Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Harry Gregson-Williams - Interview
Score 148, 28 10 2008



UIT DE SCHADUW VAN HANS ZIMMER

Interview met Harry Gregson-Williams

Harry Gregson-Williams is een energiek man. Tijdens het interview met Score kan hij moeilijk stil zitten en vertelt hij honderduit over zijn muzikale loopbaan, en maakt hij de ene na de andere geestige opmerking, van die typisch Engelse humor. Want ook al woont hij alweer meer dan tien jaar in Los Angeles, de van geboorte Engelse componist spreekt nog steeds accentloos Engels. Tijdens het laatste Filmfestival van Vlaanderen was hij een van de componisten die op het concertprogramma stonden. Niet alleen werden enkele stukken van hem uitgevoerd, ook nam hij de dirigeerstok ter hand en gaf de avond van 20 oktober een wervelend filmmuziekconcert. Voor een drukbezet componist met gemiddeld drie ŕ vier scores per jaar geen geringe verdienste. Begin juli gaat het tweede deel uit de populaire Narnia-reeks in Nederland in premičre. Uiteraard tekende hij ook voor deze score.

Media Ventures

Harry Gregson-Williams (46) was van jongs af aan met muziek bezig. Als jong koorzanger oogstte hij wereldwijd waardering, daarna volgde hij een opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen. Na een onderwijsbaan in diverse Afrikaanse landen kwam hij dankzij Stanley Myers in de wereld van de filmmuziek terecht. Vervolgens leerde hij Hans Zimmer kennen die hij naar Media Ventures, Zimmers studio in Santa Monica, volgde. Gregson-Williams: ‘Ik ontmoette Hans via Richard Harvey (Engels componist, red.) in de zomer van 1995 in Londen en we konden meteen goed met elkaar opschieten. Ik arrangeerde wat koorwerk voor hem en toen hij weer terug wilde keren naar Hollywood vroeg hij: ‘Waarom kom je niet mee, dan leer ik je de kneepjes van het vak.’ Binnen een jaar pakte ik mijn spullen en vertrok naar Los Angeles en gedurende anderhalf jaar werkte ik met hem samen aan enkele scores. Die periode vormde een onschatbare ervaring. Terwijl hij aan allemaal grote films werkte, orkestreerde ik voor hem, dirigeerde ik zijn scores en van het een kwam het ander. Al gauw kon ik op mijn eigen benen staan en schreef ik mijn eigen, kleinschalige scores. Ik probeerde niet de soort muziek te schrijven zoals Hans die maakte. Ik geloof dat ik mijn eerste score schreef voor The Whole Wide World, een kleine, maar prachtige film. Langzaamaan ging ik steeds meer mijn eigen gang en rond 1996 vroeg ik Hans of ik bevrijd kon worden uit zijn klauwen om mijn eigen weg te gaan. Hij zei toen: ‘Goed, je bent er klaar voor, veel succes en ik zie je bij de finish.’ Maar daar zijn we nog steeds niet aanbeland.’

Zijn doorbraak beleefde Gregson-Williams in 2000 met de klei-animatiefilm Chicken Run die hij samen met John Powell (een andere Media Ventures-leerling) deed. Het jaar erna stond zijn naam dankzij Shrek stevig op de Hollywoodkaart. Naast de drie Shrek-films componeerde hij ook voor andere animatiefilms zoals Antz (1998) en in 2006 nog voor Flushed Away. Ook al behoren animatiefilms tot zijn grootste successen, toch ziet hij zichzelf niet als een componist speciaal voor dit genre. ‘Denk je echt dat ik word gezien als een componist voor animatiefilms? Ik heb acht animatiefilms gedaan en veertig ŕ vijftig live action scores. Mijn kinderen denken dat ik alleen animaties heb gedaan, want dat is het enige waarom ze geven. Weet je, vandaag is de eerste dag sinds lange tijd dat ik me kan herinneren dat ik geen opdracht heb voor een animatiefilm. Ik denk dat ik geluk gehad heb dat ik die films heb mogen doen.’

De Scott broers

Een regisseur met wie Gregson-Williams door de jaren heen veelvuldig heeft samengewerkt is de Engelsman Tony Scott. Succes hadden ze met films als Crimson Tide (1995), Enemy of the State (1998), Spy Game (2001) en Deja Vu (2006). Een bijzondere film is Man on Fire (2004) waarvoor Gregson-Williams een score schreef die een mix is van klassieke en populaire muziek. ‘Dat is meer mijn ding, een werkelijk prachtige score. Eigenlijk was dit voor mij een erg persoonlijke film want mijn dochter heeft net zo’n blauwe ogen en blond haar en dezelfde leeftijd als het meisje in de film. Dat zij vier maanden onder Tony Scott op het scherp van de snede moest spelen, greep me erg aan. Ik denk wel dat dit echte angst in mijn muziek heeft teweeggebracht, muziek uit een very honest place.’

Een magistrale score van epische allure schreef Gregson-Williams drie jaar geleden voor Kingdom of Heaven van Tony’s broer Ridley Scott. De film was een ware uitdaging voor de componist. Niet alleen omdat de verwachtingen hooggespannen waren, ook moest hij zijn hele team van Los Angeles verhuizen naar Londen waar Ridley de film aan het monteren was en waar de muziekopnames zouden plaatsvinden. ‘Ik was me ervan bewust dat men teleurgesteld zou zijn als mijn score geen Gladiator 2 zou worden. Maar mijn God, dat was wel het laatste wat ik wilde, een flauwe imitatie van Gladiator. Dus ging ik mijn eigen weg en die bleek nogal moeizaam voor een beginner.’ Hoewel hij al ruim tien jaar in het filmmuziekvak actief was en hij met Kingdom of Heaven in de voetsporen van Hans Zimmer was getreden, zat er een extra uitdaging in deze score wat de instrumentatie en klankkleur betreft. ‘Het was een hele strijd, maar als ik terugkijk ben ik blij dat ik de moed heb gehad deze score te schrijven. Zo maakte ik voor het eerst gebruik van een groot koor, het Bach Koor uit Londen. En er waren meer dingen die nieuw voor me waren. Als ik iets doe wat voor mij origineel is, dan zal menigeen het tegendeel beweren. Maar dat kan mij niets schelen, zolang het mij nieuwe wegen doet bewandelen.’

Op de vraag of Kingdom of Heaven een labour of love was, antwoordt Gregson-Williams bevestigend: ‘Zeker, maar vooral ook vanwege de persoonlijke omstandigheden waaronder ik moest werken. Ridley zei bijvoorbeeld nooit: ‘Tja, Hans zou dat zus of zo hebben gedaan …’ Ridley wist dat ik mijn eigen gang ging.’ Met een grijns vervolgt hij: ‘En let eens op het volgende: op de poster van Gladiator stond dat een nieuwe held zou verrijzen met Russell Crowe op de achtergrond. Nou, ik moest het doen met Orlando Bloom die geen held, maar een antiheld was.’ En dus kon hij geen heroďsch thema schrijven (zingt het thema uit Gladiator), want dat zou niet werken: ‘Mijn thema moest een beetje gevoeliger klinken, zo van: kom op, je wilt toch op kruistocht gaan, ga dan ….! De persoon Balian (gespeeld door Bloom, red.) is zo totaal anders dan de hoofdpersoon uit Gladiator en op de een of andere manier ben ik blij dat ik zo mijn eigen gang kon gaan en het allemaal niet zo overweldigend hoefde te klinken.’

Piano

Ondanks alle technische snufjes is de piano nog steeds het basisinstrument van Gregson-Williams. ‘Ik denk dat op elke score van mij wel een piano te horen is. Misschien niet op Kingdom of Heaven. Immers, piano en de twaalfde eeuw, die gaan toch niet samen?’ De magie van het scoren bestaat voor hem uit de eindeloze mogelijkheden: ‘Een enorme vrijheid om te experimenteren met muziek die daarna wordt gespeeld door een orkest. Ik bedoel, iedereen kan wel in zijn kamer bij maanlicht gaan componeren. Maar ik denk niet dat je zomaar een orkest met 80 man en een koor met 200 stemmen krijgt om binnen drie weken in de Abbey Road studio deze muziek te mogen opnemen. In de filmmuziekwereld is dat wel mogelijk. Als je geluk hebt, zoals ik.’

Over Gregson-Williams’ output valt niet te twisten. Drie ŕ vier films doet hij gemiddeld per jaar. ‘Tja, als componist kun je alleen maar doen wat je wordt aangeboden. Ik kan moeilijk bepalen dat ik de volgende film van Steven Spielberg ga doen. Dat zal niet gebeuren, want daarvoor heeft hij zijn eigen Williams (lacht).’ Gelukkig zijn er genoeg nieuwe projecten en daarnaast is Gregson-Williams altijd op zoek naar nieuwe uitdagingen met nieuwe regisseurs. Zo kwam hij enkele jaren geleden de Zuid-Afrikaan Gavin Hood tegen tijdens de uitreiking van de Golden Globes (Hood was genomineerd voor zijn film Tsotsi en Gregson-Williams voor het eerste deel van Narnia). Het samenzijn die avond beviel Hood kennelijk zo goed dat hij een half jaar geleden de componist opzocht en hem vroeg de muziek te schrijven voor zijn komende film, een nieuwe aflevering in de X-Men-serie. Gregson-Williams: ‘Als je zijn eerste film Tsotsi gezien hebt, dan is het wel heel bijzonder dat hij mij vraagt de score voor zijn nieuwe film te schrijven. Ik kon geen nee zeggen. Waarom ik vier films per jaar doe? Misschien omdat deze kansen zich steeds opnieuw voordoen en ik gewoonweg niet kan weigeren. Ik vond Tsotsi een fantastische film en toen Gavin mij vroeg, dacht ik: Wat een geweldige kans, die pak ik!’

Maar voor het zover is – X-Men 4 wordt pas verwacht in 2009 – kunnen we genieten van een nieuwe aflevering uit de Narnia-reeks getiteld The Chronicles of Narnia: Prince Caspian. Net als voor deel 1 schreef Gregson-Williams ook dit keer een weelderige score. Hoe zorg je ervoor dat je niet teveel materiaal uit de eerste score meeneemt en daarmee teveel in herhaling valt? Gregson-Williams: ‘Ik dacht bij mezelf, er zijn twee of drie thema’s die ik zou willen houden en verder ontwikkelen. Maar gelukkig heet de film Prince Caspian, genoemd naar een nieuw personage. Was het eerste deel een kinderfilm, dan is dit deel meer een jongensfilm. Toen ik mijn zoon van zes jaar de ruwe cut liet zien, zei hij: Papa, er is niet een maar er zijn vier veldslagen in de film! De film is dus heftig en dat heeft zijn weerslag in de muziek. Ik denk dat de vier kinderen nog steeds een familie vormen, dus daar gaan we mee verder. En een van de heroďsche thema’s kan ik opnieuw gebruiken, maar het merendeel is toch nieuw.’ 

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 148
Andere artikelen:
Cd-recensies
Meirmans/Snitker/Wiegel - Interview
Harry Gregson-Williams - Interview
Virgil Thomson - Portret
Leonard Rosenman - In memoriam
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy