Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Boekbespreking - Modernistische Hammerhorrormuziek
Score 152, 14 07 2009



MODERNISTISCHE MUZIEK IN BLOEDERIGE HORRORFILMS

Elf jaar na het standaardwerk van Randall D. Larson over de muziek van de Hammerhorrorfilms verscheen afgelopen najaar een boek over de avant-gardistische tendenzen in de scores van horrorfilms uit de beruchte Engelse filmstudio. Met minutieuze precisie ontleedt schrijver David Huckvale in dit nieuwe boek enkele spraakmakende scores om tot de conclusie te komen dat modernistische muziek nergens zoveel weerklank vond als in de bloederige films van de vermaarde, intussen alweer twee decennia geleden ter ziele gegane studio van Hammer.

In Music From the House of Hammer (zie Score 104) gaf Larson een overzicht van de muziek van alle horrorfilms die door de Hammerstudio werden geproduceerd in de periode 1950-1980. Wie Hammerhorrormuziek zegt, komt al gauw uit bij James Bernard, de meest productieve componist van de studio. Vanaf medio jaren ʽ50 was hij er werkzaam en zijn herkenbare dreigende muziek verrijkte menig Hammerfilm. In het boek van David Huckvale – Hammer Film Scores and the Musical Avant-Garde – behoort Bernard eerder tot de traditionele componisten en figureert zijn naam minder prominent. Huckvale gebruikt dan ook een andere invalshoek dan Larson. Hij onderzoekt de invloed van modernistische, veelal atonale, muziek in de scores van horrorfilms van de Britse filmstudio.

Huckvale doceert filmmuziek aan de Universiteit van Birmingham en is geen onbekende op dit onderzoeksterrein. In 2006 publiceerde hij een biografie over James Bernard, getiteld James Bernard, Composer to Count Dracula. In zijn nieuwste boek is Bernard een van de vele componisten die onder de loep worden genomen. Maar Huckvale begint zijn onderzoek in Wenen (dit hoofdstuk heet toepasselijk The Horror from Vienna), de stad van Arnold Schönberg, de vader van de modernistische muziek. Schönbergs muziek had volgens Huckvale altijd al iets filmisch en zijn atonale experimenten leken bij uitstek te passen bij spannende films als thrillers en horrorfilms. Dat laatste genre profiteerde dan ook sterk van deze atonale muziek die een ongemakkelijke, angstaanjagende klank had, aldus Huckvale.

Een cruciale rol in het aantrekken van nieuwe componisten speelde Philip Martell, hoofd van de muziekafdeling van Hammer. Hij was verantwoordelijk voor de eigenzijnnige muziekkeuze van een filmstudio die lange tijd te boek stond als bloedcommercieel en weinig subtiel. Aan hem wijdt Huckvale terecht een heel hoofdstuk. De eerste Britse film met een geheel atonale score was de Hammerproductie The Curse of the Werewolf uit 1961. Componist Benjamin Frankel zag het allemaal minder extreem. Volgens hem moest de seriële aanpak worden verweven met meer traditionele elementen en inderdaad klinkt de spectaculaire eindscène in de toren minder innovatief dan de rest van de score. Frankel zou het bij dit ene uitstapje naar het atonale genre laten. Na deze muzikale mijlpaal binnen zowel de Hammerfilmmuziek als de Britse filmmuziek vervolgt Huckvale zijn tocht naar andere componisten die modernistische scores schreven. En zo komen Elisabeth Lutyens, Humphrey Searle, Paul Glass, Mario Nascimbene, Harry Robinson en James Bernard aan de beurt.

     Richard Rodney Bennett (foto uit veel besproken boek)

Huckvale is van huis uit wetenschapper en dat blijkt gedurende het lezen van zijn boek. Meer dan eens ontleedt hij scènes met behulp van muziektechnische termen, wat voor de leek niet altijd even toegankelijk is (achter in het boek staat een overzicht met alle gehanteerde muziektermen). Hulp biedt vooral het bekijken van de betreffende films, uiteraard met speciale aandacht voor de bijbehorende muziek. Op deze wijze kan de schat aan informatie die Huckvale in zijn boek openbaart met ogen en vooral oren worden genoten. Een treffend voorbeeld is zijn analyse van de score voor The Nanny (1965) van componist Richard Rodney Bennett. Alleen al aan de beginsequentie wijdt Huckvale een aantal pagina´s. Ook Bennett was geen echte vernieuwer; net als de meeste andere Hammercomponisten mixte hij modernistische met meer traditionele elementen die ongetwijfeld vaak ongemerkt bleven voor de gemiddelde kijker. Het is dan ook de vraag of het grote Hammerpubliek de vele atonale momenten in de scores ooit bewust heeft waargenomen.

De meermaals geuite hoofdconclusie dat Schönberg en zijn volgelingen meer rechtvaardiging hebben gevonden in films dan in de concertzaal zou misschien verder moeten worden onderzocht. Dat neemt niet weg dat Huckvale een goed geïllustreerd (van elke besproken componist bevat het boek een foto) en lezenswaardig boek heeft geschreven dat andermaal bewijst dat filmmuziek een bestaansrecht heeft als muziekgenre, maar vooral ook als filmisch middel. Dat hij daarbij een reeks films waarop lange tijd wat neerbuigend werd gekeken een meerwaarde geeft, is ook mooi meegenomen. Het laatste woord over de Hammerhorrorfilms en hun muziek is nog lang niet geschreven.

Hammer Film Scores and the Musical Avant-Garde. David Huckvale. McFarland, Jefferson, North Carolina, 2008. ISBN: 9780786434565, 225 blz. Prijs: $ 39,95 (via Amazon en de website www.mcfarlandpub.com).

PS




Gerelateerde links
 Startpagina

Score 152
Andere artikelen:
Maurice Jarre - Zes hoogtepunten
Maurice Jarre - Interview
In memoriam - Maurice Jarre
Boekbespreking - Modernistische Hammerhorrormuziek
Cd-recensies
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy