Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Jerry Goldsmith - In memoriam
Score 132, 04 11 2005



Jerry Goldsmith in memoriam - Verschenen in Score 132, September 2004


                    

Het overlijden van Jerry Goldsmith (1929-2004) kwam niet als een grote verrassing. Hij was al enige tijd ernstig ziek en we zagen het aankomen. Goldsmith behoorde laatste 50 jaar tot de allerbeste filmcomponisten. En dat vonden lezers van Score ook. Bij het 100ste nummer, september 1996, reageerden lezers met hun beste filmmuziek. In de top 10 van lezers van beste scores aller tijden staat Goldsmith drie keer: Basic Instinct (3), Under Fire (4) en Star Trek (10). De redactie zet Goldsmith op 1 met Basic Instinct, Under Fire op 5 en First Knight op 10. Alle lezers vinden Goldsmith de beste componist na John Williams, maar vůůr Zimmer, Morricone, Horner en anderen. Componisten als Bo van de Graaf (Basic Instinct, Chinatown) en Loek Dikker (Basic Instinct) zetten de componist ook in hun top 10-rijtje.

Redactieleden van Score halen herinneringen op bij het overlijden van dit muzikaal genie en geven hun mening over de beste (en soms niet zo beste) muziek Ö..


CHINATOWN

Chinatown, dat weten we allemaal, is vrijwel vanaf zijn release, nu dertig jaar geleden, als een klassieke film beschouwd. De vrucht van de coŲperatie tussen een briljante regisseur (Roman Polanski), een meesterlijke scenarist (Robert Towne), een zeer geÔnspireerde hoofdrolspeler (Jack Nicholson), een visionaire producer (Robert Evans) en, niet te vergeten, een groot componist: Jerry Goldsmith. Goldsmith schreef het werk in tien dagen (!), nadat een eerdere score van Phillip Lambro was afgewezen. Meestal dicteren muzikale ideeŽn de orkestratie, maar in dit geval, zo heeft Goldsmith bij gelegenheid laten weten, was het andersom. Van meet af aan was het voor hem duidelijk uit welke instrumenten het orkestgeluid moest bestaan: strijkers, vier piano's, vier harpen, twee percussionisten en een trompet. Met als resultaat: een schitterende, 'gemengde' score, zowel klassiek als modernistisch, zowel tonaal als atonaal.

Maar het is toch vooral die eenzame trompetsolo, dat perfecte openingsthema dat mij altijd is bijgebleven: de mooiste muzikale lijn die Goldsmith ooit schreef. Omdat het thema (excuses voor de woordspeling) de toon van de film zet: het heet een love theme te zijn, maar het is meer.

Chinatown is een film van onthullingen: niets is zoals het zich aan ons (en aan Nicholson alias detective J.J. Gittes) voordoet. Uiteindelijk blijkt de werkelijkheid zo verrot en gecorrumpeerd dat een werkelijk verlossend slot niet meer mogelijk is. De film besluit dan ook allesbehalve in Hollywoodstijl: er is niets ten goede veranderd, de dingen zijn weliswaar opgehelderd maar dat heeft geen gerechtigheid gebracht. En weer klinkt dat onweerstaanbare love theme en pas nu begrijpen we de melancholieke, bijna fatalistische boodschap van de muziek. Inderdaad, meer dan een liefdesthema. De rest van de score bestaat uit een reeks op zichzelf staande, modernistische variaties op dat thema: soms jazzy, soms impressionistisch, soms complex, soms simpel, soms voorzien van delicate pianomotiefjes, soms voorzien van ongebruikelijke ritmische patronen, maar steeds zeer effectief.

De score werkt zo goed omdat Goldsmith bewijst twee dingen heel goed te kunnen. Hij Ďkijktí (zoals ook Polanski deed bij lezing van Towneís script) door het verhaal heen, en ziet wat er onder de oppervlakte schuil gaat: verdorvenheid, duistere motieven, Ďa darkness on the edge of towní. En maakt dat duidelijk in zijn score. En, ten tweede, hij zet die muzikale middelen uiterst spaarzaam in. De film bevat opmerkelijk weinig muziek (dat is bijna altijd een goed teken); waardoor de muziek die je hoort des te meer impact heeft. 

Chinatown wordt algemeen gezien als een van de topfilms uit de jaren zeventig, toen het in Hollywood nog ergens over ging. Het is ook een van de mooiste scores uit die tijd: een meesterwerk.

HM

                       

GREMLINS



Het werd natuurlijk aangehaald in alle in memoria na het overlijden van Jerry Goldsmith (voor zover die in de Nederlandse pers te vinden waren, zodra het over muziek of literatuur gaat laten onze filmjournalisten - eenkennig als ze zijn -  het namelijk afweten): Goldsmith  was de componist van het fameuze Star Trek: The motion picture thema, later ook de tune voor Star Trek: The Next Generation. Voor de gelegenheid heb ik het thema nog maar eens beluisterd. En ik kan u verzekeren, als je het lang niet gehoord hebt, denk je nog steeds: dat stukje muziek staat als een huis (met dank aan medecomponist Alexander Courage overigens).

