Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Bert Haanstra - Portret
Score 144, 12 04 2008



Bert Haanstra: muzikaal filmmaker - Verschenen in Score 144, september 2007

Bert Haanstra is terug op ieders netvlies. Tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht (26 september – 6 oktober 2007) wordt een groot aantal films van de tien jaar geleden overleden cineast vertoond. Er komt een documentaire over Haanstra, gemaakt door zijn langjarige medewerker Rolf Orthel en onlangs verscheen een prachtige dvd-box (plus boek) met een bijna compleet overzicht van Haanstra’s œuvre.

Hecht

Die hervertoning van al dat werk zal ongetwijfeld de vraag oproepen naar de actualiteit van Haanstra’s films, waarvan de cinematografische kwaliteiten weliswaar buiten kijf staan, maar die de jaren vijftig en zestig verbeelden als een periode van schouders eronder en vooruitgangsdenken en waarin de Nederlanders met milde spot worden neergezet als een aardig en vredelievend volk dat zo zijn sociale eigenaardigheden kent. Haanstra stelt de Nederlandse samenleving voor als een in wezen hechte gemeenschap.

Voor een hedendaags publiek is hij daarom nog vooral relevant omdat hij ons een blik gunt op een Nederlands verleden (in gedrag, gewoonten en houdingen) dat soms wel erg ver lijkt weggezonken. Zoals een symposium enige tijd geleden concludeerde: Alleman opnemen in het programma van een inburgeringscursus is geen goed idee. Het getoonde Nederland is wel erg ‘historisch’, en was misschien ook destijds al niet helemaal van zijn tijd. Dat vermaarde ‘poldermodel’, dat bijna rustieke ‘elkaar-met-rust-laten’ dat voor tolerantie doorgaat, dat kleinsteedse ook, die spreekwoordelijke neiging de emoties nooit te hoog te laten oplopen: er klopt in ieder geval nu niet veel meer van.

Was Haanstra een ‘opportunist’ die een ‘oppervlakkig’ of ‘behaagziek’ beeld creëerde in zijn films? Of reproduceerde hij een wijdverbreid zelfbeeld waar veel Nederlanders zich destijds in herkenden?

Publicist Hans Schoots, die een biografie voorbereidt die volgend jaar moet verschijnen,  vindt in ieder geval dat Haanstra door de kritische nieuwe lichting filmmakers uit de jaren zestig te gemakkelijk is weggezet als een formalist van de oude Hollandse School (waartoe ook Herman van der Horst behoorde – wie kent hem nog?), dat wil zeggen als een filmmaker zonder politiek engagement. Schoots vindt dat het optimisme van de ‘humanist’ Haanstra niet gelijkgesteld dient te worden met politieke afzijdigheid. Hij was bovendien een pacifist, een sociaal-democraat en een would-be gedragsbioloog, die als zodanig (zij het bij dieren) wel degelijk oog had voor manipulatie en ‘coalitievorming’ (zie Chimps onder elkaar en Bij de beesten af). 

Harmonie

Zowel dat ‘formalisme’ (dat oog en oor voor de perfecte vorm) als dat kleine beetje ‘politiek’ zie je bijvoorbeeld ook terug in Fanfare (1958). Want zeg nou zelf: die film is natuurlijk polderen op zijn best. En dat geldt zelfs voor de muziek, sterker de muziek beslecht uiteindelijk de ruzie in het opgedeelde fanfarekorps. Jan Mul componeerde een beroemd geworden dubbelmars (Fanfare in Es), waarin twee afzonderlijke delen uiteindelijk harmonieus samenvloeien. Mul (1911-1971) was aanvankelijk naast Max Vredenburg Haanstra’s favoriete componist. Hij stond vooral bekend als componist van kerkmuziek. Voor Haanstra werkte hij behalve aan Fanfare ook mee aan een drietal in opdracht van Shell gemaakte documentaires: The Changing Earth (1953), The Wildcat (1953) en The Oilfield (1954), en verder aan … en de zee was niet meer (1955), Rembrandt, schilder van de mens (1957), Over glas gesproken (1958), De zaak M.P. (1960) en Delta Phase 1 (1962).

Vóór Mul was het vooral Max Vredenburg (1904-1976) die Haanstra’s films muzikaal  bepaalde en die naar mijn smaak ook een betere componist was dan Mul. Dat Vredenburg in de tweede helft van de jaren twintig colleges volgde bij Paul Dukas aan de École Normale de Musique in Parijs en daarna ook de Franse componist Albert Roussel ontmoette, is aan zijn werk in stilistisch opzicht niet ongemerkt voorbijgegaan. Zijn muziek is Frans georiënteerd zowel in zijn liederen als in zijn kamermuziek en dat geldt evenzeer voor zijn filmmuziek. Zo  componeerde hij ‘Franse’, impressionistische muziek bij Haanstra’s Spiegel van Holland (1950), Panta Rhei (1952), Dijkbouw (1952) en The Search for Oil (1953, één van Haanstra’s in opdracht van Shell gedraaide films). Vooral de eerste twee puur ‘formalistische’ documentaires (of beter nog: filmgedichten) zijn muzikaal geslaagd.



In Spiegel van Holland volgt de impressionistische muziek de bibberende, soms lachspiegelachtige beeldenreeks die Haanstra maakte door Hollandse landschappen en steden vanuit een zeilboot in het licht golvende water te filmen. Het resultaat is een beeldenreeks die geleidelijk abstracter wordt (de contouren van gebouwen en landschappen vervagen) en dan weer naar concrete meer herkenbare afbeeldingen neigt. Een schimmenrijk dat vergezeld gaat van een hooggestemde fluit en karakteristieke fagotten. Het oud-Hollandse landschap krijgt Franse allure! 

Perfecter nog is Vredenburgs score voor Haanstra’s korte documentaire Panta Rhei, waarin naar het woord van de Griekse filosoof Herakleitos ‘alles stroomt’ of  ‘alles is in beweging’. Dat gebeurt ook in de ‘stromende’ muziek met zijn golvende thema en zeer effectieve gebruik van het klavecimbel. Sowieso weet Vredenburg heel goed waar hij welk instrument moet aanwenden. De harp bij fonkelende waterbeelden, de hoge fluit en de fagot bij bijna pointillistische natuuropnamen. Clichématig? Misschien, maar wel zeer effectief, en kijk eens naar de beelden van een vlucht spreeuwen met dat contrapunt van vallende, verwaaiende herfstbladeren en luister hoe inventief Vredenburg daar een muzikaal antwoord op heeft.   

Ritme 

Conclusie: steeds staat bij Haanstra de muziek (en het geluid, dat we hier buiten beschouwing laten) in dienst van de beelden. In de beste gevallen, zoals bij Fanfare (of later Dokter Pulder zaait papavers) vormt ze een stuwend element in het verhaal, of gaat ze zoals bij Spiegel van Holland en Panta Rhei een schier onlosmakelijk verbond met de beelden aan. De thematiek van sommige van zijn documentaires is hier en daar wat achterhaald (Alleman, De stem van het water – ofschoon die laatste film net als Dijkbouw met het oog op de klimaatverandering misschien een ‘remake’ behoeft) en de montage van sommige producties zou op een enkel punt nu wat ‘vlotter’ kunnen. Maar wat recht overeind staat is Haanstra’s oor voor muziek en daarmee ten nauwste samenhangend zijn gevoel voor beweging, motieven, herhaling, ritme, rijm en timing. Hij was een uitzonderlijk muzikaal filmmaker. Eén van de absolute hoogtepunten in zijn œuvre is wat dat betreft de met een Oscar bekroonde documentaire Glas (1958), waarvoor pianist Pim Jacobs (1934-1996) met zijn kwintet een vrolijke, gevatte jazzscore maakte. (In 1962 maakte Jacobs overigens nog een leuke score voor het korte Zoo en hij schreef ook voor Alleman.) 

Glas is een toonbeeld van het perfect samengaan van muziek en beeld, waarbij het geheel meer is dan de som der delen. Dat gold destijds als bijzonder geavanceerd, maar film en score zijn ook nu nog altijd buitengewoon overtuigend en amusant. In tegenstelling tot wat veel kijkers indertijd misschien hebben gedacht, heeft Haanstra Glas niet op Jacobs’ muziek gemonteerd. ‘Er is’, zei hij in een interview met Cees van Ede, ‘niet één beeldje veranderd, en dat is een groot compliment voor componist Pim Jacobs.’ Haanstra ontdekte tijdens het monteren van Glas namelijk dat een eenmaal gevonden ritme zich op een of andere wijze binnen de montagesequens voortzet en dat het daarom voor de componist vrij gemakkelijk is de muziek te synchroniseren met de film. Die kan dat ritme kennelijk vrij gemakkelijk oppakken en vervolgens muzikaal ‘aankleden’. Dat is precies wat Jacobs deed. Zijn films volgen, zo ontdekte Haanstra, in hun ritme en beeldvolgorde onbetwistbaar een muzikale lijn. Bij alle componisten met wie hij heeft gewerkt, heeft hij dat kunnen vaststellen. ‘Dat ritmegevoel blijkt heel exact te zijn en dat is erg fijn voor de componist. Als je tenminste muzikale synchroniciteit wenst.’ Hetgeen bij Glas het geval was. 

Dokter Pulder 

Na de eenmalige, maar geslaagde samenwerking met de eclectische componist Robert Heppener (1925) voor De stem van het water (1966), koos Haanstra vanaf 1970 vooral voor  Otto Ketting (1935) en (zoon) Jurre Haanstra (1952). Ketting, die al  had gewerkt aan  Alleman, schreef muziek voor Bij de beesten af (1972) en voor Dokter Pulder zaait papavers (1975), Haanstra’s eerste speelfilm sinds het mislukte De Zaak M.P. uit 1960. Geen film uit Haanstra’s œuvre heeft een mooiere, meer in het gehoor liggende score. Een score die misschien weinig kenmerkend is voor Kettings overige zeer gewaardeerde, modern-klassieke œuvre, maar wat zegt dat: luister maar eens naar dat eenvoudige, melancholieke thema onder die geweldige minutenlang aangehouden openingstake waarin we langzaam de haven van Blokzijl binnenvaren en Kees Brusse (als huisarts Pulder) uit een van de aanliggende huizen zien komen: een hoogtepunt in de naoorlogse Nederlandse cinema. Na Ketting werd Jurre Haanstra de vaste componist van zijn vader: voor de grotendeels mislukte want te toneelmatige speelfilm Een pak slaag (1979), de documentaire Nederland (1983), de aardige Carmiggeltverfilming Vroeger kon je lachen (1983), het schitterende Chimps onder elkaar (1984), Monument voor een gorilla (1987) en Kinderen van Ghana (1988). 

In 2000 vertelde Jurre Haanstra aan journalist Coen Verbraak dat hij het ‘behoorlijk eng’ vond om muziek te maken bij z'n vaders werk. ‘Hij was zelf zo perfectionistisch, zo hartstochtelijk, dat ik altijd bang was dat-ie het niet goed zou vinden.’ Maar Jurre Haanstra is net als zijn vader een precieuze vakman. Voor Een pak slaag resulteerde dat in een goede score waarvoor zelfs jazzgigant Stan Getz zich liet verleiden mee te blazen. Maar voor bijvoorbeeld Chimps onder elkaar leverde Jurre Haanstra’s inzet niet veel meer op dan aardig elektronisch muzikaal behang c.q. tussenspel. Niet erg, want die film kon het dan ook grotendeels zonder muziek stellen. Ook daar had Bert Haanstra oog en vooral ook oor voor. 

HM
 
DVD-BOX BERT HAANSTRA COMPLEET

INHOUD: 

Fanfare
Over glas gesproken
Glas
De zaak M.P.
Rembrandt, schilder van de mens
De Muiderkring herleeft
Nederlandse beeldhouwkunst tijdens de late middeleeuwen
God Shiva
Zoo
Alleman
Nederland
Spiegel van Holland
De stem van het water
... en de zee was niet meer
Delta Phase I
Bij de beesten af
Panta rhei
Nationale parken: noodzaak
Dokter Pulder zaait papavers
Retour Madrid
Een pak slaag
Vroeger kon je lachen
Chimps onder elkaar
Monument voor een gorilla
Kinderen van Ghana
Dijkbouw
Ontstaan en vergaan
De opsporing van aardolie
De verkenningsboring
Het olieveld
Strijd zonder einde 

Plus tal van Extra’s. De box verscheen bij justonline en kost € 69,95.


Zie voor meer informatie:
www.justonline.nl (voor gegevens over de dvd-box)
www.berthaanstra.nl (voor onder andere een uitgebreide filmografie)
www.berthaanstrafestival.nl






Gerelateerde links
 Startpagina

Score 144
Andere artikelen:
Boekbespreking - Filmcomponisten aan het woord
Bert Haanstra - Portret
Fred Vogels - Interview
Mychael Danna - Portret
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy