Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Boekbespreking - Muziek in de westerns van John Ford
Score 150, 22 05 2009




BOEKBESPREKING: LIEDJES DIE EEN FILM WEZENLIJK ONDERSTEUNEN


Eerder dit jaar besteedde Score aandacht aan de muziek in films van Alfred Hitchcock, naar aanleiding van het boek Hitchcock´s Music van Jack Sullivan (zie nummer 146). Eind vorig jaar verscheen een boek over muziek in de westerns van John Ford. Net als de Engelse regisseur was Ford een kenner van muziek en er sterk van overtuigd dat muziek – vooral in de vorm van liedjes – een film in hoge mate kon ondersteunen. How the West Was Sung werd geschreven door Kathryn Kalinak, geen onbekende in filmmuziekland.

Kalinak is professor aan het Rhode Island College in Providence, Rhode Island. In 1992 verscheen van haar hand Settling the Score: Music and the Classical Hollywood Film waarin ze de ontwikkeling van de klassieke Hollywoodscore van de jaren ´30 tot in de jaren ´80 onderzocht. In datzelfde tijdperk past het onderwerp van haar recente boek: de muziek voor de westerns van John Ford, van Iron Horse (1924) tot en met Cheyenne Autumn (1964). Ford stak zijn ongenoegen over wall-to-wall scores niet onder stoelen en banken, zoals dat het geval was bij The Searchers en Cheyenne Autumn waarvoor respectievelijk Max Steiner en Alex North grootse scores hadden geschreven. Ford behield graag de controle over de muzikale ondersteuning en voorzag daar meestal zelf in. Folkliedjes, religieuze liederen en authentieke muziek hadden zijn uitgesproken voorkeur en zo wordt er in zijn westerns volop gezongen (en vaak ook gedanst). In zijn gouden jaren was Ford een instituut en was zijn zeggenschap omtrent het gehele filmproces dan ook welhaast onaantastbaar. Na 1960 taande zijn invloed, ook op commercieel vlak, en bemoeiden de studio´s zich in toenemende mate met de muzikale omlijsting van zijn films. Vandaar het ontbreken van liedjes in een film als Cheyenne Autumn en het inhuren van Alex North die op basis van research naar authentieke Amerikaanse muziek een imposante score schreef die Ford´s goedkeuring nimmer heeft gekregen.

Ford zag in folkliedjes een middel om zijn films extra zeggingskracht te geven. Soms overheersten de liedjes de film dusdanig dat de score nauwelijks opviel, zoals dat het geval was in My Darling Clementine (1946). In Wagonmaster (1950) verwerkte componist Richard Hageman zelfs bestaande liedjes in zijn score. De teksten en de klankkleur van de liedjes verklaren de gedachten van de hoofdpersonen en geven vorm aan belangrijke motieven als gemeenschapszin en het leven aan de frontier. Veel van de liedjes hebben een Ierse oorsprong hetgeen niet verwonderlijk is gezien Fords afkomst. Daarnaast zijn veel liedjes uit de 19de eeuw afkomstig, het tijdperk waarin de westerns zich nagenoeg allemaal afspelen. Sommige liedjes zoals Shall We Gather at the River keren in enkele westerns terug. Kalinak heeft de oorsprong getraceerd en doet daar bij elke film minutieus verslag van. 

Een fraai voorbeeld is Rio Grande (1950) dat overigens begint met een door Victor Young geschreven thema dat volgens Kalinak eerder Iers klinkt dan western. Een van de door Ford geselecteerde liedjes is I’ll Take You Home, Kathleen dat wordt gezongen door de Sons of the Pioneers, een muziekgezelschap dat vaker optrad in zijn westerns. Deze serenade wordt gebracht aan kolonel Yorke (John Wayne) en zijn vrouw Kathleen (Maureen O’Hara) die zojuist na vele jaren is teruggekeerd in het fort waar Wayne gelegerd is. De tekst drukt onuitgesproken gevoelens van Wayne voor zijn ex-vrouw uit en de reactie van haar spreekt vervolgens boekdelen. De traditional Down by the Glen Side uit dezelfde film heeft tekstueel gezien een Ierse achtergrond. Tijdens de eindtitels horen we ten slotte het aloude Dixie dat de fiere Kathleen karakteriseert.

Rio Grande was de afsluiting van de cavalerietrilogie die begon met Fort Apache (1948) en vervolgd werd door She Wore a Yellow Ribbon (1949). Volgens Kalinak vormen ze het hart van Fords westerns. Veel plaats voor een originele score was er in deze films niet; bij Rio Grande dreigde Youngs score de overhand te nemen. Toch werkte Ford nog enkele malen met de componist zoals de ʽIerse westernʼ The Quiet Man uit 1952. Een componist met wie de regisseur relatief vaak en graag samenwerkte was de in Leeuwarden geboren Richard Hageman. Voor de eerste twee films uit voornoemde trilogie schreef hij toepasselijke scores en ook voor Three Godfathers (1948) tekende hij voor de muziek. Ook is de componist in een barscène in deze film te zien! Hageman heeft zelfs de distinctie als enige componist (met drie anderen weliswaar) een Oscar te hebben gewonnen voor een Fordwestern, de enige western die deze eer ooit te beurt viel: Stagecoach (1939).  

Met dit boek heeft Kathryn Kalinak een nieuwe, frisse kijk op Fords westerns gegeven. Dat ze bij sommige films iets teveel in de filmische achtergrond blijft hangen en door de uiterst grondige analyse van de liedjes de rode draad van haar boek enigszins verliest zij haar vergeven. In ieder geval heeft ze het belang van muziek bij Fords westerns uitgebreid aangetoond. En het weerzien van de westerns met Kalinaks informatie in het achterhoofd laat nog maar weer eens zien wat voor rijke, veelgelaagde en prachtige films John Ford heeft gemaakt. En tevens wat voor een fenomenaal acteur John Wayne in deze westerns kon zijn.

How the West Was Sung: Music in the Westerns of John Ford. Kathryn Kalinak. University of California Press, Berkeley and Los Angeles, 2007. ISBN: 9780520252349, 256 blz. Prijs: € 24. 

PS

Gerelateerde links
 Startpagina

Score 150
Andere artikelen:
Cd-recensies
Boekbespreking - Muziek in de westerns van John Ford
Ennio Morricone - 80 jaar
De 150 van Score
Pino Donaggio - Interview
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy