Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Leonard Rosenman - In memoriam
Score 148, 28 10 2008



LEONARD ROSENMANS EERSTE JAAR IN HOLLYWOOD

Ter nagedachtenis aan een vernieuwende componist

In maart van dit jaar overleed de Amerikaanse filmcomponist Leonard Rosenman op 83-jarige leeftijd. In 1955 was hij de eerste componist die atonale muziek schreef voor een Hollywood-film. Zijn baanbrekende experimenten zijn in de jaren nadien steeds meer gemeengoed geworden in scores over de hele wereld. De filmcarrière van Rosenman duurde voort tot enkele jaren voor zijn dood en hij zou in de jaren ’70 zelfs twee opeenvolgende Oscars winnen. Maar de schok van het nieuwe heeft hij vooral in dat voor hem magische filmjaar 1955 teweeg weten te brengen.

Ouverture

Uniek was de entree van Rosenmans muziek in 1955 in Hollywood in ieder geval. Elia Kazans East of Eden, de eerste film waarvoor Rosenman een score schreef, begon met een bijna drie minuten durende ouverture die eigenlijk al alles prijsgaf wat hij destijds voor Hollywood in petto had. We zien Overture middenop het bioscoopscherm en daarachter de Stille Oceaan ter hoogte van Monterey, Californië. Ondertussen luisteren we naar voor die tijd nogal onsamenhangende muziekklanken: steeds wilder wordende muziekstromen die vooral dreigend klinken, fragmentarisch en nauwelijks melodieus. Na anderhalve minuut draait de camera naar de kust en niet veel later stopt de muziek waarna het naar verhouding traditionele hoofdthema gedurende de begintitels weerklinkt. De naam van Rosenman verschijnt groot in beeld direct na de acteurs en net zo groot als de namen van scenarioschrijver Paul Osborn en regisseur Elia Kazan. Met de score voor East of Eden schreef Rosenman filmmuziekhistorie.

Leonard Rosenman werd in 1924 geboren in Brooklyn en studeerde korte tijd bij Arnold Schönberg, de vader van de twaalftoontechniek, in Los Angeles. Vervolgens volgde hij een grondige studie bij Roger Sessions in Berkeley en later bij de Italiaan Luigi Dallapiccola in Tanglewood, Massachusetts. Rosenman, die dankzij zijn studie thuis was in moderne muziekstromingen, was daarna als componist werkzaam in New York waar diverse van zijn werken met succes werden opgevoerd. In deze stad leerde hij James Dean kennen die pianoles van hem kreeg en goed bevriend met hem raakte. De jonge acteur voelde zich erg thuis bij de Rosenmans en beschouwde Rosenman als zijn artistiek mentor. Toen Dean in 1954 voor East of Eden werd gecast, stelde hij regisseur Elia Kazan voor de score te laten schrijven door Rosenman. Kazan produceerde de film ook en had in de jaren ervoor naam gemaakt als innovatief regisseur op muziekgebied. Voor zijn succesvolle A Streetcar Named Desire (1951) engageerde hij debutant Alex North die de eerste jazzgeoriënteerde score voor een grote Hollywoodfilm schreef. Drie jaar later liet Kazan Leonard Bernstein voor On the Waterfront zijn enige score schrijven en voor opvolger East of Eden ging hij opnieuw in zee met een debutant.

Niet alleen het atonale karakter van enkele stukken uit de score was nieuw, ook Rosenmans aanpak. Met goedkeuring van Kazan was hij bij de opnames in Monterey en Salinas aanwezig om reeds aan de score te werken, enerzijds vanwege zijn onervarenheid met dit medium en anderzijds om de sfeer te proeven. Bij sommige opnames werd zijn muziek live gespeeld, ook wordt het hoofdthema door enkele acteurs in de film geneuried. Dat hoofdthema was in wezen een traditionele compositie en droeg evenzeer bij aan de dramatische kracht van de film als de meer atonale stukken. Ook het relatief geringe aandeel muziek was nieuw aangezien gevestigde films uit die dagen boordevol muziek zaten. Nu kan men zich East of Eden niet meer voorstellen zonder de vernieuwende klanken die net zo goed een deel van de legende zijn geworden als de sterrol van James Dean of het generatieconflict, het thema van de film.

Houseman

Kende East of Eden naast voorzichtige atonale passages een eerder traditioneel hoofdthema dat ook dienst deed als liefdesthema, een geheel atonale score liet daarna niet lang op zich wachten. Nog voordat East of Eden officieel in première was gegaan had producent John Houseman reeds kennis genomen van de film en de bijzondere score die hem erg beviel. Housemans aanstaande project was The Cobweb, een glossy drama dat zich grotendeels afspeelde in een inrichting voor psychiatrische patiënten. Voor deze film zocht hij klaarblijkelijk geen traditionele componist, maar meer iemand die deze nog weinig door Hollywood onderzochte wereld muzikaal treffend zou kunnen ondersteunen. Het is lastig voor te stellen dat een dergelijk drama zou worden ondersteund door louter opzwepend-romantische muziek. De revolutionaire stap van John Houseman is des te opmerkelijker omdat de film door MGM werd geproduceerd, een studio die eerder als behoudend te boek stond.

Rosenmans score voor The Cobweb verscheen in 2003 op het label van Film Score Monthly  en klinkt nu minder extravagant dan 53 jaar geleden. Het huidige filmpubliek is heel wat gewend en atonaal klinkende passages zijn vandaag de dag regelmatig te horen in filmscores. Toch wordt bij beluistering van de cd snel duidelijk dat de muziek van The Cobweb haaks stond op alles wat tot dan toe op filmmuzikaal gebied was geproduceerd. De score kent amper melodielijnen wat de herkenbaarheid, laat staan het nazingen praktisch onmogelijk maakt. Rosenman wilde met zijn muziek uitdrukken wat er in de hoofden van de filmpersonages – al dan niet gek – omging. Toch kan de intensieve luisteraar korte thema’s herkennen zoals een liefdesthema en een thema van de waanzin. Jammer is dat de film nog steeds niet op dvd is verschenen, zodat we het effect van de seriële muziek op de film niet kunnen waarnemen. Zelf zei Rosenman over de score: ‘Ik schreef de eerste twaalftoonscore  zonder thema’s, op één belangrijk thema na dat de waanzin van de kliniek benadrukte. Tot mijn verbazing vond MGM de muziek goed en werd deze zelfs opgenomen. Ik kreeg steeds meer het idee dat alles wat ik over Hollywood had gehoord niet klopte.’ ¹

The Cobweb werd geregisseerd door Vincente Minnelli, een vakman die meer met de grote namen uit de Amerikaanse musicalwereld wordt geassocieerd dan met modernistische componisten. De derde score van Rosenman was voor een film van regisseur Nicholas Ray die net als Kazan een onafhankelijk filmer was en anno 1955 gouden tijden beleefde. Voor Ray componeerde Rosenman de muziek bij diens misschien wel bekendste film Rebel Without a Cause. Voor James Dean was het de tweede hoofdrol in successie en de rol van dolende rebel tegen wil en dank maakte een ster van hem, ook al verscheen de film vlak na zijn vroege dood. Helaas kon Rosenman door zijn MGM-klus niet bij de opnames van Rebel Without a Cause aanwezig zijn, een werkwijze die hij succesvol had toegepast bij East of Eden. Net als deze laatste film kende Rebel Without a Cause een vrij traditioneel hoofdthema dat in het verdere verloop van de film ook als liefdesthema fungeerde. Nieuw was het gebruik van jazzmuziek zoals bij de messenscène, destijds een opzienbarend gebeuren. Knife Fight is een prachtig voorbeeld van Rosenmans vermogen diverse muzikale genres te verweven binnen een sterk ritmische compositie. Jazzklanken, symfonische passages en een ritme dat doet denken aan Stravinsky geven het messengevecht een dynamische, vernieuwende kracht. Een ander hoogtepunt is de scène in het planetarium die met atonale klanken het mysterie van het heelal en de ontelbare sterren haast onmerkbaar verhevigt. In de tweede helft van de film speelt de verfrissende score een steeds nadrukkelijker rol, met name tijdens de scènes in de verlaten villa en het planetarium waar ook de dramatische ontknoping plaatsvindt. Deze finale bestond uit een aanzwellend akkoord dat in de vorm van een pyramide naar een laatste slag toewerkte. Rosenmans eerste drie scores uit 1955 kenden alle een dergelijk slotakkoord.

Debutanten

In 1956 verscheen geen film met muziek van Rosenman. Begin 1957 gingen echter binnen enkele dagen twee films van debuterende regisseurs in première waarvoor hij muziek had geschreven. Achtereenvolgens waren dat Edge of the City ² van Martin Ritt en The Young Stranger van John Frankenheimer. Beide regisseurs golden toen als jong en vernieuwend en kenden in de navolgende jaren opmerkelijke successen. Van een modernistische, met name op de twaalftoontechniek gebaseerde school is nadien geen sprake geweest. Een enkele keer waagde zich een vooraanstaande componist aan een atonale score zoals Jerry Goldsmith met zijn muziek voor Planet of the Apes (1968). Maar atonale invloeden in moderne scores zijn legio, van Bernard Herrmann tot Howard Shore.

Leonard Rosenman zelf zou na zijn indrukwekkende debuut verschillende imposante scores schrijven zoals The Savage Eye (1960), Fantastic Voyage (1966), A Man Called Horse (1970), The Lord of the Rings (1978) en Star Trek IV: The Voyage Home (1986). Voor die laatste film ontving hij zelfs een Oscarnominatie net als drie jaar daarvoor voor Cross Creek (1983). Opmerkelijk genoeg had hij in de jaren ’70 al twee Academy Awards ontvangen, maar dat gebeurde in de categorie Adaptation Score (respectievelijk voor Barry Lyndon (1975) en Bound for Glory (1976)). Rosenman brak in 1955 met langgerekte muzikale stukken en richtte zich meer op het korte, fragmentarische van scènes, daarmee flarden van gevoelens en snelle gemoedsveranderingen aanstippend. Dit was een aanpak die zich sterk richtte op de begeleiding van bewegende beelden. Begin jaren ’70 merkte hij met vooruitziende blik op: ‘De filmcomponist moet zich ervan bewust zijn dat we leven in een visueel georiënteerde samenleving. In feite is het een biologische kwestie: een groter deel van onze hersens is gericht op kijken dan op luisteren.’ ³

¹ Tony Thomas, Music for the Movies (Los Angeles, 1997), p. 279 en 280.

² De score van Edge of the City staat op dezelfde uitgave van Film Score Monthly waarop The Cobweb staat.

³ Tony Thomas, Music for the Movies, p. 281 en 282.

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 148
Andere artikelen:
Cd-recensies
Meirmans/Snitker/Wiegel - Interview
Harry Gregson-Williams - Interview
Virgil Thomson - Portret
Leonard Rosenman - In memoriam
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy