Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Klaas ten Holt - Interview
Score 129, 25 11 2005



Klaas ten Holt over zijn muziek voor De passievrucht - Verschenen in Score 129, december 2003


‘Ik ben in de eerste plaats componist’

Begin deze maand ging De passievrucht naar het boek van Karel Glastra van Loon in première. Regie: Maarten Treurniet, muziek: Klaas ten Holt. Tegelijkertijd verscheen de muziek op cd, op het Triple S label (Triple S Records TSR 006).

Treurniet en Ten Holt kennen elkaar al zeer lang en op één productie na heeft Ten Holt alle films en tv-producties van Treurniet van muziek voorzien (zie ook Score 104, 1997). Titels: Zwarte sneeuw, Het glinsterend pantser en Zonder Zelda.

Klaas ten Holt is behalve filmcomponist vooral ‘klassiek’ componist en popmuzikant en speelde in het recente verleden ook in jazzformaties. Maar op een waarlijk ‘eclectische’ muzikale instelling is hij, naar eigen zeggen, toch niet te betrappen. Het maken en schrijven van popmuziek is voor hem een wezenlijk andere bezigheid dan het componeren van een opera of een vioolconcert: ‘Ik voel me als een schrijver die ook schildert.’

Als filmcomponist houdt hij er bovendien een nogal afwijkende werkwijze op na. ‘Vaak heeft filmmuziek een dienende functie’, legt hij uit, ‘uitsluitend bedoeld om wat extra accenten te plaatsen. Vraag mij daar niet voor, ik vind dat niet interessant.

Ik vind het vervelend om op het beeld te componeren. Ik vind het veel interessanter om te trachten een eigen, muzikale laag aan een film toe te voegen. Maar ik kan me voorstellen dat regisseurs die wat commerciëler te werk gaan, geen behoefte hebben aan zo’n werkwijze.’

Hij componeert altijd (te) veel muziek. Ten Holt: ‘Mijn muziek zit zo in elkaar dat de regisseur en ik ermee kunnen schuiven. En als dat nodig is kan ik er nog een laag overheen leggen. Dat werkt ontzettend goed; je krijgt namelijk veel cadeau. Ineens blijkt een passage prachtig te werken bij een scène, terwijl je dat op die manier nooit zelf zou hebben bedacht.’

Als je niet op beelden afgaat, wat is dan wel je inspiratiebron? Klaas ten Holt:‘Het script, en de gesprekken met de regisseur - die de baas blijft, uiteraard. We laten elkaar bestaande muziek horen, om duidelijk te maken waar we heen willen. Opmerkelijk was dat Maarten me deze keer uitsluitend muziek van mezelf liet horen. Dat was wel wat lastig. Mijn idee was om muziek te schrijven in het idioom van de Franse band Air, die een soort moderne psychedelische pop maakt. (Air schreef onder andere de muziek voor The Virgin Suicides, red.) Daar kon Maarten zich goed in vinden.’

Dat betekent dus vooral muziek in een kleine bezetting? ‘Ja, daarom heeft het Metropole Orkest ook niet zo’n grote rol gekregen. Een grote rol is er daarentegen wel voor het Mondriaan strijkkwartet; soms in combinatie met een slide-gitaar die ik zelf bespeel. Ik houd van zulke verrassende combinaties: daarom hebben we ook een paar oude synthesizers en een hammondorgel opgeduikeld.’

Je laat je niet inspireren door andere filmcomponisten? ‘Dat hangt heel erg van de film af. Eerlijk gezegd heb ik niet zoveel met filmcomponisten. Filmscores zijn meestal van de hand van mensen die handig zijn met computers, of van omhooggevallen popsterren. Wat ik heel erg mis in dat soort scores is meerlagigheid; het ontbreekt aan een overallinzicht in, om zo te zeggen, het medium orkest. Toen ik laatst Bert Haanstra’s Dr. Pulder zaait papavers voor het eerst zag, spitste ik vrijwel onmiddellijk mijn oren. Hier had iemand muziek geschreven! Je hoort gelijk het verschil tussen iemand die echt voor een orkest kan schrijven, en dat kan Otto Ketting (de schrijver van die score, red.), en iemand die popliedjes maakt om daar vervolgens op de computer een orkestklank bij te verzinnen. Het is heel merkwaardig dat in Nederland filmmuziek bijna niet door ‘klassieke’ componisten gemaakt wordt. Ik snap het wel: ze doen dat niet, omdat filmmuziek een slechte naam heeft. En eerlijk is eerlijk: het is ook vaak slechte muziek. Daar komt bij dat het voor de meeste componisten niet meer is dan toegepaste muziek - en grote kunstenaars maken geen toegepaste muziek. Ik vind het heel jammer dat ze er zo over denken. Zeker als je nog niet internationaal bent doorgebroken - en dat geldt voor de meeste Nederlandse componisten - stelt het componeren van filmmuziek je in de gelegenheid dingen uit te proberen. En een leuke bijverdienste is ook nooit weg. Zo was Zwarte sneeuw voor mij eigenlijk een soort betaalde stage.’

Componeer je rond thema’s of streef je meer naar een doorgaande lijn? ‘Ik probeer sterke muziek te maken, die ook los van de film kan staan. Dat is moeilijk, want muziek moet de film natuurlijk niet in de weg zitten. Voor De passievrucht heb ik voor verschillende personages of gevoelens thema’s geschreven. Herkenning van een personage of een gevoel hoeft overigens niet altijd terug te gaan op een thema; je kunt dat ook bereiken door een bepaalde instrumentatie bij voorbeeld. De passievrucht opent met een titelsong, een echte popsong: een klassiek, beetje James Bond-achtig nummer uitgevoerd door mijn band, Emma Peel, samen met het Metropole Orkest. Dat thema zit op allerlei plekken verstopt in de score.’

Staan er nieuwe filmprojecten op stapel? ‘Ja. Al eerder had ik voor de korte film Lot van Tamar van den Dop de muziek geschreven - nu heeft ze me gevraagd voor haar eerste grote speelfilm, die ze momenteel aan het schrijven is.’

Voor meer informatie zie: www.klaastenholt.nl

HM




Gerelateerde links
 Startpagina

Score 129
Andere artikelen:
Nicola Piovani - Concertverslag
Hooverphonic - Concertverslag
Maurice Jarre - Interview
Peer Raben - Interview
Raymond van het Groenewoud - In concert
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy