Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
De 150 van Score
Score 150, 22 05 2009




DE 150 VAN SCORE


Dubbele meesterwerken

Muziek en film zijn neefjes van elkaar, misschien zijn het zelfs wel broers of zusters. Ze zijn in ieder geval genetisch verwant. Want ga maar na: zowel klank- als beeldreeksen bewegen zich beide in de tijd. De een maakt gebruik van dialogen en scčnes, de ander van tonen en orkestrale kleuren. En beide, oneerbiedig gezegd, met hetzelfde effect, want net als muziek kent film momenten van spanningsopbouw en ontspanning, van forte, piano en crescendo. In het ideale geval zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden en versterken of verrijken ze elkaar.

Dat hadden kunstenaars al vrij vroeg in de gaten: eigenlijk nog voordat er zoiets als film bestond. Het idee van het totale kunstwerk (Gesamtkunstwerk) zoals Richard Wagner dat voor ogen stond (in onze tijd, zo stel ik me altijd voor, zou Wagner een soort Francis Ford Coppola of Akira Kurosawa zijn geweest) berustte op de gedachte dat drama, acteer- en zangkunst, decor en muziek aaneengesmeed meer zijn dat de som der delen. 

Ook het idee van programmatische muziek liep vooruit op wat later film-muziek zou worden. Dat soort muziek bestond weliswaar al – luister maar naar Beethovens Pastorale – maar kwam aan het eind van de negentiende eeuw tot volle wasdom toen laatroman-tici als Richard Strauss en Franz Liszt hun zogenaamde symfonische gedich-ten schiepen: visuele kunst met akoe-stische middelen. Toen Strauss zijn Don Quichot en zijn Tijl Uilenspieghel van een leidmotief voorzag (zoals Wag-ner dat voor hem ook al had gedaan), leverde hij daarmee een richtsnoer waaraan ook hedendaagse  filmcompo-nisten zich nog altijd houden.  

Maar film is geen opera en ook geen symfonisch gedicht. De één op één relatie tussen muziek en beeld (nog in zwang in de periode van de zwijgende film) is grotendeels verlaten. Filmmuziek is meer een zaak van ‘hoe-bereik-ik-dat-het-publiek-in-de-juiste-stemming-komt’ geworden: in die zin heeft film de belofte van het Gesamtkunstwerk niet waargemaakt en zou Wagner zich misschien wel helemaal niet hebben thuis gevoeld in de moderne cinema. Dat neemt niet weg dat er scores en films bestaan die zo onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn dat je je de één niet zonder de ander kunt voorstellen. 

In deze 150ste aflevering van Score presenteren de redacteuren elk een lijst van 25 filmische meesterwerken, die zonder hun meesterlijke muziek minder meesterlijk waren geweest. 

HM


JULIUS WOLTHUIS
 

Hieronder staat mijn rijtje van 25 heel goede scores waarbij filmbeeld en muziek onafscheide-lijk met elkaar verbonden zijn. Nummer 1 is niet beter dan nummer 25. Alle 25 titels zijn an-ders, heel verschillend. Allen hebben één ding gemeen: de film zonder deze muziek is niet voor te stellen. Het is een eenheid, met elkaar verbonden. Bij het zien van deze films met de bijbehorende muziek smelt ik weg. Hieronder de titels met een kleine toelichting.

01. Once Upon a Time in the West (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone (foto), 1968). Eerst was er de muziek van Morricone, Leone “componeerde” de beelden erom heen. Het ultieme gevoel dat de beelden zonder deze muziek niet gemaakt hadden kunnen worden.

02. The Good, the Bad and the Ugly (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1966). Idem, ik ben een Morricone-fan.

03. A Fistful of Dollars (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1964). Die trompet ……………

04. For a Few Dollars More (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1965). En die gitaar ……

05. The Mission (r.: Roland Joffé – m.: Ennio Morricone, 1986). Bijzondere avonturenfilm met De Niro en heel bijzondere passende muziek van Morricone met dat steeds terugkerende hobothema.

06. Novecento (r.: Bernardo Bertolucci – m.: Ennio Morricone, 1976). Magistraal Italiaans familie-epos door Morricone’s muziek omhoog getild.

07. The Lord of the Rings (r.: Peter Jackson – m.: Howard Shore, 2001-2003). Beste film ooit, zonder deze muziek niet denkbaar. Shore levert een muzikaal meesterwerk af.

08. Romeo & Juliet (r.: Franco Zeffirelli – m.: Nino Rota, 1968). Met het mooiste liefdesthema ooit.

09. The Piano (r.: Jane Campion – m.: Michael Nyman, 1993). Ik hou van Nyman’s minimal music, dit is een voorbeeld hoe je met een minimum aan akkoorden een film positief kan beďnvloeden.

10. Under Fire (r.: Roger Spottiswoode – m.: Jerry Goldsmith, 1983). Indrukwekkende oorlogsfilm met dat steeds terugkerend hoofdthema van Goldsmith.

11. Agnes of God (r.: Norman Jewison – m.: Georges Delerue, 1985). Na Morricone de beste Europse filmcomponist. Zijn klassieke achtergrond gebruikte hij hier om religieuze muziek te maken. Goddelijk mooi.

12. The Third Man (r.: Carol Reed – m.: Anton Karas, 1949). Mooi Harry Lime theme, onafscheidelijk behorend bij deze spannende klassieker.

13. Heat (r.: Michael Mann – m.: Elliot Goldenthal, 1995). Zeer spannende politiefilm met De Niro en Pacino. Rauwe muziek van Goldenthal en hemelse klanken van Lisa Gerrard passen naadloos.

14. Fantasia (r.: Walt Disney – m.: klassiek, 1940). Schitterend voorbeeld van klassieke thema’s met bijpassende tekenfilmfiguren, een Disney-mirakel.

15. Het geheim van Delft (r.: Maurits Binger – m.: Henny Vrienten, 1917). Mooie minimal thema’s van Henny Vrienten bij deze stomme film, in 1998 opnieuw door hem gecomponeerd. De muziek ondersteunt bescheiden en niet nadrukkelijk de beelden.

16. Barry Lyndon (r.: Stanley Kubrick – m.: klassiek, 1975). Fantastisch gebruik van klassie-ke muziek van Schubert, Mozart, Bach, Vivaldi, Händel in dit meesterwerkje van Kubrick.

17. West Side Story (r.: Robert Wise en Jerome Robbins – m.: Leonard Bernstein, 1961). Bernstein was zijn tijd ver vooruit met zijn jazzy moderne score en vele hits.

18. Ben-Hur (r.: William Wyler – m.: Miklós Rózsa, 1959). Rózsa hoort thuis in zo’n rijtje als de componist van epische scores. Marsmuziek en optrekkende legers: imposant!

19. Peter Gunn (r.: Blake Edwards – m.: Henry Mancini, 1958). Baanbrekend: deze jazzmuziek in deze tv-serie.

20. Basic Instinct (r.: Paul Verhoeven – m.: Jerry Goldsmith, 1992). Dat hoofdthema: zenuwslopend als je dat telkens weer hoort.

21. Koyaanisqatsi (r.: Godfrey Reggio – m.: Philip Glass, 1982). Passende muziek bij deze documentaire met experimentele beelden.

22. Kaos (r.: gebroeders Taviani – m.: Nicola Piovani, 1984). Piovani’s intieme klanken in dit Italiaanse drama.

23. Jonathan Livingston Seagull (r.: Hal Bartlett – m.: Neil Diamond, 1973). Unieke combinatie van zang van Diamond en het leven van die zeemeeuw.

24. Urga (r.: Nikita Mikhalkov – m.: Eduard Artemyev, 1991). Gebruik van inheemse muziek uit Mongolië.

25. Himalaya (r.: Eric Valli – m.: Bruno Coulais, 1999). Gebruik van inheemse muziek uit Tibet.


HENK MAASSEN
 

Mijn lijstje in willekeurige volgorde: 

Amarcord (r.: Federico Fellini – m.: Nino Rota, 1973) Rota’s muziek is het vehikel waarop de film drijft; mu-ziek die de krochten van Fellini’s heerlijk onbetrouw-bare geheugen verkent. Toen ik buiten kwam nadat ik hem voor het eerst had gezien lag er een pak sneeuw: onvergetelijk.  

Chinatown (r.: Roman Polanski – m.: Jerry Goldsmith, 1974) Dit is een van de beste scores ever. Dat Polanski het ingewikkelde scenario zo ‘gemakkelijk’ kon vertellen is mede te danken aan Goldsmith, die ons voortdurend in de juiste mood houdt.  

Solaris (r.: Andrej Tarkovski – m.: Eduard Artemyev, 1972) Toen ik deze film voor het eerst zag (tijdens een middelbareschoolproject) vlogen de lege flessen door de bioscoop en dreigden verveelde leerlingen de tent af te breken: al die tijd bleef ik ademloos zitten kijken en luisteren. Ik begreep er niets van, maar wat een overrompelende film en wat een magische, elektronische soundtrack!

Halloween (r.: John Carpenter – m.: John Carpenter, 1978) Nog meer elektronische muziek. Hoe een simpel melodietje diepe angsten kan wakker roepen (en dat nog altijd doet). 

Local Hero (r.: Bill Forsyth – m.: Mark Knopfler, 1983)
The Third Man (r.: Carol Reed – m.: Anton Karas, 1949)
Les vacances de monsieur Hulot (r.: Jacques Tati – m.: Alain Romans, 1953) Driemaal: hoe een simpel melodietje de toon kan zetten voor een hele film. ‘Waarom horen we een deuntje als we in Saint-Marc op het strand wandelen. Taa-ta-ta-ta--ti-ta-taa. Welke snaar in ons is de Tati-snaar? Wat wil een mens als hij vijftig jaar na de film door Saint-Marc-sur-Mer struint? Een teletijdmachine? (…) Wat wil je?  Je kindertijd terug? Vakantie aan zee? Net als in de film? Of gewoon, niet te veel werkelijkheid?’ Dat schrijft Ann Meskens in haar prachtige boek over Tati. 

Barry Lyndon (r.: Stanley Kubrick – muziek bewerkt door: Leonard Rosenman. Werk van o.a. The Chieftains, Händel, Schubert, Vivaldi, 1975) Kubrick verkoos meestal bestaande muziek, soms aangevuld met originele composities. Nooit slaagde hij daar beter in dan met deze film. 

I’m Not There (r.: Todd Haynes – m.: Bob Dylan, 2007) Nog een film met ‘bestaande’ muziek. De beste film van 2008 is diep, droefgeestig, zeer ontroerend en soms tragikomisch, en doet op een bepaald moment iets wat ik voor onmogelijk hield: het schitterend verbeelden van muziek die ik al mijn halve leven ken. 

The Thin Blue Line (r.: Errol Morris – m.: Philip Glass, 1988) Nog een verzoening: met Philip Glass. Wiens muziek ik altijd haatte, totdat Errol Morris, briljant documentairemaker, mij dit voorschotelde ….

Singin’ in the Rain (r.: Stanley Donen en Gene Kelly – m.: Nacio Herb Brown, 1952) In een rijtje als deze mag een musical niet ontbreken. Lang heb ik getwijfeld tussen The Band Wagon, An American in Paris en Singin’ in the Rain. Die werd het, want hij gaat per slot over het maken van film en muziek/geluid. 

Mulholland Dr. (r.: David Lynch – muziek: Angelo Badalamenti, 2001)
Psycho (r.: Alfred Hitchcock – m.: Bernard Herrmann, 1960)
Vertigo (r.: Alfred Hitchcock – m.: Bernard Herrmann, 1958)
Drie scores die alle bewijzen dat een regisseur die zijn publiek de stuipen op het lijf wil jagen of wil meevoeren in een ‘andere wereld’ (met andere woorden: wil manipuleren), niets is zonder een goede componist die hem helemaal begrijpt. Lesmateriaal voor elke filmcomponist, editor of regisseur. 

Kaos (r.: gebroeders Taviani – m.: Nicola Piovani, 1984)
Ascenseur pour l’échafaud (r.: Louis Malle – m.: Miles Davis, 1958)
Once Upon a Time in the West (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1968)
The Cook the Thief His Wife & Her Lover (r.: Peter Greenaway – m.: Michael Nyman, 1989)
Muziek als handelsmerk. Viermaal overtreft de score bijna de film, en bij de derde ben ik niet helemaal zeker of dat niet ook echt gebeurt ... 

On the Waterfront (r.: Elia Kazan – m.: Leonard Bernstein, 1954) Schitterende film, geweldige score: perfecte eenheid.

Berlin Alexanderplatz (r.: Rainer Werner Fassbinder – m.: Peer Raben, 1980) Fassbinder werkte veel met Raben; nooit was hun samenwerking vruchtbaarder. Wat een serie, wat een muziek.

Lawrence of Arabia (r.: David Lean – m.: Maurice Jarre, 1962) Kent iedereen, commentaar overbodig.

E.T. (r.: Steven Spielberg – m.: John Williams, 1982) John Williams is vaak wat teveel van het goede, maar hier weten hij en Spielberg ons emotioneel zo in te pakken, dat we met een brok in de keel zachtjes nahuilen.  

Naked Lunch (r.: David Cronenberg – m.: Howard Shore en Ornette Coleman, 1991) Gewaagd als alles van Cronenberg, maar hier gaat hij voor het eerst en het laatst ook ver in de muziek: moest-ie vaker doen.

L'odeur de la papaye verte (r.: Tran Anh Hung – m.: Tôn-Thât Tięt, 1993) Kent u niet, zegt u? Huren!

Orfeu Negro (r.: Marcel Camus – m.: Luiz Bonfŕ en Antonio Carlos Jobim, 1959) Film en muziek maakten dat Brazilië zich definitief in mijn verbeelding nestelde. Ik moet het nog steeds checken op zijn werkelijkheidsgehalte. 

 
ROBERT VALKENBURG
 

Sodom and Gomorrah (r.: Robert Aldrich – m.: Miklós Rózsa, 1962) Met deze film is destijds mijn belangstelling en liefde voor film en filmmuziek begonnen.

Taras Bulba (r.: J. Lee Thompson – m.: Franz Waxman, 1962) De componist schreef eerst de bolero, hierna filmde de regisseur de beelden op de muziek. Ik heb het over de indrukwekkende scčne The Ride to Dubno.

Gladiator (r.: Ridley Scott – m.: Hans Zimmer, 2000) Door de muziek word je door de gehele film meegesleept (soms met geweld).

Search for Paradise (r.: Otto Lang – m.: Dimitri Tiomkin, 1957) In deze film is het hoogtepunt de zeer wilde en gevaarlijke tocht in een rubberboot over de waterversnellingen van de Indus rivier. Dit wordt nog eens versterkt door de muziek.

Land of the Pharaohs (r.: Howard Hawks – m.: Dimitri Tiomkin, 1955) De meer dan tien minuten durende openingsscčne – de triomfintocht van de farao – is zeer imposant, wat nog eens duidelijk versterkt wordt door de marsmuziek van Tiomkin.

Major Dundee (r.: Sam Peckinpah – m.: Christopher Caliendo, 2005 restored version) Toen ik de muziek voor het eerst beluisterde, vond ik het eigenlijk maar niets en had ik er spijt van dat ik de cd aangeschaft had. Maanden later zag ik de film in combinatie met de nieuwe muziek en werd ik direct enthousiast over het resultaat. De film is dankzij deze muziek beter tot zijn recht gekomen.

The Fall of the Roman Empire (r.: Anthony Mann – m.: Dimitri Tiomkin, 1964) Deze film evenals de muziek behoort tot mijn grote favorieten en wordt dan ook regelmatig bezien en beluisterd. Dit geldt ook voor de volgende film.

How the West Was Won (r.: John Ford, Henry Hathaway, George Marshall, Richard Thorpe – m.: Alfred Newman, 1962)
This Is Cinerama (r.: Merian C. Cooper – m: Max Steiner, Howard Jackson, Roy Webb, Paul Sawtell, Leo Shuken, 1952)
Voor deze films reis ik elk jaar in maart naar Bradford, Engeland om ze in hun originele vorm te kunnen zien en te genieten van de muziek die in 7-kanaals stereogeluid is opgenomen en ook zo wordt weergegeven.

El Cid (r.: Anthony Mann – m.: Miklós Rózsa, 1961) Volgens muziekwetenschappers behoort deze muziek tot het beste wat ooit voor een film is geschreven. De muziek is één geheel met de film, maar kan ook beluisterd worden in dezelfde vorm als een zelfstandig muziekepos.

Highlander (r.: Russell Mulcahy – m.: Michael Kamen, 1986) Heel indrukwekkend is de scčne waarin de Highlander – die het eeuwige leven heeft – zijn vrouw ouder ziet worden en uiteindelijk ziet sterven. Deze scčne wordt ondersteund door de song Who Wants to Live Forever van Queen.

Basic Instinct (r.: Paul Verhoeven – m.: Jerry Goldsmith, 1992) De muziek is alleen bij die beelden te horen waar het echt nodig is. Dit kom je alleen tegen bij een perfectionist zoals Paul Verhoeven.

Pirates of the Caribbean trilogie (r.: Gore Verbinski – m.: Klaus Badelt, Hans Zimmer, 2003-2007) Op de soms woeste golven van de muziek vaar je mee met de piraten over de zeven zeeën.

Sĺ som i himmelen (r.: Kay Pollak – m.: Stefan Nilsson, 2004) Prachtige muziek met als hoogtepunt Gabriella’s Song.

Sleeping Beauty (r.: Clyde Geronimi – m.: George Bruns, 1959) Misschien hoort deze (animatie)film niet thuis in dit rijtje. De filmbeelden zijn gemaakt op de balletmuziek van Tsjaikovski, die prachtig bewerkt is door componist George Bruns.

Far and Away (r.: Ron Howard – m.: John Williams, 1992) John Williams mag bij mij niet ontbreken. Deze bijzondere muziek past goed bij de beelden en roept een aparte sfeer op.

The Man Who Knew Too Much (r.: Alfred Hitchcock – m.: Bernard Herrmann, 1956)
North by Northwest (r.: Alfred Hitchcock – m.: Bernard Herrmann, 1959)
De soms dreigende muziek weet de spanning duidelijk te verhogen in deze films. Heel origineel is de compositie van de verzonnen operascčne in The Man Who Knew Too Much.

The Wonderful World of the Brothers Grimm (r.: George Pal – m.: Leigh Harline, 1962) Het is gewoon heerlijke muziek om naar te luisteren bij het zien van de prachtige beelden. Voor mij is het muzikale hoogtepunt bij de dansbeelden van het sprookje The Dancing Princess (zie afbeelding).

Soldaat van Oranje (r.: Paul Verhoeven – m.: Rogier van Otterloo, 1977) Zeer indrukwekkende muziek bij een indrukwekkende film.

The Wild Bunch (r.: Sam Peckinpah – m.: Jerry Fielding, 1969) Muziek die erg sfeerbepalend is in de film.

Spartacus (r.: Stanley Kubrick, Anthony Mann – m.: Alex North, 1960)
Cleopatra (r. Joseph L. Mankiewicz – m.: Alex North, 1963)
Tot slot mag één van mijn favoriete componisten niet ontbreken. De films Spartacus en Cleopatra hebben een muzikale band met elkaar. De gecomponeerde muziek voor Spartacus, die uiteindelijk toch niet in de film te horen is, is uiteindelijk toch terechtgekomen in Cleopatra


SIJBOLD TONKENS
 
  1. Ben-Hur (r.: William Wyler – m.: Miklós Rózsa, 1959) Een meesterwerk, zowel de film als de score. 11 Oscars. De pauken die het tempo van de galeislaven aangeven zijn indrukwekkend.
  2. The Ten Commandments (r.: Cecil B. DeMille – m.: Elmer Bernstein, 1956) Het splijten van de Rode Zee blijft een klassieker. Bernsteins muziek doet daar niet voor onder.
  3. Under Fire (r.: Roger Spottiswoode – m.: Jerry Goldsmith, 1983). Panfluiten en gitaar ondersteunen de oorlog in Nicaragua. Goldsmith´s mooiste goed in het gehoor liggende score.
  4. Novecento (r.: Bernardo Bertolucci – m.: Ennio Morricone, 1976) Een van Ennio’s mooiste werken.
  5. Somewhere in Time (r.: Jeannot Szwarc – m.: John Barry, 1980) Barry’ mooiste.
  6. Death on the Nile (r.: John Guillemin – m.: Nino Rota, 1978) Het tempo van de raderboot wordt door de muziek ondersteund met een schitterend thema.
  7. Morte a Venezia (r.: Luchino Visconti – m.: Gustav Mahler, 1971) Beste combi van klassieke muziek bij een film. Als ik Mahler hoor, zie ik Venetië weer.
  8. Once Upon a Time in the West (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1968) Klassieker! De muziek was er eerder dan de film.
  9. Fiddler on the Roof (r.: Norman Jewison – m.: Jerry Bock, 1971) Favoriete musical.
  10. Psycho (r.: Alfred Hitchcock – m.: Bernard Herrmann, 1960) Vergeet je nooit weer, de douchescčne met het mes blijft angstaanjagend door de violen van Herrmann.
  11. Lawrence of Arabia (r.: David Lean – m.: Maurice Jarre, 1962) Lean - Jarre was altijd een goede combinatie. De zinderende hitte van de woestijn wordt in de muziek hoorbaar.
  12. Gone With the Wind (r.: Victor Fleming – m.: Max Steiner, 1939) Over klassiekers gesproken ... hoort in ieders verzameling. Zowel de film als de muziek.
  13. The Good, the Bad and the Ugly (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1966) Wereldwijd beroemdste westernthema.
  14. Rebecca (r.: Alfred Hitchcock – m.: Franz Waxman, 1940) Hitchcock was een meester in het maken van spannende films. De muziek doet meestal de spanning. Waxman op zijn best.
  15. Conan the Barbarian (r.: John Milius – m.: Basil Poledouris, 1982) Zijn grote doorbraak. Prachtig koorwerk, pompeuze muziek met mooie thema’s. Conan als slaaf aan een tredmolen wordt muzikaal legendarisch ondersteund.
  16. La Piovra 2 (tv-serie) (r.: diversen – m.: Ennio Morricone, 1985) Zo klinkt de maffia dus.
  17. A Star Is Born (r.: George Cukor – m.: Harold Arlen, 1954) Vooral de songs door Judy Garland zijn prachtig. The Man That Got Away vind ik de mooiste song aller films.
  18. Star Wars (r.: George Lucas – m.: John Williams, 1977) Een symfonie voor film.
  19. Star Wars: Epsode V – The Empire Strikes Back (r.: Irvin Kershner – m.: John Willams, 1980) De tweede Star Wars-film is nog beter dan de eerste. Een meesterwerk. The Imperial March is Williams op zijn best.
  20. Jaws (r.: Steven Spielberg – m.: John Williams, 1975) Cello’s die voortdurend twee noten achtereen spelen en daar een pakkende score van maken is toch knap. Dit thema symboliseert de haai.
  21. Metti una sera a cena (r.: Giuseppe Patroni Griffi – m.: Ennio  Morricone, 1969) 17 x 3 noten achtereen spelen in dezelfde volgorde en daar een mooi thema uit halen: dat is geniaal (volgens Armando Trovajoli).
  22. The Great Escape (r.: John Sturges – m.: Elmer Bernstein, 1963) Prachtige oorlogsscore, je moet de film er ook bij kennen. Ook een aanrader.
  23.  The Mission (r.: Roland Joffé – m.: Ennio Morricone, 1986) Hij had die Oscar toen moeten krijgen.
  24. Masada (r.: Boris Sagal – m.: Jerry Goldsmith, 1981) Tv-serie over Jodenvervolging door de Romeinen (die volgende maand op dvd verschijnt) met een Joods getinte score.
  25. 2001: A Space Odyssey (r.: Stanley Kubrick – m.: diversen klassiek, 1968) An der schönen blauen Donau van Johann Strauss jr. is een wals die prachtig een traag bewegend ruimteschip muzikaal begeleidt.  
 
ALBERT POUW
 

Ik heb mijn keuze op volgorde van jaargang vermeld omdat het bijna onmogelijk is om een rangschikking van nummer 1 tot 25 aan te geven. Van alle films geldt voor mij dezelfde motivatie: de films vormen een geheel met de gecomponeerde muziek. De componisten voelden feilloos aan waar in de film muziek nodig is om de beelden te ondersteunen, zonder dat het teveel van het goede zou worden.

King Kong (r.: Ernest B. Schoedsack en Merian C. Cooper – m.: Max Steiner, 1933)

Gone With the Wind (r.: Victor Fleming – m.: Max Steiner, 1939)

The Song of Bernadette (r.: Henry King – m.: Alfred Newman, 1943)

The Best Years of Our Lives (r.: William Wyler – m.: Hugo Friedhofer, 1946)

The Searchers (r.: John Ford – m.: Max Steiner, 1956)

The Bridge on the River Kwai (r.: David Lean – m.: Malcolm Arnold, 1957)

The 7th Voyage of Sinbad (r.: Nathan Juran – m.: Bernard Herrmann, 1958)

Ben-Hur (r.: William Wyler – m.: Miklós Rózsa, 1959)

Psycho (r.: Alfred Hitchcock – m.: Bernard Herrmann, 1960)

Spartacus (r.: Stanley Kubrick – m.: Alex North, 1960)

The Guns of Navarone (r.: J. Lee Thompson – m.: Dimitri Tiomkin, 1961)

West Side Story (r.: Robert Wise en Jerome Robbins – m.: Leonard Bernstein, 1961)

El Cid (r.: Anthony Mann – m.: Miklós Rózsa, 1961)

Lawrence of Arabia (r.: David Lean – m.: Maurice Jarre, 1962)

The Great Escape (r.: John Sturges – m.: Elmer Bernstein 1963)

Jason and the Argonauts (r.: Don Chaffey – m.: Bernard Herrmann, 1963)

The Fall of the Roman Empire (r.: Anthony Mann – m.: Dimitri Tiomkin, 1964)

For a Few Dollars More (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1965)

The Good, the Bad and the Ugly (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1966)

Planet of the Apes (r.: Franklin J. Schaffner – m.: Jerry Goldsmith, 1968)

Once Upon a Time in the West (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1968)

Papillon (r.: Franklin J. Schaffner – m.: Jerry Goldsmith, 1973)

Jaws (r.: Steven Spielberg – m.: John Williams, 1975)

Indiana Jones and the Last Crusade (r.: Steven Spielberg – m.: John Williams, 1989)

Gladiator (r.: Ridley Scott – m.: Hans Zimmer, 2000)


PAUL STEVELMANS
 

Ik heb gezocht naar een herinnering aan een onvergetelijke film met dito muziek. Dat werd meestal een aansprekende scčne met zowel prachtige beelden als prachtige muziek. Maar soms is een gehele film met een bijbehorende score de herinnering waard. 

Atonement (r.: Joe Wright – m.: Dario Marianelli, 2007). De typemachine natuurlijk, maar ook in andere scčnes zoals Duinkerken is de wisselwerking tussen beeld en muziek fenomenaal.

Birth (r.: Jonathan Glazer – m.: Alexandre Desplat, 2004). De onheilspellende beginscčne belooft niets goeds, maar regisseur en componist zetten de kijker steeds weer op het verkeerde been.

Bram Stoker’s Dracula (r.: Francis Ford Coppola – m.: Wojciech Kilar, 1992). De overweldigende muziek maakt de angst, dreiging en verwondering die van de beelden uitgaan compleet. Soms is de muziek zelf als een angstaanjagend fantoom present. 

Il conformista (r.: Bernardo Bertolucci – m.: Georges Delerue, 1970). Delerue weet de doelloosheid van de titelfiguur, zoals Bertolucci die uitbeeldt, treffend te verklanken.

East of Eden (r.: Elia Kazan – m.: Leonard Rosenman, 1955). Rosenman componeerde al tijdens de opnames en zorgde met zijn mix van atonale en reguliere muziek voor passende emoties bij de verscheurde hoofdpersoon Cal Trask.

The End of Violence (r.: Wim Wenders – m.: Ry Cooder, 1997). Cooders muziekklanken zijn soms meer geluiden en menselijke uitingen die een wat ongemakkelijke film redden van de ondergang.

From Russia With Love (r.: Terence Young – m.: John Barry, 1963). De muziek bij de begintitels is al zo veelbelovend dat de rest niet kan tegenvallen. Begin- en eindsalvo van deze compositie zijn weergaloos.

Giů la testa (r.: Sergio Leone – m.: Ennio Morricone, 1971). Een boeiend experiment: Morricone componeerde voor sommige scčnes muziek die haaks staat op de beelden. Het effect is overdonderend, ook dankzij Leones flair en humor.

High Noon (r.: Fred Zinnemann – m.: Dimitri Tiomkin, 1952). De muziek maakt de toenemende spanning bij de perfect gemonteerde beelden extra voelbaar door het ritme van de klok te slaan.

Lemony Snicket’s A Series of Unfortunate Events (r.: Brad Silberling – m.: Thomas Newman, 2004). Geen geweldige film, maar Newmans score is speels, divers en inventief genoeg om de beelden humor, spanning en iets ondefinieerbaars te geven.

The Man With the Golden Arm (r.: Otto Preminger – m.: Elmer Bernstein, 1955). De dreigende jazzklanken maken in een handomdraai de grote stad, de mensen en de problemen voelbaar.

Matchstick Men (r.: Ridley Scott – m.: Hans Zimmer, 2003). Zimmer weet op vernuftige evenals speelse wijze de eigenaardigheid van Nicolas Cage te benadrukken terwijl Scott op zijn beurt op het ritme van de muziek het luchtige verhaal even speels ontvouwt.

Le mépris (r.: Jean-Luc Godard – m.: Georges Delerue, 1963). Godard laat de hoofdpersonen oeverloos praten (boeiend, in diverse talen door elkaar), maar er is toch genoeg tijd over voor enkele korte meeslepende composities van de meester der poëtische melancholie.

Napoléon (r.: Abel Gance – m.: Carmine Coppola, 1927). De veldslag in uniek breedbeeld kent martiale muziek die uitnodigt om terstond mee te marcheren.

Otto e mezzo (r.: Federico Fellini – m.: Nino Rota, 1963). Duizelingwekkende beelden die bruisen van cinematografisch kunnen en alsof dat nog niet genoeg is horen we een trefzekere score die excelleert in eenvoud evenals emotie.

Les parapluies de Cherbourg (r.: Jacques Demy – m.: Michel Legrand, 1964). Regisseur en componist construeerden een unieke muziekfilm met beelden en muziek/zang die alle fraai van compositie en kleur zijn.

Punch-Drunk Love (r.: Paul Thomas Anderson – m.: Jon Brion, 2002). De potjes-en-pannetjes-muziek past wonderwel bij de maffe beelden. En dan dat blauwe pak …..

Random Harvest (r.: Mervyn LeRoy – m.: Herbert Stothart, 1942). Na bijna twee uur van lijden is het zover: de twee geliefden hervinden elkaar onder een boom met een overdaad aan bloesems. De mierzoete muziek is zo wonderschoon dat de emoties voor een kort moment echt zijn.

Rosemary´s Baby (r.: Roman Polanski – m.: Krzysztof Komeda, 1968). Het onschuldige slaapliedje bij het beginbeeld zegt het allemaal. 

Sense and Sensibility (r.: Ang Lee – m.: Patrick Doyle, 1995). Lee en Doyle zorgen voor een stimulerende eenheid: dit is voer voor depressieve geliefden.

Seven Brides for Seven Brothers (r.: Stanley Donen – m.: Gene DePaul en Johnny Mercer, 1954). Muziek is als hout die de bouw van een schuur in een mum van tijd doet slagen.

A Streetcar Named Desire (r.: Elia Kazan – m.: Alex North, 1951). De jazz hoort bij New Orleans, maar evenzeer bij de innerlijke strubbelingen van de vier hoofdpersonen. 

Taxi Driver (r.: Martin Scorsese – m.: Bernard Herrmann, 1976). Beeld en muziek kunnen niet zonder elkaar. 

Todo sobre mi madre (r.: Pedro Almodóvar – m.: Alberto Iglesias, 1999). Wie Alberto zegt, zegt Pedro, en andersom.

Touch of Evil (r.: Orson Welles – m.: Henry Mancini, 1958). De legendarische beginscčne begint even abrupt als de latin muziek. De rest is geschiedenis.

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 150
Andere artikelen:
Cd-recensies
Boekbespreking - Muziek in de westerns van John Ford
Ennio Morricone - 80 jaar
De 150 van Score
Pino Donaggio - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy