Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Boekbespreking - The Spectre of Sound
Score 140, 18 12 2007



BOEKBESPREKING - Verschenen in Score 140, september 2006

De muzikale geest uit de fles

Het aantal boeken dat gewijd is aan filmmuziek neemt de laatste jaren steeds meer toe. Vooral het aantal boeken over de invloed van populaire muziek op hedendaagse films is al niet meer op de vingers van één hand te tellen. Verleden jaar verscheen The Spectre of Sound: Music in Film and Television van K.J. Donnelly die het belang van (film)muziek andermaal aantoont. Volgens Donnelly is muziek alomtegenwoordig vandaag de dag en in films is dat niet anders. Muziek speelt in films een voorname rol en als een soort externe geest speelt muziek vaak een beslissende rol door via gevoelens van angst de kijker te manipuleren.

Geest

Donnelly is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Faculteit van Theater, Film en Televisie van de Universiteit van Wales in Aberystwyth. Hij heeft al meerdere boeken, artikelen en bijdragen over filmmuziek op zijn naam staan en voorts doet hij onderzoek op verschillende terreinen van zowel film als muziek. In The Spectre of Sound betoogt hij dat filmmuziek niet alleen sfeertekenend op de achtergrond dienst doet, maar net zo goed een hoofdrol kan spelen. In een aan Lost Highway (David Lynch, 1997) gewijd hoofdstuk laat Donnelly zien dat de enigmatische verschijning die ergens halverwege de film opduikt als een geest over de gehele film waart. Deze angstaanjagende gestalte wordt tot leven gebracht door de regelmatige inzet van muziek, meestal in de vorm van liedjes. Voor Lynch is de dialoog vaak minder belangrijk dan de muziek; vóór het filmen van Lost Highway had hij de liedjes al geselecteerd die als het ware het verhaal zouden gaan vertellen. Gepersonifieerd in de vorm van een geest dus manipuleren de liedjes als mysterieuze acteur de handeling en de emoties van de angstige kijker. Op de cover van het boek prijkt deze angstaanjagende geestesverschijning uit Lost Highway.

Een ander voorbeeld van het inzetten van demonische muziek vormt The Shining (1980), waarvan een foto met een demonisch grijnzende Jack Nicholson de achterflap van het boek siert. In deze horrorfilm haalt ook regisseur Stanley Kubrick andere werelden de film binnen, zeg maar actoren die door de bestaande muziek van onder meer Belá Bartók en Krzysztof Penderecki tot leven komen en hun stempel drukken op de handeling in de film. Muziek is hier een dimensie van ongemak evenals de haast tastbare personificatie van het onbekende van buiten de film. Dit voorbeeld van een buiten de filmhandeling staand, oftewel onzichtbaar personage is typisch voor horrorfilms, aldus Donnelly. Zo kan horrormuziek enge geluiden nabootsen of het monster zelf personifiëren (Night of the Demon (1957), Jaws (1975)).

Dit sterk manipulatieve karakter van filmmuziek neemt Donnelly in de volgende hoofdstukken op verschillende manieren bij de kop. Zo beschrijft hij de kracht van filmmuziek om etnische accenten te leggen. Indianen worden in westerns muzikaal uitgebeeld door drums en zang en de blanken door liedjes. Zelfs instrumenten kunnen de etniciteit van de hoofdpersonen benadrukken zoals de Ierse fluit die door James Horner veelvuldig werd gebruikt (in The Devil’s Own (1997) wordt de Ierse achtergrond van Brad Pitt op deze wijze muzikaal benadrukt). Ook niet-Ierse films als Braveheart (1995) en Titanic (1997) klinken zo erg Iers, gewild of ongewild …..

Beeldende muziek

Interessant is het hoofdstuk over de beeldende kracht die sommige popartiesten vanaf pakweg Pink Floyd’s Dark Side of the Moon (1973) hebben ontwikkeld. Een fraai voorbeeld is een dubbelelpee als War of the Worlds uit 1978 die welhaast om beelden bij de muziek schreeuwde. Ook de Duitse band Tangerine Dream maakte elpee na elpee met klanken als atmosferische soundscapes (zonder teksten) die moeiteloos beelden opriepen. De toenemende invloed van popmuziek op de traditionele filmmuziek zal dan ook niemand verbazen en het aantal popartiesten dat zich aan filmmuziek waagde is gestaag gegroeid. Filmmuziek componeren heeft altijd statusverhogend gewerkt en vormde bovendien een ideaal alternatief voor de oudere popmuzikant. Hedendaagse films kiezen voor popscores omdat die het publiek beter en directer aanspreken dan scores in het idioom van de klassieke muziek, aldus Donnelly. Een fraai voorbeeld van een kruisbestuiving tussen popbeats en orkestrale muziek vormen de scores van de Schotse filmcomponist Craig Armstrong.

Zoals gezegd laat K.J. Donnelly het gehele boek door moeiteloos zien hoe muziek in films een steeds belangrijker rol speelt en hoe de maker de kijkers met zijn muziekkeuze een bepaalde richting weet op te duwen. Dat de schrijver daarbij soms wat teveel van de hak op de tak springt wordt ruimschoots goedgemaakt door zijn historische feitenkennis, vooral op het gebied van de populaire muziek. Ook het veelvuldig toelichten van muzikale en filmische ontwikkelingen aan de hand van vele voorbeelden maakt zijn op wetenschappelijke leest geschoeide relaas steeds weer inzichtelijk. Anders dan de titel doet vermoeden, komt muziek voor televisie er wat bekaaid vanaf, maar dat biedt wellicht weer stof voor verder onderzoek op een ogenschijnlijk nog tamelijk onontgonnen terrein.

The Spectre of Sound: Music in Film and Television, K.J. Donnelly. British Film Institute, Londen, 2005. ISBN 1844570266, 192 blz. Prijs: € 29,80.

Paul S.


Gerelateerde links
 Startpagina

Score 140
Andere artikelen:
Boekbespreking - The Spectre of Sound
Craig Armstrong - Portret
Anne Dudley - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy