Website
 Startpagina
 Over Score
 Contact
 Zoeken
Abonnees
Gebruikersnaam

Wachtwoord
 Aanmelden
Cinemusica Database
Zoeken  
  Componisten  
A-Z  
  Albums  
  Tracks  
Boekbespreking - William Walton - Muse of Fire
Score 128, 02 12 2005



Boekbespreking: William Walton - Muse of Fire - Verschenen in Score 128, September 2003

Laurence Olivier beschreef hem zo: ‘His look is very very pale, very pale sort of hair, very pale sort of eyes, and what comes out of him is the most gutsy bash and crash and bang you ever heard in your life, and it doesn’t go with his face. It doesn’t go with his personality at all when you meet him.’ Of Oliviers schets van William Walton helemaal klopt is de vraag, gezien de exuberante levensstijl die de componist er zeker vóór de oorlog op nahield, maar diens vriendschap en latere samenwerking met de componist is voor Walton waarschijnlijk het belangrijkste geweest wat hem in zijn filmmuzikale loopbaan is overkomen.

100 Jaar Walton

Vorig jaar was het honderd jaar geleden dat William Walton werd geboren, en ter gelegenheid daarvan verscheen een nieuwe biografie, van de hand van Stephen Lloyd. Lloyd schreef een tamelijk feitelijke, maar niettemin interessante geschiedenis, waarin het accent ligt op de jaren twintig en dertig - jaren waarin de betrekkelijke autodidact die Walton was tot muzikale rijpheid kwam. Het is ook de periode waaruit de werken stammen die nog altijd repertoire hebben gehouden.

Lloyd beschrijft uitvoerig het opwindende leven dat Walton leidde (vooral in de nabijheid van de fameuze en artistieke Sitwell-familie). De jaren na de oorlog krijgen wat minder pagina’s. Begrijpelijk misschien, want Walton kwam toen nog in toenemende mate met moeite tot componeren. Lloyd heeft niet de wens eerdere biografieën van Michael Kennedy en Susan Walton (de weduwe) overbodig te maken. Dus wie een compleet overzicht wil zal ook die boeken (beide uit 1989) moeten raadplegen.

Asylum

Mooi is dat Lloyd ruimschoots aandacht heeft voor Waltons filmscores. Toen Walton als filmcomponist aan de slag ging, in 1934, waren er in Engeland maar betrekkelijk weinig serieuze componisten die zich met dat genre bezighielden: Louis Levy en Richard Addinsell waren componisten die vrijwel uitsluitend voor film werkten. Andere, nu grotendeels vergeten namen die Lloyd opvoert, zijn die van Clarence Raybould, Eugene Goossens en John Greenwood. Bekend is natuurlijk dat Engelands grootste componist, Benjamin Britten, in die dagen muziek schreef voor (experimentele) documentaires. Niettemin, veel directe, inspirerende voorbeelden had Walton niet, toen hij zijn eerste films van muziek voorzag. De eerste vier waren van de hand van de Hongaar Paul Czinner, met steeds diens vrouw Elisabeth Bergner in de sterrol - ook inmiddels vergeten namen.

Dat eerste filmwerk klinkt, schrijft Lloyd, al behoorlijk ‘af’ en doorwrocht, maar Walton heeft er wel mee geworsteld. Componeren voor film ging aanvankelijk niet van een leien dakje: ‘It nearly drove me to a lunatic asylum’, schreef hij, maar: ‘much to my surprise I soon found myself writing five to ten minutes’ music a day without too much difficulty’. In die eerste films was de muziek minder een intrinsiek onderdeel van de filmvertelling dan dat later in zijn loopbaan het geval zou zijn; wel gaf hij al vroeg blijk van zijn onconventionele opvattingen. De scores en vooral de orkestraties waren subtiel en zeer percussief.

Shakespeare

Net als elke filmcomponist kent ook Waltons loopbaan de nodige scores die niet doorgingen. Na de oorlog waren er pogingen tot samenwerking met David Lean bij voorbeeld (Lawrence of Arabia, The Bridge on the River Kwai stonden op de lijst) die om verschillende redenen strandden. Ook van zijn werk voor The Battle of Britain (1969) bleef niet veel meer over dan een cue van vijf minuten (Battle in the Air). Volgens de producers had Walton te weinig muziek geschreven om een lp mee te vullen, ze wezen zijn werk af en Ron Goodwin mocht aan de slag. Het resultaat, schrijft Lloyd met enige bitterheid, was ‘a forgettable bag of film-score clichés’.

Maar soms bracht het afblazen van een project ook iets goeds teweeg: jaren eerder in 1934 zou Walton de muziek schrijven voor de verfilming van George Bernard Shaw’s Saint Joan. Maar toen Shaw inzag dat zijn project wel eens geboycot zou kunnen worden door een fanatieke katholieke lobby, zag hij af van de film en had Walton de handen vrij om zich te storten op zijn eerste Shakespeare-film: As You Like It (1936), alweer van Paul Czinner. Dat project leidde tot de cruciale ontmoeting met Laurence Olivier, die later zulke belangrijke vruchten zou dragen.

De score voor As You Like It is overigens heel goed, oordeelt Lloyd: weer erg percussief, en zoals vaker bij Walton sterk beïnvloed door het werk van Jean Sibelius. Niettemin liet Waltons collega Britten zich destijds niet onverdeeld positief over het werk uit: ‘One cannot feel that the microphone has entered very deeply into Walton’s scoring soul’, schreef hij in een recensie.

Tijdens de oorlog ‘scoorde’ Walton enkele patriottische, propagandistische films: Next of Kin (1942), The First of the Few (1942) en Went the Day well? (1942). Naar verluidt met alle prachtige scores (vooral The First of the Few geldt met zijn fraaie fuga als één van Waltons beste scores tout court), waarin vooral de voor hem zo karakteristieke fanfare- en marsachtige elementen prominent aanwezig zijn.

Maar pas tegen het einde van de oorlog (en vooral daarna) zou Walton faam verwerven als een van de grootste filmcomponisten aller tijden en dat met slechts een handvol Shakespeare-verfilmingen (alle onder regie van Laurence Olivier): Henry V (1944), Hamlet (1948) en Richard III (1955). Voor Olivier was Waltons bijdrage van zeer essentiële betekenis. Hij onderschreef Waltons oordeel over de film volkomen. ‘Well my boy, I am very glad you showed it to me because I must tell you I did think it was terribly dull without the music!’, had Walton tegen hem gezegd. Olivier, later daarop terugkijkend: ‘He had really saved it and he knew that he had saved it too. If ever music was essential and helpful, it was there.’

Chasing women

Sir William Walton overleed op 8 maart 1983, drie weken voor zijn eenentachtigste verjaardag. Zijn laatste ‘echte’ filmscore had hij in1969 geschreven voor Three Sisters, Oliviers verfilming van het beroemde stuk van Tsjechov. De muziek is weinig origineel: ze omvat onder andere een bewerking van een reeds bestaand thema van eigen hand en van één van Mendelssohn’s Lieder ohne Wörter. Walton had, zoveel maakt Lloyd wel duidelijk, een mooi en spannend leven achter de rug: ‘When not involved in musical pursuits, he had spent much of his time in chasing women’. Die heteroseksuele ambities hadden hem zelf ooit - in de wetenschap dat de muzikale en artistieke kringen waarin hij zich met name vóór de oorlog begaf vooral werden bevolkt door succesvolle mannen die van hun homoseksualiteit geen geheim maakten - tot de vertwijfelde uitspraak gebracht: ‘Everyone is queer and I’m juist normal, so my music will never succeed.’ Dat bleek achteraf dus wel mee te vallen.

Wie meer wil weten over William Walton en zijn filmscores gaat naar de zeer informatieve webstek www.williamwalton.net en klikt door op ‘films’.

Stephen Lloyd: William Walton: Muse of Fire, Woodbridge: The Boydell Press, ISBN 085115803X, 332 blz. (Zie voor meer informatie: www.boydell.co.uk) Prijs: £ 45 of $ 75

HM


Gerelateerde links
 Startpagina

Score 128
Andere artikelen:
Nicola Piovani - Portret
Boekbespreking - William Walton - Muse of Fire
Boekbespreking - Das große Lexikon der Filmkomponisten
50 Jaar CinemaScope - Terugblik
Opties
Printer VersiePrinter Versie
VersturenVersturen

Login: Redactie | Abonnees | Top Pagina


© 2005 Stichting Cinemusica | Website by RISQ Consultancy