Maar wat een kort geheugen hebben de in memoriam-schrijvers toch: Goldsmith schreef immers ook de zeer herkenbare tunes voor televisieseries als The Waltons, The Man From U.N.C.L.E., Gunsmoke en Dr. Kildare. Ik wil wedden: ook die staan nog altijd als een huis.

Zoals Goldsmith natuurlijk alle lof verdient en gekregen heeft voor prachtige scores als die voor Chinatown, Patton, Planet of the Apes, The Omen of Under Fire. Maar ondertussen ziet iedereen zijn zeer effectieve muziek voor - om er slechts een paar te noemen - de John Frankenheimer films Seven Days in May en Seconds (rare muziek voor het bizarre verhaal van een extreme-make-over avant la lettre) of de melancholieke Peckinpah-western The Ballad of Cable Hogue over het hoofd.    

Zeker, zoals bij elke filmcomponist was het ook bij Goldsmith niet allemaal goud dat er blonk, en moet je concluderen dat Goldsmith zich ook wel eens - zeker tegen het einde van zijn loopbaan - herhaalde. Maar hij bleef steeds een (Hollywood-)vakman, op wie regisseurs vrijwel altijd blind konden varen. 

Neem nu Gremlins en Gremlins 2 The New Batch.  De eerste van beide scores heeft nog zijn hilarische, zelfs briljante momenten. Het blijkt dat ook Goldsmith goed overweg kan met synthesizers (nodig om een paar vreemde geluiden te maken die ook in de film een rol spelen) en de partituur voorziet bovendien in een fraai, catchy thema: de Gremlin Rag. De tweede score daarentegen is veel saaier - terwijl de film veel geiniger is. Gek genoeg heeft Goldmith erg zijn best gedaan om niet in herhalingen te vervallen en daarom een handvol nieuwe themaís geschreven. Het helpt niet: de muziek voor het slot van de film bijvoorbeeld is in wezen niet veel meer dan een simpele mix van die Gremlins Rag uit de eerste film en een nieuw thema, geserveerd met een lelijk synthesizergeluid en een raar Addams-Family-orgeltje. Maar dan komt het gekke: bij Goldsmith werkt het dan toch op een of andere manier. Vraag niet hoe, want op de cd blijft er zowat niets over van zoín score, maar in de film past die als een handschoen.

Voilŗ, de meesterhand van een groot filmmuzikaal vakman die ook in zijn mindere werk laat zien hoe goed hij is. 

HM

                              

 

BASIC INSTINCT

Mijn voorkeur toen en nu nog steeds: Basic Instinct. Heel moeilijk uit te leggen waarom juist deze muziek de beste is van Goldsmith. Muziek heeft te maken met smaak en het gevoel wat je erbij krijgt als je het hoort. De film had al op mij een enorme impact, maar ik werd gegrepen door de muziek. Vanaf de allereerste klanken bij de titels: een heel gedragen, spanningsvolle melodielijn die al aankondigde dat dit een spannende film zou kunnen worden. De muziek, het hoofdthema, sleepte me de film binnen. Tot de allerlaatste tonen bleven film en muziek (het hoofdthema kwam telkens in de film terug) mij boeien. Zelden een film meegemaakt waar film en muziek zo ťťn waren. Basic Instinct: nog jarenlang een warme herinnering aan deze componist.

JW

                                                      

THE GHOST AND THE DARKNESS

Jerry Goldsmith was nooit mijn favoriete componist. Als ik een top 5 van persoonlijke favoriete componisten moest samenstellen, zou hij er waarschijnlijk niet in voorkomen. Dat betekent echter niet dat ik de man niet waardeer. Zijn muziek is met name vanuit een technisch oogpunt zeer interessant. Zijn composities en orkestraties getuigen van een complexiteit waar weinig anderen aan kunnen tippen. Ik maak zelf graag muziek en moet erkennen veel te leren van Goldsmith's werk. Echter, vanuit een emotioneel oogpunt betekent zijn muziek weinig voor mij. Zijn melodieŽn doen mij niets; en zijn experimenten met synthesizers werken voornamelijk op mijn lachspieren. Een componist als James Horner, die technisch wellicht minder interessant is, spreekt mij meer aan. Toch gebeurt het regelmatig dat Goldsmith al zijn technische krachten combineert met een handvol prachtige thema's; en wanneer dat gebeurt, is het feest. De laatste keer dat Goldsmith een score componeerde die mij tot op heden nog eindeloos fascineert, is The Ghost and the Darkness uit 1996. De film, geregisseerd door Stephen Hopkins, vertelt het waargebeurde verhaal van twee mensenetende leeuwen in het Oost-Afrika van 1898. Val Kilmer speelt een Ierse bruggenbouwer wiens werk geteisterd wordt door deze monsterleeuwen die zijn personeel opvreten. Voordat hij nog meer arbeiders verliest, moet hij de roofdieren doden. Daarvoor huurt hij de hulp van jager Michael Douglas in. De soundtrack is een perfecte mix van een lyrisch hoofdthema (dat gebaseerd is op een Iers volksdeuntje), Afrikaanse vocalen, sfeervolle synthesizerklanken en overdonderende actiemuziek. Pure idyllische schoonheid en muzikale terreur wisselen elkaar af op een manier die Goldsmith nog enkele malen heeft willen evenaren (The Mummy en The 13th Warrior voornamelijk), maar wat hem naar mijn mening toch niet gelukt is. In zijn laatste jaren heeft Goldsmith een handvol plezierige soundtracks geschreven, maar The Ghost and the Darkness is naar mijn mening zijn laatste meesterwerk dat getuigt van een originaliteit, inventiviteit en simpelweg kwaliteit die hij daarna niet meer heeft kunnen evenaren. 

Peter S.

                      

 
PATTON

Een klassieker. Zowel als film en als soundtrack. Patton uit 1970. George C. Scott won een Oscar voor zijn briljante vertolking als Patton, maar hij weigerde de prijs om principiŽle redenen. Acteren is geen wedstrijd, zo beredeneerde hij. De film won nog zes andere Oscars voor geluid, montage, script, decors, regie en film. Goldsmith's score was wel genomineerd, maar verloor van Francis Lai's Love Story. De score voor Patton kenmerkt zich voornamelijk door een echoŽnd trompetmotief. Dit effect werd bereikt met behulp van een zogenaamde echoplex. De trompettist speelt enkel de eerste drie noten en het apparaat creŽert de kunstmatige echo. Dit effect symboliseert de reÔncarnatie waarin Patton gelooft. Zijn religieuze karakter wordt verder benadrukt door een melodie die tijdens de Main Titles op een kerkorgel wordt gespeeld. Patton de generaal wordt begeleid met een energieke en patriottische mars voor orkest. Het hoofdthema wordt eerst door de houtblazers uitgevoerd, wat het een speels karakter geeft, maar gaandeweg neemt het gehele orkest het thema over en transformeert het tot een gedenkwaardige hymne. De oorlogsscŤnes zijn voorzien van dissonante orkestrale klanken die niet alleen de persoonlijke afkeer van de filmmakers tegen de oorlog representeren, maar die ook benadrukken dat Patton zelf liever geen oorlog voert, ook al gelooft hij dat hij voor dit doel op aarde is gekomen. Patton, een complexe man wiens verschillende ideeŽn met elkaar in conflict lijken te zijn. Goldsmith geeft deze karaktereigenschappen een eigen melodie en combineert deze thema's tot een fascinerende eenheid. Vijfendertig jaar later is Patton nog steeds een van de beste en boeiendste biografische films ooit. De muziek van Goldsmith speelt daar een cruciale rol in. 

Peter S.

                     

 
ALIEN

Toen de film Alien in de zomer van 1979 in omloop werd gebracht, sprak menigeen van een nieuw genre: ruimtehorror. Nadien zouden we met dit genre snel vertrouwd raken, niet in de laatste plaats door vier vervolgfilms. Wie kon dit nieuwe genre muzikaal moeiteloos verklanken? Juist, de man die met The Omen en Star Trek zijn sporen reeds ruimschoots verdiend had. Jerry Goldsmith schreef ruimtemuziek zoals die tien jaar daarvoor feilloos had gepast in 2001: A Space Odyssey. Het wonderbaarlijke ruimtemonster werd door de score extra leefbaar gemaakt: zowel de magie, de dreiging als het onzichtbare wist Goldsmith in een handomdraai tot leven te brengen middels onheilspellende symfonische klanken. Aan het eind van de film preludeert de muziek al op de talloze vervolgen. Een knappe prestatie van een man die moeiteloos krachtige, volstrekt originele meesterwerkjes uit zijn mouw leek te kunnen schudden, getuige zijn imposante staat van dienst. Met Alien bewees hij tussen twee andere producties in hoe ruimtemuziek moet klinken.

Paul S.

              

 
ĎDOCUMENTAIRE VATICAANí

Jerry Goldsmith heeft ooit in zijn jonge jaren een deuntje gemaakt voor een film en iedere film daarna waarvoor hij iets deed was weer een variatie op het voorgaande. Het enige aparte was misschien Planet of the Apes, maar, zoals ik er vele jaren later achter kwam, had hij dat ook niet zelf verzonnen. Het enige wat ik echt helaas mooi van hem vind is een zeer kort muziekstukje voor een documentaire van een paar minuten over het Vaticaan die voorafging aan de film The Agony and the Ecstasy. Gelukkig heeft men voor de film zelf Alex North genomen. Ik moet er niet aan denken dat je in die film Rex Harrison in de rol van de paus ziet rondlopen door de St. Pieter met Basic Instinct-achtige muziek of dat je Charlton Heston onder het plafond van de Sixtijnse Kapel ziet zweven met Star Trek-muziek.

RV

 




Gerelateerde links
 Startpagina

Score 132
Andere artikelen:
De eerste ... deel 3
Wim Mertens - Interview
Wim Verstappen - In memoriam
Jerry Goldsmith - In memoriam
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy