilming van de hilarische Russische roman De Meester en Margarita, een parodie op het Moskou van de jaren twintig en alleen al daarom een onderwerp dat Schnittke zeer aansprak, een jaar eerder schreef hij op verzoek van Frank Strobel (die zich net als Carl Davis met grote ijver toelegt op het opsporen en uitvoeren van originele muziek bij historische, vaak stille films, het restaureren van de partituren of het opdracht geven voor het schrijven van nieuw werk) de score voor De laatste dagen van St. Petersburg, een klassieke stille rolprent uit 1927 van de beroemde Vsevolod Pudovkin. Muziek die overigens drie jaar geleden nog live is uitgevoerd door het Nederlandse Asko Ensemble tijdens de eerste Filmmuseum Biënnale.

Een zeer opmerkelijke opdracht, want bedenk dat Schnittke een groot deel van zijn leven onder het Sovjetbewind heeft gezucht, terwijl de film een onomwonden lofzang is op het communistische ideaal. De score werd dan ook, aldus Strobel, ‘een onverhulde kritiek op de film’. Vooral door het zeer trage tempo van de muziek, in tegenstelling tot de voor die dagen zeer snelle montage. Volgens de dirigent schiep Schnittke zo ‘een sfeer van onbehagen’. Er komt een mars voor in de score, een fanfare en zelfs het Russische volkslied. Dat lijken illustratieve momenten, maar heel typerend voor Schnittke, uiteindelijk is de uitwerking ironisch en grotesk.

Voor de score werkten Schnittke, die ernstig verzwakt was door zijn slechte gezondheid, en Frank Strobel nauw samen. Kort voor zijn dood vroeg Schnittke de Duitse dirigent suites samen te stellen op basis van zijn filmmuziek. Strobel stemde toe, ook al omdat hij heel goed begreep waarom de componist die wens had: ‘Het is de enige manier om de essentie weer te geven. Filmmuziek is plastisch, concreet. In een concertsuite transformeer je haar tot absolute muziek.’

Concertsuites

Strobel heeft van zijn belofte inmiddels behoorlijk werk gemaakt, en ziet het nu als zijn taak alle zestig scores van Schnittke op te sporen en tot suites om te werken. Geen sinecure, Schnittke is er zelf nooit in geslaagd al zijn partituren weer boven water te krijgen. Maar de laatste jaren duiken er gelukkig toch met enige regelmaat manuscripten uit de archieven op, en zodra Strobel daar de hand op weet te leggen, gaat hij aan de slag. Hij wil bovendien al die scores c.q. concertsuites op cd vastleggen. Tot nu toe hebben al vijftien concertsuites het licht gezien, waaronder The Commissar en The Tale of Wanderings, die Schnittke overigens tot de belangrijkste werken in zijn gehele œuvre rekende.

Vorig jaar verscheen het eerste deel in wat een langlopende serie moet worden. Met Alfred Schnittke, Film Music Edition, Volume 1 wonnen Strobel en het Rundfunk Sinfonie Orchester Berlin prompt de prestigieuze Preis der Deutschen Schallplattenkritik. Het is dan ook een bijzonder mooie, op superaudio vastgelegde, opname geworden met heel fraaie suites van de filmmuziek voor The Commissar en Story of an Unknown Actor.

Niet kiezen

Ondanks het feit dat Alfred Schnittke later in zijn leven min of meer afscheid had genomen van de film, en zo zijn bedenkingen had over het filmmuzikale ambacht, heeft hij ook ooit gezegd dat hij nooit heeft kunnen kiezen tussen wat hij liever wilde zijn: filmcomponist of ‘gewoon’ componist. Daarom is het mooi dat hij begraven ligt op hetzelfde kerkhof waar ook die andere grote Russische film- en ‘gewone’ componist zijn laatste rustplaats heeft gevonden en wiens honderdste verjaardag we dit jaar vieren: Dimitri Sjostakovitsj.

Alfred Schnittke: Film Music, The Commissar & Story of an Unknown Actor (SuperAudio CD), Rundfunk Sinfonie Orchester Berlin, o.l.v. Frank Strobel. Label: Capriccio.

Alfred Schnittke: Film Music, Story of an Unknown Actor; Sport, Sport, Sport; Agony; Music for an Imaginary Play. USSR Cinematography Symphony Orchestra o.l.v. Emin Khachaturian. Label: Olympia soundtracks.

HM


Gerelateerde links
 Startpagina

Score 138
Andere artikelen:
Filmmuziek kopen in Hollywood - Verslag
Alfred Schnittke - Portret
Oscar 2006 - Drie debutanten versus de meester
Zbigniew Preisner - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy