Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Carl Davis - Interview
Score 129, 25 11 2005



INTERVIEW MET CARL DAVIS - Verschenen in Score 129, december 2003

'Elk filmfestival ter wereld zou een zwijgende film moeten vertonen'

Wie Carl Davis zegt, zegt automatisch muziek bij zwijgende films. De Britse Amerikaan vult heel wat dagen in het jaar met het componeren van muziek bij zwijgende films, een discipline die een soort roeping voor hem is geworden. Afgelopen hemelvaartsweekend stond hij in het middelpunt van een heus Chaplin-weekend in de Doelen in Rotterdam. Drie dagen lang konden film- en muziekliefhebbers genieten van enkele weergaloze Chaplin-komedies waarvan de pakkende muziek werd gedirigeerd door Davis. Aan de vooravond van dit filmmuzikaal evenement sprak Score uitgebreid met hem.

De Mutuals

Carl Davis komt graag naar Nederland. Hier vindt hij tijdens zijn geregelde bezoeken als dirigent en/of componist een gewillig oor in de vorm van een enthousiast publiek dat geniet van een zwijgende film in concert en na afloop een grote waardering laat blijken door een daverend applaus. Tijdens het Chaplin-weekend bleek opnieuw de populariteit van de energieke Amerikaan die alweer meer dan 40 jaar in Engeland woont en Charles Chaplin en diens muzikale nalatenschap tot levensdoel nummer 1 lijkt te hebben gemaakt. Momenteel is Davis bezig de Mutuals (de twaalf films die Chaplin voor de Mutual-filmmaatschappij maakte in de jaren 1916-1917 zoals The Pawnshop en Easy Street) van een score van zijn hand te voorzien. Uiteraard laat hij zich bij dit project door Chaplins eigen filmmuziek inspireren. Gevraagd of Chaplin een eigen muziekstijl had, antwoordt Davis: ‘Zeker. De invloeden in onze vroegste jaren zijn erg belangrijk voor ons. In zijn jeugd werd Chaplin aangetrokken door de music halls, waar muziek voor de werkende klasse werd gespeeld. Vanaf City Lights tot in zijn latere films kunnen we deze mix van sentimentele walsjes en ontroerende ballades uit de music halls horen. Ikzelf richt mij dan ook op deze muziek en probeer haar te imiteren of zelfs te gebruiken.’

Een man met zoveel ervaring in het componeren van muziek voor zwijgende films moet hier door de jaren heen toch een uitgesproken talent voor hebben ontwikkeld. Niet zonder trots vermeldt Davis dat hij in 1980 - ten tijde van de première van Napoléon, het befaamde zwijgende epos van Abel Gance waarvoor hij de score schreef - een eenmansbedrijfje als componist voor zwijgende films is begonnen. En vanaf het midden van de jaren ’80 heeft Nederland op het gebied van zwijgende film in concert een grote rol gespeeld, niet in de laatste plaats door de stichting Film in Concert van Theodore van Houten. Welke eigenschappen vereist een dergelijke job? Davis: ‘In de allereerste plaats moet je een affiniteit hebben met zwijgende films en hun eigen karakter waarvan de oorsprong soms nog terugreikt naar de negentiende eeuw. Juist daarom moet de muziek niet modern klinken. Daarnaast is er een specifieke techniek die afwijkt van die bij hedendaagse films. Tegenwoordig ben je als componist slechts verantwoordelijk voor één derde van het geluid, want er is ook dialoog en er zijn geluidseffecten. Als je componeert voor een zwijgende film, dan ben je verantwoordelijk voor het enige geluid. Zelfs de geluidseffecten kun je creëren wat heel eenvoudig gaat. Maar de belangrijkste eigenschap is uiteindelijk dat je de stemming erin houdt, of het nu om een komedie, een tragedie, een love story of een avonturenfilm gaat.’

Onderwijs

Een logische volgende stap is anderen deze discipline bij te brengen. Heeft Davis ooit een workshop gegeven over het componeren van muziek voor een zwijgende film? ‘Nee. Maar ik zou aspirant-componisten of -dirigenten wel heel wat kunnen en willen vertellen over de technische kant van dit specifieke scoringsproces, vooral wat mijn eigen scores betreft. Tot een workshop, een masterclass of een docentschap is het echter nooit gekomen.’ Davis is van mening dat muziek  bij een zwijgende film een specialisme is geworden, juist omdat hij en zijn collega’s het een groter aanzien hebben gegeven dankzij hun scores evenals de restauratie van oude scores. Maar het is nog steeds een klein onderdeel van de filmbusiness. Davis: ‘Ik vind dat elk filmfestival ter wereld een zwijgende film zou moeten vertonen die het publiek eraan dient te herinneren hoe tijdens de beginjaren van de film dit medium als het ware werd ontdekt. Het publiek zou zich telkens verbazen over de vergevorderde technieken van deze films en ook merken waarom de vertoning ervan met een klein orkest zo succesvol kan zijn. Dan pas krijg je echt door wat film werkelijk is, hoe onderhoudend en grappig het kan zijn.’

Door het wegvallen van Channel Four als belangrijke opdrachtgever zoekt Davis naar nieuwe wegen om zwijgende films van muziek te voorzien. Zo overweegt hij in zee te gaan met het British Film Institute dat regelmatig films restaureert. Ook denkt hij eraan met eigen middelen projecten te financieren. Zoals gezegd is hij bezig met de Mutuals waarvan de dvd-opbrengsten hem goed van pas komen om nieuwe wegen te bewandelen. Daarnaast presenteerde hij afgelopen zomer als classical disc-jockey voor de BBC een radioprogramma gewijd aan klassieke muziek met - hoe kan het ook anders - af en toe filmmuziek. Terugkijkend op de afgelopen vier decennia stelt hij vast: ‘Ik heb uiteindelijk veertig films van een score voorzien. Het zou me dan ook veel tijd kosten om deze muziek overal ter wereld uit te moeten voeren (lacht). Ik ben nu diep in de zestig, dus het wordt fysiek ook een steeds zwaardere klus. Ik blijf het proberen, immers er zijn dirigenten die tot op hoge leeftijd blijven doorwerken en juist hierdoor worden gestimuleerd. Ik zal dus waarschijnlijk doorgaan zolang ik kan.’

Vredenburg

In januari komt Davis naar Utrecht om er zijn eigen score te dirigeren voor The Crowd, het realistische grotestadsdrama dat King Vidor in 1928 regisseerde. Over Vredenburg is Davis zeer te spreken: ‘Een prachtige, unieke zaal met een fantastische akoestiek, het geluid is geweldig. Er werd mij verteld dat de mensen er graag komen, dus zei ik: ik wil ook graag komen (lacht). Na The Crowd in Vredenburg kom ik weer naar Rotterdam in het voorjaar voor The Phantom of the Opera, een geweldige voorstelling vanwege het grote orgel waar het spook op zal spelen.’  

Paul S.


Gerelateerde links
 Startpagina

Score 129
Andere artikelen:
Nicola Piovani - Concertverslag
Hooverphonic - Concertverslag
Maurice Jarre - Interview
Peer Raben - Interview
Raymond van het Groenewoud - In concert
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy