Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Paul M. van Brugge - Interview
Score 139, 29 06 2007



FILMMUZIEK MAKEN IS EEN VAK – Verschenen in Score 139, juni 2006

INTERVIEW MET PAUL M. VAN BRUGGE

Paul Michael van Brugge werd op 19 april 1959 in Rotterdam geboren. Vanaf 1993 studeerde hij Compositie aan het Rotterdams Conservatorium bij Bob Brookmeyer en Klaas de Vries. Hij sloot deze studie ‘cum laude’ af in 1996. Vanaf 1993 schrijft hij concertante muziek in opdracht van diverse ensembles. Voor onder andere het Doelenensemble, Holland Symfonia en het Limburgs Symfonie Orkest heeft hij uiteenlopende werken gecomponeerd. In 2005 werd zijn eerste kameropera, Song for Cassandra uitgevoerd. Sinds 1997 is hij hoofdvakdocent compositie/arrangeren aan het Rotterdams Conservatorium.

Filmmuziek

Daarnaast is hij componist van filmmuziek, onder andere voor de films van Alejandro Agresti. Van Brugge ontmoette Agresti in 1986. De regisseur vroeg de componist toen de muziek te schrijven voor zijn tweede lange speelfilm El amor es una mujer gorda (1987). Sindsdien componeerde Van Brugge de scores van alle lange films van deze regisseur, waaronder Secret Wedding (1989), Buenos Aires Vice Versa (1996) en Valentín (2002). Naast het werk voor de films van Agresti componeerde hij de muziek voor zo’n 60 documentaires en films van andere regisseurs, zoals voor onder anderen Otokar Votocek (Wings of Fame, 1990), Esmé Lammers (Lang leve de koningin, 1995), Danniel Danniel (Winter ‘89, 1998), Martin Lagestee (De rode zwaan, 1999), Dick Maas (Down, 2001), Esmé Lammers (Tom & Thomas, 2002), Frank van Passel (Villa des Roses, 2002), en Martin Koolhoven (Het zuiden, 2003). Recentelijk componeerde hij de scores voor Portrait of Dora Dolz (Sonia Herman Dolz, 2006) en De uitverkorene (Theu Boermans, 2006).

Prijzen

Van Brugge werd in 2003 genomineerd voor een Gouden Kalf in de categorie beste muziek voor zijn score van Go West, Young Man! In 2004 ontving hij de Condor de Plata van het Genootschap van Argentijnse Filmcritici voor de score van Valentín en vorig jaar kreeg hij een Gouden Kalf: voor de beste muziek voor de documentaire Alias Kurban Saïd (Jos de Putter, 2004).

Heeft dat geleid tot meer opdrachten?

Van Brugge: “Absoluut niet, zo werkt dat niet in dit land. Wel merk ik dat er meer waardering is voor mijn werk, er wordt over gesproken. Daarnaast moet ik je zeggen dat ik heel blij ben met dat Kalf. De jury was unaniem in haar oordeel. Bovendien is het de eerste maal dat een score voor een documentaire bekroond wordt met een Gouden Kalf.”

Twee fronten

Praten met Paul van Brugge is vooral luisteren naar een componist die hoorbaar bezeten is van zijn vak. Van Brugge: “In 1989 heb ik voor mezelf de beslissing genomen het serieus aan te pakken. Ik ben toen naar Klaas de Vries en Bob Brookmeyer gestapt met een stapel werk, vooral filmmuziek. Zij stelden een belangrijke vraag: hoe ‘eigen’ is jouw muziek, hoe ‘eigen’ is jouw muzikale taal.Voor mij speelde vanaf toen de vraag: ‘hoe kan ik mijn eigen taal ontwikkelen en tegelijkertijd verwerken in de vorm die filmmuziek heet?’ Filmmuziek is muziek die bepaalde beperkingen met zich meebrengt. Een cue zal nooit langer dan drie minuten duren, behalve wellicht de eindtitels. De muziek voor een film ontleent daarnaast zijn inhoud grotendeels aan de betekenis van het beeld, de verhaallijn, het ritme van de montage, de sfeer van de locatie, het tijdperk waarin de film zich afspeelt, en niet in de laatste plaats aan de wens die de regisseur heeft. Op zichzelf dus een uitdaging om ‘passende’ muziek te schrijven maar dat is natuurlijk iets anders dan autonome muziek componeren. Ik voorzag dat ik alleen met het componeren van filmmuziek niet aan mijn trekken zou komen. Nu werk ik op twee fronten: ik schrijf autonoom werk op het gebied van jazz en contemporaine muziek en ik componeer filmmuziek.”

Samenwerking

Van Brugge is van huis uit pianist. Daarnaast heeft hij ook slagwerk gestudeerd. Hij speelt zelf niet voor zijn scores, hij dirigeert alleen. Jarenlang maakte hij de muziek voor films van de van oorsprong Argentijnse regisseur Alejandro Agresti.

Van Brugge: “De samenwerking begon vaak met het uitwisselen van ideeën. Agresti kent veel muziek. Hij bespeelt zelf geen instrument en leest geen noten, maar heeft wel een ruime belangstelling voor alles wat klinkt. Hij staat open voor alles, schuwt het experiment niet en dat schiep een band. Met zo’n jarenlange samenwerking bouw je ook een historie op. We hebben uiteraard ook meningsverschillen gehad, maar kwamen meestal tot een voor beiden bevredigende oplossing. Soms was de muziek er het eerst, als basis voor de beelden. De samenwerking ging van ik laat je los en zoek maar uit, tot nu wil ik dat melodietje hebben. En dat melodietje vertaalde ik dan in noten. Dat is vertrouwen: je doet er iets mee en maakt het zo ‘mooi’ en passend mogelijk. Maar ook met andere regisseurs heb ik inmiddels een langdurige en bijzondere samenwerking. Ik noem Jan Louter, waarvoor ik bij zes documentaires de score componeerde, en Sonia Herman Dolz, waarmee ik aan drie van haar films heb samengewerkt.”

Verschil

Is er verschil tussen het schrijven van filmmuziek voor fictie of voor documentaire?

Van Brugge: “Ja, voor mij wel, alhoewel er zeker ook overeenkomsten zijn. Maar ik heb gaandeweg in de afgelopen jaren gemerkt dat de muziek die ik bij documentaires schreef, iets vrijer is, iets abstracter. Ik ben geneigd om te zeggen dat mijn documentaire muziek meer over ‘georganiseerde klank’ gaat en daardoor atonaler klinkt, en dat mijn muziek voor fictie meer gebaseerd is op een thematische benadering, waarbij ik componeer met één of meerdere melodieën als uitgangspunt. Met beide manieren kun je een muzikaal verhaal vertellen en een score schrijven, en ik heb ook wel typische melodische filmmuziek voor documentaires geschreven, maar op de een of andere manier is een abstractere, klankmatige werkwijze bij fictie toch moeilijk, of minder gewenst door de regisseurs. Bij Winter ‘89 van Danniel Danniel heb ik in overleg met de regisseur wel een non-melodische score geschreven, en dat werkte wonderwel. Belangrijk voor mij is dat ik door de ervaring die ik heb met het schrijven van mijn concertante muziek, veel uit dat idioom kan meenemen voor mijn abstractere scores. En dat ik aan de andere kant de goedwerkende clichés van meeslepende filmmuziek ook kan aanwenden voor mijn concerten.”

Stijl

Heb je een eigen stijl?

Van Brugge: “Alhoewel velen menen mijn muziek te herkennen aan bepaalde aspecten, vind ik niet dat ik een typisch eigen filmmuziekstijl heb. Wat ik wel door de jaren heen merk is dat ik bij bepaalde problemen mijn voorkeur voor specifieke muzikale oplossingen heb. Dat gaat meer over de techniek van het filmmuziek schrijven dan over de muzikale inhoud. Bij voorbeeld: markeer ik een scèneovergang of juist niet, maak ik een muzikale terug- of vooruitwijzing naar een eerder of later moment in de film, is mijn instrumentatie contrastrijk of juist niet, etc. En ja, terugkijkend herken je dan wellicht een stijl, maar de muziek voor een volgende film kan daar weer haaks op staan. Het liefst werk ik met een totaalbudget voor de score. Dat betekent dat ik dan verantwoordelijk ben voor zowel de artistiek-inhoudelijke als de technische kant van de score. Je moet goed weten welke mensen je bij het werk betrekt, omdat met name in de opname en mix van filmmuziek veel mis kan gaan. Ik lever soms wel drie verschillende versies van een score aan (stereo, dolby SR en DTS) en mijn technici moeten op de hoogt zijn van de mogelijkheden en valkuilen van die formats. Vaak formeer ik een ad-hocorkest met de beste musici uit mijn muzikale omgeving. In de loop der jaren heb ik op die manier een min of meer vaste groep van professionele musici opgebouwd die uitstekend functioneren en het leuk vinden om aan mijn filmmuziek mee te werken. Sommige musici zijn ook essentieel voor de kwaliteit van een score. De ene cellist is de andere niet, zelf werk ik als het om cello gaat al weer jaren samen met Roeland Duijne. Ook werk ik sinds een jaar of  tien met de filmmuziekorkesten uit Moskou, Praag en Sofia, en ook daar stel ik eisen aan de invulling van bepaalde posities.

De laatste tijd merk ik dat ik filmmuziek steeds ‘minimaler’ maak: alleen daar muziek waar muziek echt nodig is. Een voorbeeld daarvan is de score van Het zuiden. Ook ben ik qua filmmuziek met een totaal ander concept bezig. Ik schrijf, op basis van het script en gesprekken met de regisseur, nog vóór de montage (of soms zelfs nog vóór de opnames) een volledige compositie. Dat kan twee minuten zijn of een kwartier. Die neem ik op en lever ik kant en klaar aan, met solisten en al. Vervolgens gaan de regisseur en de editor hun materiaal op mijn muziek monteren. Zowel voor De tuin der afwezigen (Ramón Gieling, 2005) als voor Portrait of Dora Dolz heeft dat zeer goed gewerkt.”

Ben je een bekendheid?

Van Brugge: “Ik geniet in de Nederlandse en Europese filmwereld een redelijke bekendheid, maar ik denk dat het grote publiek me niet kent. Je zult een aantal hits moeten scoren om dat te bereiken. Je krijgt me er trouwens niet ongelukkig door. Je moet oppassen dat je in Nederland niet in de mode raakt, dat duurt twee jaar en dan is het uit. Mensen plaatsen je maar al te graag in een hokje.”

Zeg je wel eens aanbiedingen af?

Van Brugge: “Soms moet ik helaas aanbiedingen afslaan door gebrek aan tijd, zoals voor de films Magonia en Claim. Soms ook boeit het script voor een film me niet. Daarnaast wil ik ruimte blijven maken voor het schrijven van mijn eigen concertante werk, ook omdat ik daarmee de eigenheid in mijn filmmuziek kan blijven ontwikkelen. De kruisbestuiving tussen mijn concertante muziek en mijn filmmuziek is voor beide gebieden waardevol. In dat kader heb ik recentelijk een nieuw muziektheatergezelschap opgericht, waarin cinematografie een hele belangrijke rol gaat spelen. Onze eerste ‘cinopera’ gaat – als alles goed gaat – in juni 2007 tijdens de Rotterdamse Operadagen in première.”


Van Brugge heeft een hoge filmproductie. Afgelopen jaar maakte hij de muziek voor Milan en de zielen (Arend Steenbergen), Love Me Or Leave Me (Jan Louter) en Geluk (Ramón Gieling). Dit jaar verschenen Portrait of Dora Dolz, De uitverkorene en De tuin der afwezigen. In ontwikkeling zijn scores voor de films Vaarwel (Ditteke Mensink), Tramontana (Ramón Gieling), en De zondvloed (Jos de Putter). We zullen nog veel van Van Brugge horen.

JW

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 139
Andere artikelen:
Boekbespreking - Vintage scores
Dmitri Sjostakovitsj - Portret
Paul M. van Brugge - Interview
Boekbespreking - Elfman & Burton
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy